Weerloze waarde

on

De Vlaamse dichter Delphine Lecompte schreef een gedicht met als titel ‘Niet alle weerloosheid is waardevol’. Dat komt bekend voor, waar hebben we dat eerder gehoord?Gelukkig heb ik een naslagwerk met als titel Onvergetelijke verzen. Maar van wie ook weer? Paul Claes verzamelde allerlei min of meer bekende dichtregels die in de loop der tijden zijn losgezongen van hun oorsprong. ‘Tussen droom en daad staan wetten in de weg’ is er zo één, van Willem Elsschot. De regel waarnaar Lecompte verwijst, staat er ook in: ‘alles van waarde is weerloos’. Het is één van de twintig losgezongen regels uit het werk van Lucebert die er in zijn te vinden. Zo’n moeilijke dichter die Lucebert en toch zo veel citaten. ‘Overal zanikt bagger’ is van hem en ook ‘het is de aarde die drijft en rolt door de mensen’ [Claes, 2011].

Foto: Max Dereta

De regel ‘alles van waarde is weerloos’ is zo bekend geworden omdat hij veel mensen aanspreekt, maar ook omdat hij groots te zien is op een kantoorgebouw in Rotterdam.  Initiatiefnemer daarvoor was ‘neonkunstenaar’ Toni Burgering (1936 – 2017): “In 1978 krijg ik de opdracht van de verzekeringsmaatschappij Nieuw Rotterdam om iets voor hun gebouw te maken. Ik liep al heel lang rond met een plan om een neondichtregel ergens in de stad te plaatsen. (…) Ik heb toen met Martin Mooy van Poetry International contact gezocht en hem gevraagd om een aantal gedichten. Martin kwam na een paar dagen al met een heleboel gedichten. Ik heb toen uiteindelijk voor een dichtregel van Lucebert gekozen.” Bron: website Toni Burgering… De neondichtregel hangt vanaf 1978 tot 2012, in dat jaar is het in verwaarloosde staat verwijderd. Een deel van de letters was stuk, de stroom was er al af en en uiteindelijk zijn de letters verwijderd. In 2017 heeft de eigenaar de weerloze regel weer in volle glorie teruggebracht.

Didier Verbaere maakte deze foto van de Gentse Concertzaal, mét neonletters…

Maar niet alleen in Rotterdam hangt de regel groots aan een gevel. Reis af naar Gent en bezoek daar de concertzaal het Trefpunt. Niet naar binnen lopen, gewoon de gevel bestuderen. Dat vind ik zo geweldig aan de alsmaar groeiende website met Straatpoëzie. Dat wordt zo langzamerhand een catalogus van alle dichtregels die we in de openbare ruimte kunnen aantreffen. De onderlinge verbindingen tussen dichtregels of objecten zijn moeilijk te maken in zo’n databestand, maar gelukkig gebruikt men de Facebookpagina om soms wat uit te lichten. Daar trof ik dan ook een variant op Luceberts regel, wederom op een gevel van een kantoorpand: ‘Van alles is weer waardeloos’.

Een anagram, want alle letters van het origineel keren terug in dit kunstwerk van Jack Segbars. Hij staat op een pand met atelierruimte van de SKAR aan de Lange Hilleweg 235 en dat is wederom in Rotterdam. Het hangt er vanaf 1997…  Wat zegt de kunstenaar er zelf over op zijn website?
Segbars: “Met de verhaspeling van de tekst, wordt een commentaar geleverd op het originaliteitsdogma van de moderne kunst. Door de letters te handhaven maar in een andere volgorde een andere betekenis aan te laten nemen wordt een traditioneel thema binnen de kunsten gesimuleerd: de opeenvolging van stijlen, de vadermoord die nodig is om tot nieuwe kunstwerken te komen. Het is ook een commentaar op de verwording van wat origineel een poëtisch zinnetje was in een bundel. De uitvoering op grootse wijze in het stadsbeeld (op een verzekeringsmaatschappij) lokte een antwoord uit. Wat ooit in bescheidenheid startte is nu een embleem geworden van ernstige, sociale importantie. Het is ook een verzuchting over de openbare kunst in het algemeen. Tot slot wil het een vrijplaats zijn voor negativisme, als tegenhanger voor een opgedrongen positiviteit. Het beeld hangt sinds 1997 aan een ateliergebouw op Rotterdam-Zuid. Dit gebied is armer en kent veel sociale problemen. Zo vormt het een tegenbeeld voor het beeld in het centrum van de stad.” Eén regel slechts, maar wat een boel betekenissen hangen daaraan!

