Eigenheimer met uitloper – Marieke Rijneveld

Hoe oud moet je zijn om dichter te mogen worden? Tja, daar zijn geen richtlijnen voor… Men zegt wel eens dat het goed is om wat meegemaakt te hebben, een beetje ‘doorleefd’ te zijn, maar er staan ieder jaar weer jonge dichters op die de spot drijven met die visie. Marieke Lucas Rijneveld werd geboren in 1991. Zij was dus 25 jaar toen ik haar voor het eerste hoorde voordragen in een van de Deventer tuinen bij het Tuinfeest van 2016. En Marieke Lucas straalt uit jonger te zijn dan haar leeftijd, ik zag een verlegen jonge dichter met in handen de bekroonde debuutbundel Kalfsvlies.

Marieke Lucas Rijneveld leest voor tijdens het Tuinfeest in Deventer in 2016.

Succes op succes…

Rijneveld won de C. Buddingh’-prijs voor het beste debuut en stormde daarna in volle vaart door in de laaglandse letteren. In 2018 verscheen haar romandebuut De avond is ongemak en ook dat werd een succes, zowel in verkoopcijfers als in vertalingen. Televisiekijkers zien Marieke Lucas nog wel eens naast Matthijs van Nieuwkerk zitten bij De Wereld Draait Door, niet als tafelheer of tafeldame maar als genderneutraal ‘tafelmens’, tot licht ongemak bij de presentator. Toen het op een avond ging over de Kindertelefoon en Matthijs vroeg of Rijneveld die wel eens had gebeld, antwoordde Marieke bevestigend. Hoe kun je nu weten of je een jongen of meisje bent? Dat was de vraag die ze stelde en die vraag komen we ook tegen in de tweede dichtbundel Fantoommerrie uit 2019 . Bijvoorbeeld in het gedicht ‘Nachtschade’.

Gladgestreken tot een sterk verhaal

Als we kijken naar dat gedicht, vallen een paar zaken op. Uw gids door ‘t  Rijmrijk loopt die met u langs om de magie van Rijneveld aan te wijzen, voor het geval dat nog nodig is. Want de gedichten van Rijneveld ogen soms niet eens als een gedicht. Er staan nauwelijks witregels in en eindrijm is schaars of toevallig. In dit gedicht ligt het stafrijm (de alliteratie) ook niet voor het oprapen, maar er gebeurt ondanks het gebrek aan dat soort vormkwesties toch iets wonderbaarlijks dichterlijks. Dat zit hem vooral in de rijke en originele beeldspraak. Rijneveld is opgegroeid op een agrarisch bedrijf, dat weten we uit biografietjes en interviews, en die invloed komen we in haar werk volop tegen. Hoewel er zo een relatie lijkt te zijn tussen de ‘ik’ die actief meehelpt bij de oogst en het opgroeien van de dichter op een boerderij, mogen we nooit de vergissing maken dat de een de ander is, hoeveel raakvlakken je ook denkt te zien. De ‘ik’ is niet de dichter. Lees De avond is ongemak om dat nooit meer te vergeten…

Overal worden verbanden gelegd in het gedicht. De relatie tussen de oorlellen van de kip en de kleur eieren die eruit komen, en dat het ook handig zou zijn als je meer aan het uiterlijk van een mens kunt zien hoe het er van binnen aan toe gaat. Een absurde blik op het genderaspect, omdat we daar juist denken aan de buitenkant te kunnen zien of we te maken hebben met een jongen of een meisje.
En het gaat door met de rijke beeldspraak: het stotteren van het grote landbouwapparaat waar ooit een kat per ongeluk is terecht kwam. Ook bij dat incident wordt een beeld gegeven (de kat als slagroomzak) en dat beeld  wordt daarna anders ingezet om weer iets nieuws duidelijk te maken: de slagroomzak die je zo mooi kunt glad strijken. Rijneveld schrijft beeldend: je ziet het tafereeltje van mannen en vrouwen die samen aan het oogsten zijn zo voor je. Je hoort de mannen een vraag stellen en het antwoord op die vraag ten onder gaan in de herrie. Bij Rijneveld wordt dat het verstoppen van het antwoord in een stropak. Omdat er een touw omheen gaat, komt het antwoord ook niet snel meer vrij.

