Het huis van Heytze

Wat u rechts op de zwartwit foto ziet, was ooit een deel van het huis van de Utrechtse dichter Ingmar Heytze. Dat was aan het einde van het vorige millennium (wat klinkt dat toch goed) want september 1999 verscheen de bundel Dichter aan huis en dat hoorde bij het festival met dezelfde naam in Den Haag. We krijgen indiscrete inkijkjes in het huis van dichters die toen actief waren. Vaak zie je een stoel op de foto en dat suggereert dat het dé plek is waar de dichter schept. Edward van de Vendel liet de fotograaf niet verder komen dan een rommelhok. De meest klassieke inrichting verdiende een kleurenversie op de omslag. Couperus had op die oude lederen fauteuil gezeten kunnen hebben zo authentiek oud zag het er allemaal uit. Het blijkt echter een kamer van de rock ’n roll dichter Huub van der Lubbe. Onverwachte encounters!

Het zithangbankje van Ingmar Heytze is net even verlaten door de dichter. Hij heeft zijn laptop en bijbehorend laptopkussen op het voeteneind gelegd. Het zou zomaar eens een bankje kunnen zijn van de Zweedse meubelgroothandel. De pootjes zijn bij het in elkaar zetten nét niet op dezelfde manier aangedraaid en uit eigen ervaring weet ik dat je dat zo kan overkomen. Het is twintig jaar geleden dat Heytze hier zat en fraai werk maakte! Bijvoorbeeld de bundel Sta op en wankel uit 1999 waarvan een gedicht is opgenomen in de bloemlezing. Overigens is er weinig uitleg bij de samenstelling van de bundel. Deden alle opgenomen dichters mee met het project ‘Dichter aan huis’ en hoe werkte dat dan? Stonden ze bij willekeurige bewoners hun werk voor te dragen? Ik ben een nieuwsgierig type en wil dat allemaal weten, maar in de bundel staat er niets over…

Het gedicht van Ingmar Heytze dat in de bundel is opgenomen heet ‘Sinaasappels’ en dat heeft verder niets te maken met de thematiek van ‘aan huis’, ‘thuis’ of ‘alleen in mijn gedichten kan ik wonen’… En er zijn in het oeuvre van Heytze echt wel gedichten te vinden die daaraan raken. Zo staat er op de deur van een Nunspeetse woningcorporatie het gedicht ‘Over wonen’ over het wonderlijke werkwoord ‘wonen’…

Ingmar Heytze draagt voor tijdens het Tuinfeest van 2019 in Deventer.

In Deventer vertelde Ingmar Heytze, tijdens het Tuinfeest 2019, dat hij op het punt stond om te gaan verhuizen. Maar eigenlijk ging de aankondiging van het gedicht dat hij zou gaan voordragen meer over het huis dat hij zou verlaten. Kleine arbeiderswoning van meer dan een eeuw oud en iedere bewoner had er op zijn eigen (en goedkope) wijze kleine zaken gerepareerd. Pleister op pleister en pas als je zoiets gaat verkopen, word je gedwongen daar aandachtig naar te kijken want het moet allemaal netjes in de verkoopfolder. Ingmar Heytze vertelde niet waar hij heen ging verhuizen, maar het zou mij verbazen als dat ver buiten Utrecht zou zijn. Want geluk zit niet in je huis, maar er zit vaak veel ongeluk in de plek waar je je niet thuis voelt.

Het gedicht in deze blog heb ik gehaald uit de verzamelbundel Utrecht voor beginners & gevorderden uit 2015. Daar staan ook de gedichten in van de stadshistorische bundel Licht en steen (2013). Elk gedicht is gekoppeld aan een bestaand (historisch) pand uit Utrecht en het gedicht ‘Daar waar je niet bent’ hoort bij de Jacobskerksteeg 25, achter de Utrechtse Jacobskerk. Zes strofen van ieder drie regels, weinig eindrijm, meer stafrijm (halverwege de hemel)… Hoofdpersoon in het gedicht is ‘het geluk’. Geluk zou ergens anders moeten wonen en niet in een achterafsteeg, maar uit alles blijkt dat deze ‘geluk’ er wél woont en ondanks dat het huis van alle kanten wordt belaagd door zaken die een huis kunnen belagen, gewoon doorgaat met gelukkig zijn: zingend en dansend. En dan komen we uit bij de conclusie: ‘Het geluk houdt / godverdomme nog geen baksteen overeind.’ Maar de twijfel is gezaaid door het hele gedicht heen: bestaat het huisje niet nog gewoon omdat er mensen wonen die gewoon gelukkig zijn met hun leven en hun huisje. En de observator van dit alles (de dichter?) maakt een jaloerse indruk (‘godverdomme’) want het geluk woont waar hij niet is…

Daar waar je niet bent

Het geluk woont niet in stegen.
Het geluk leeft in licht en ruim
in glas in lood en binnentuinen,

droge, warme kelders, zolders
met vides halverwege de hemel.
Het geluk denkt dat alles vanzelf

wel aan komt waaien en verzuimt
om te vermelden wat er dwarsligt –
boktor, houtrot, zwaartekracht.

Het geluk is zo druk met dansen
in achterlijke jurkjes dat het niet
eens ziet hoe de wereld wegzakt

in een wirwar van wanhoop, wrede
omstandigheden, onverzekerde
ongevallen. Het geluk zingt

met zijn vingers in zijn oren
van het wonder. Het geluk houdt
godverdomme nog geen baksteen overeind.

Ingmar Heytze