De regel wordt behandeld als een spreekwoord waar je ook naar hartenlust op kunt variëren. Ton den Boon kwam bijvoorbeeld tegen ‘alles van waarde is weergaloos’ en ‘alles van waarde is kwetsbaar’ [Boon, 2007]. Er schijnt een CDA-rapport te bestaan (uit 2006) met de pakkende titel ‘Alles van waarde is weerbaar’. Dat is dan weer typisch de politiek: de maakbaarheid van het leven, anders heeft het geen zin om bestuurders te kiezen. En dan zijn er nog mensen die denken dat de poëzie niet leeft…

Delphine Lecompte verwijst nog even naar het verzekeringsgebouw waar Lucebert regel hing/hangt als er aan het einde van haar gedicht een dikke vrouw tevoorschijn komt, getekend door de ‘ik’: ‘de dikke vrouw draagt een groene pet / Van een verzekeringsbedrijf dat niet meer bestaat / hun mascotte was een otter / Met het onderlijf van een afgebeuld circuspaard.’ Nu ben ik zo benieuwd of dat inderdaad het geval was bij verzekeringsbedrijf Nieuw Rotterdam. Tot nu toe heeft Google mij nog niet kunnen helpen. Het wordt tijd voor een naslagwerk met oude logo’s…

Als we de beroemde regel terugzetten in het gedicht waaruit het is ontsnapt, komen we er dan meer over te weten? Voordat we het diepe ingaan, krijgen we nog wat les van Ilja Leonard Pfeijffer, groot liefhebber van Lucebert. Hij was helemaal gek van diens regels ‘de oude meepse barg ligt / nimmermeer in drab’. Toen hij later in het woordenboek opzocht waar dat ‘meepse’ en dat ‘barg’ vandaan kwam, was hij teleurgesteld. Het weten maakte de betovering stuk. In zijn essay over ‘de mythe van de verstaanbaarheid’ [Pfeijffer, 2011] schrijft hij daar uitgebreid over. Bij poëzie kun je ook iets begrijpen zonder dat je het allemaal begrijpt. Pfeijffer: “Er zijn verschillende soorten van begrijpen. De tegenstelling tussen verstaanbare en ontoegankelijke poëzie impliceert geen tegenstelling tussen begrip en onbegrip, maar tussen het huis-tuin-en keukenbegrijpen van ons dagelijks leven en een andere vorm van begrijpen. Want je kunt bezwaarlijk beweren dat ik het gedicht van Lucebert niet begreep voordat ik ‘meeps’ en ‘barg’ had opgezocht. Ik begreep donders goed dat de verzen op mij en de hele wereld van toepassing waren. Alleen was dit geen begrip van het type waarvoor je punten scoort op een tentamen Nederlands, geen analytisch begrip dat zichzelf met rationele argumenten kan rechtvaardigen.”

En dan komen we bij de essentie van Pfeijffers betoog: “Het was een vorm van synthetisch begrip: er is geen betekenis buiten de verzen, de betekenis valt samen met de verzen zelf; het is wat het is en het is logisch en goed. Verstaanbare poëzie kun je lezen zoals je de gebruiksaanwijzing voor een wasmachine leest. Zogenaamd ontoegankelijke poëzie wordt volledig verstaanbaar zodra je op een andere manier leert lezen. Je moet je laten meevoeren door de magische logica van taal, klank en ritme langs een pandemonium van beelden en emoties. Je moet afleren je zorgen te maken over de oplossing van het cryptogram. Het gedicht is taal, beeld en muziek; er is geen sprake van een betekenis die buiten het gedicht ligt en die er door de dichter op een sadistische manier in is verstopt.” 

