Uitgevonden voor dat wat zwanen zijn

Boekhandel ‘Ongerijmd’ in Arnhem maakt van de uitverkoop iets bijzonders. Slechts op een beperkt aantal momenten mag je de trap oplopen om in de ruimte boven te snuffelen in de dozen met afgeprijsde boeken. Soms loopt een bezoek van mij aan Arnhem gelijk op met de openingstijden en kan ik kijken wat er is overgeschoten. Zo bemachtigde ik voor een hele vriendelijke prijs het fraai gebonden boekje van het tijdschrift poëziepuntgl dat 15 jaar heeft bestaan en dat in 2017 stopte, overigens met de hoop op een herstart die nog steeds op zich laat wachten. ‘Dichters van poëziepuntgl is een speciale uitgave van het driemaandelijkse tijdschrift voor Gelders dichtkunst poëziepuntgl, jaargang 15, nummer 4. Samengesteld door: Peter J.R. Vermaat en Herman Erinkveld’ aldus de website van uitgever Kontrast.

De ‘gl’ in de cryptische titel staat voor Gelderland, de dichters in het tijdschrift zijn allen Gelderse dichters, dat wil zeggen woonachtig in de provincie. Waar ze zijn geboren speelt even geen rol. Het is voor het tijdschrift blijkbaar ook geen eis dat de gedichten een duidelijk Gelderse invalshoek hebben. Er zijn er die zijn geschreven in de streektaal en er zijn er die gaan over herkenbare Gelderse plaatsen, maar er zijn ook gedichten te vinden in deze slotbundel die gaan over het dichterschap (Geert Zomer), over de winter (Cornelia Stoel), over de lijdzaamheid van voorwerpen (Hanz Mirck) of over de routes die je aflegt in je leven (Tim Pardijs). Wijkt de blik op het leven van Gelderse dichters af van de dichters die in Overijssel of Brabant wonen? Ik geloof daar niet in.

Voor deze afsluitende bundel wilden de samenstellers de beste poëziepuntgl aller tijden maken en daarvoor benaderden ze ‘hun’ dichters om een gedicht naar eigen keuze in te sturen en dat hebben voldoende dichters daadwerkelijk gedaan. Vier vaste klanten van het tijdschrift waren intussen al overleden en daar hebben de samenstellers zélf een gedicht van uitgekozen. En zo is het gedicht over de bijzondere brug met zwanen in park Sonsbeek terecht gekomen in de bundel…

Gelderser dan Cees van der Pluijm kun je het nauwelijks hebben: geboren in Radio Kootwijk (12 januari 1954), school gegaan in Apeldoorn, gestudeerd in Nijmegen en overleden in Arnhem (14 december 2014). Dat hij daarnaast nog studeerde en werkte in Amsterdam en werkte in Utrecht laat ik voor het gemak even buiten beschouwing. In de poëziepuntgl-bundel staat een gedicht van Cees over de ‘Zwanenbrug’ in Sonsbeek, het grote park van Arnhem dat bijna reikt tot aan het centrum.

Cees van der Pluijm (foto René Wouters, 2014)

Na wat speurwerk blijkt dat het gedicht deel uitmaakt van een grote serie met 38 gedichten over de vele onderdelen van het park: de Sonsbeeksonnetten

  • 0 – Ode aan Sonsbeek
  • 1 – De Zwanenbrug
  • 2 – De Grote Waterval
  • 3 – De Cederallee
  • 4 – De Belvédère
  • 5 – De Grote Vijver
  • 6 – Het Paviljoen
  • 7 – De Witte Villa
  • 8 – De Witte Watermolen
  • 9 – De IJskelder van de Baron
  • 10 – De Hertenkamp
  • 11 – De Sint-Jansbeek
  • 12 – De Expositie
  • 13 – De Agnietenmolen
  • 14 – De Ronde Weide
  • 15 – De Apostelenberg
  • 16 – De Steile Tuin
  • 17 – De Treurbeuk
  • 18 – Het Lorentzmonument
  • 19 – Het Amorsrond
  • 20 – De Kleine Waterval
  • 21 – De Oude Molenschuur
  • 22 – De Verdekte Weg
  • 23 – De Vlindertuin / All Happy Now
  • 24 – Huis Zypendaal
  • 25 – De Nacht
  • 26 – Castanea Sativa
  • 27 – Groen van toen – Park Sonsbeek
  • 28 – De Fonteinvijver
  • 29 – Winterpark
  • 30 – Het Vlot
  • 31 – Twee Septetten – Paren in Sonsbeek
  • 32 – Het Waterrad
  • 33 – Park Zypendaal
  • 34 – Het Jachthuis De Kleine Zyp
  • 35 – De Weide
  • 36 – The Lazy King
  • 37 – De Moerasweide

Van der Pluijm was actief pleitbezorger voor het vormvaste gedicht, een voorkeur die hij deelde met de meest vormvaste tekstdichter van Nederland: drs. P. Dat zien we natuurlijk terug in het gedicht over de Zwanenbrug. Sonnet van veertien regels, met als rijmschema abcb babc ded ded, een metrum van vijfvoetige jamben. Wie de zwanen van de brug ziet, begrijpt de tekstregels goed: ‘vleugels breed gespreid’. En inderdaad worden de zwanen jaar in, jaar uit, netjes onderhouden in de kleuren wit, zwart en snaveloranje.

De Zwanenbrug (Arnhem Sonsbeekpark)

Ze vliegen af en aan en aan en af
De zwanen op het rankgevormde hek
(De vleugels breed gespreid, steeds weer bereid
Tot landing of tot klapperend vertrek)

Of zeilen statig over ’t waterdek
(Stabiele zerken op een spiegelgraf)
De slanke hals slechts buigend naar de plek
Waar voedsel drijft dat soepel binnenglijdt

De fraaie brug verbeeldt dit ongeschonden:
Geen strakke, gestileerde rechte lijnen
Maar waaiervormen, schijnbaar uitgevonden

Voor dat wat zwanen zijn, die onomwonden
Na schilderbeurt en schoonmaak verder deinen
En dalen, stijgen of hun bochten ronden

Cees van der Pluijm