Nachtschade bij de eigenheimer

Rijneveld schetst nog het beeld van de defecte machine die als een kraai steeds opnieuw wordt opgejaagd. Deze denkbeeldige kraai is bang voor de uitstraling van de vogelverschrikker, voor deze vogel is dat een bovenmachtige kracht, een God.
We zien armen die door het vocht van zweet lijken op cake die precies goed is gebakken. We lezen de vergelijking van twee benen met de passer, het schoolinstrument waar je bij meetkunde cirkels mee moest trekken. Maar dan moet de belangrijkste vergelijking nog komen: die met de eigenheimer. Enerzijds een aardappelsoort, anderzijds een aanduiding van een persoon die op zichzelf is, een beetje anders dan de anderen. De aardappel behoort tot de nachtschadefamilie, net als de tomaat en de paprika, zo leert mij Wikipedia. En daar hebben we dan de relatie met de titel. Maar nachtschade wordt ook gebruikt in de zin dat aardappels giftige stoffen ontwikkelen als zij te lang in het licht hebben gelegen. En de vergelijking gaat maar door want het gedicht eindigt met het beperken van de schade in de nacht. Is dat de schade die het (te) hard werken oplevert? De schade komt hard aan, maar straalt ook iets positiefs uit want het lijkt of ze gevuld is met potgrond: vruchtbare potgrond, de basis voor de groei van leven. Is dat het gevoel van ‘het meisje’: dit lijden leidt tot iets waar mooie dingen uit kunnen voortkomen? In het donker, onder de grond, moet het gebeuren, daar krijgen de aardappels allerlei uitsteeksels erbij. Dan denkt het meisje: ik wil net als alle andere / jongens een uitloper. Dat zit er niet in en de eigenheimers doen nu dienst als nepspierballen.

 

Nachtschade

Zoals je bij kippen aan de oorlellen kunt zien wat voor kleur
eieren ze leggen, zo zou je aan het meisje de jongen in haar
moeten herkennen. De stro-pers op het land is een stotteraar,
boer Sanders kreeg ooit een kat in zijn machine, het arme beest
werd als een slagroomzak leeggemaakt, gladgestreken tot een
sterk verhaal. Na het hakkelen gingen de mannen verder, het
viel niet op dat het meisje onderhuids spierballen verstopte,
eigenheimers die midden augustus geoogst werden: wil je een
jongen worden riepen ze vanuit hun tractoren waarvan de motor
het antwoord in een stropak verstopte, touw eromheen,
colaflessen gevuld met water omdat ze dorstig werden van de
stotteraar die steeds als een kraai van zijn prooi werd gejaagd,
bang was voor God die als een vogelverschrikker in het midden
stond. Sjekkies werden gedraaid, het weer voor de avond
besproken, en hoeveel graszaad er in de pakken zat verwerkt,
zweet aan armen afgeveegd waardoor deze bruinglanzend als
de bovenkant van goedgebakken cake op hun knie kwamen te
liggen. Vrouwen kwamen met koffiekannen, voelden aan het stro,
wisten de hoeveelheid klontjes suiker voor iedereen, melk of
zwart. Als je wijdbeens zit ben je een passer die de cirkel maar
niet rond kan krijgen, ze had op de verroeste tractor kunnen
gaan staan en schreeuwen: een eigenheimer is een zonderling
die enkel in duisternis tot bloei komt maar eenmaal boven de
grond loopt hij kans op nachtschade als hij te lang in het licht
blijft liggen, er niets mee gedaan wordt, ik wil net als alle andere
jongens een uitloper. Maar ze liet de hooizolder tot aan het
plafond vullen, vreemde boeren haar bovenarmen betasten:
eigenheimers horen stevig aan te voelen, en zo lag ze ’s nachts
in bed de schade te beperken, striemen van touwen in haar
handpalmen, snot zo zwart dat het leek alsof ze vanbinnen
barstte van vruchtbare potgrond.

Marieke Luca Rijneveld

Advertenties