Die instelling heb je vaak nodig bij het lezen van gedichten, zeker bij Lucebert: open staan voor de muzikale kant van de taal. Zijn gedichten kennen veel alliteratie en weinig eindrijm: ‘het herinnert zich heilloos’. Maar ook ‘binnenrijm’: ‘blijft ijlings’. Luceberts gedichten zijn kort en ritmisch en proberen je iets duidelijk te maken dat niet in de woorden verstopt zit. Zeker het gedicht dat geen gedicht is maar een lied. Tenminste de titel geeft aan dat we de tekst te horen krijgen van een lied van een ‘zeer oude’. En wat zien we vaak bij een lied? Herhaling! Als een soort refrein zingt de oude steeds ‘als het hart van de tijd’. Veel abstracte zaken hebben vaak menselijke eigenschappen bij Lucebert. Dat de tijd een hart heeft, past helemaal in zijn dichtwereld.

Wie is die ‘zeer oude’? Filosofen herkennen in de eerste regels de visie van de oude Griekse filosoof Parmenides. Dat zal wel, maar wat moeten we er mee? De uitdrukking ‘zoals de ouden zongen, piepen de jongen’ is er een die bekend is bij veel meer mensen. Piepende jongen komen we verder niet tegen, maar wel gaat de oude ons iets leren. Iets ingewikkelds over veel en weinig, over wat er is en wat er was. En iets over waarde en hoe kwetsbaar dat is: onverdedigbaar. Onverzekerbaar zou ik eraan toe willen voegen, maar dat is dan weer geen reclame voor de verzekeringsmaatschappij die ooit het project sponsorde.

Let op hoe de dichter speelt met ‘noch’ en ‘nog’. Woorden de gelijk klinken maar iets anders betekenen. Let op het woord ‘eerst’ dat hier wordt gebruikt op niet-Amerikaanse wijze, maar in de betekenis van ‘pas’. Het draait allemaal om het ‘zijn’, om datgene wat ‘is’ in het hier en nu. Wat is het hart van de tijd? Wat staat er midden tussen wat er allemaal is gebeurd en wat er nog moet gebeuren? Nu, maintenant, now… Pas als het ‘is’, is het serieus zo, staat ergens in het gedicht. Als je dat als uitgangspunt neemt en dan de regels in de eerste strofe tot je laat ‘doorzingen’, schurk je aan tegen een interpretatie. We ontmoeten een ‘zeer oude’ die zingt in het nu, dus die weet verdomd goed waarover hij het heeft. Hij heeft al heel wat ‘nu’ achter de kiezen. Herinneringen voegen niet veel toe aan het nu, die zijn ‘heilloos’. Het ‘nu’ is weer weg voor je het weet, hij ‘blijft ijlings’.

En dan, als ware het een sonnet met een wending, begint de ‘zeer oude’ over de zaken die écht waarde hebben. Dingen die ons het meest raken, aanraken, waardoor die weerloze waarde alleen maar toeneemt. Maar er staat nu ook iets als: alles van waarde wordt aan alles gelijk zoals het nu. Alles van waarde blijft ijlings. Slechts 63 woorden telt het gedicht (inclusief de titel) en dat is genoeg om te tonen hoe kwetsbaar we zijn met alle écht belangrijke dingen. En de neonletters vatten dat nog eens samen in vijf woorden. Ik krijg steeds meer de indruk dat het management van die verzekeringsmaatschappij geen idee had van de betekenis van de woorden, hoog op hun gevel. En dat is ook mooi…

 

de zeer oude zingt:

er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings

alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd
als het hart van de tijd

Lucebert

 

Dat het een lastig gedicht is, blijkt wel als A.H.J. Dautzenberg dit gedicht van Lucebert laat lezen aan bezoekers van de Albert Cuyp markt in Amsterdam. Bijzonder is wel dat de muzikaliteit van de taal direct wordt herkend, maar dat het duiden van de betekenis lastiger is. De regel ‘alles van waarde is weerloos’ levert voer voor discussie, die regel is voor de lezers de meest concrete…

Advertenties