De beste 2100 gedichten (1/2)

Het heeft even geduurd, maar mijn verzameling is volledig! Niet langer hoef ik boekenbeurzen, obscure winkeltjes en kringloopgiganten af om te speuren naar de ontbrekende delen. De volledige reeks ‘De 100 beste gedichten van…’, uitgegeven in de context van de VSB-poëzieprijs, staat in mijn boekenkast. Ook de familie is geïnformeerd, mijn dochter mag weer op zoek naar boeken voor zichzelf! Overigens heb ik de meeste delen gevonden bij de kraam van Books 4 life uit Utrecht die ieder jaar weer in de gangen staat bij de Nacht van de Poëzie. En, ik geef het toe, de laatste paar exemplaren heb ik achterhaald via de website Boekwinkeltjes… 

De inleiding van de laatste bloemlezing sluit af met de tekst ‘We hopen dat deze vierentwintigste bundel – de laatste in de reeks ‘100 beste’ – het meest welsprekende antwoord is op het afschaffen van de VSB Poëzieprijs. De dichters zullen zich er niet door laten afschrikken. Gelukkig kan men de poëzie nooit afschaffen.‘ Dat van die 24-ste en laatste bundel is niet correct. De VSB-prijs is 24 keer uitgereikt. Zie voor de lijst van gelauwerden een eerdere blog uit het Rijmrijk. Toch kent de reeks maar 21 delen. Hoe is dat mogelijk?

Ten eerste: men is twee jaar later begonnen. Van 1994 en 1995 zijn wel de prijswinnaars aangewezen, maar er was geen bloemlezing van de beste 100 gedichten uit het betreffende jaar. Het was het idee van Herman de Coninck om meer te doen met de inspanningen van het beoordelen van de beste bundel en zo startte hij een traditie. Oké: 24 minus 2 is 22, komen we er nog steeds één tekort. Dat is gekomen omdat men het anders wilde aanpakken. De bundels met in de titel de jaartallen 1996 tot en met 2008 gingen ook echt over die kalenderjaren. Alle bundels die verschenen van 1 januari tot en met 31 december mochten meedingen voor dat betreffende jaar. De bundel verscheen later.
Later wilde men graag de koppeling met de poëzieweek en de dag van de poëzie en die zijn in januari. En men wilde graag op de omslag het jaartal van verschijnen. Dit betekent dat de titel veranderde met als eerste: De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2011.  Die bundel behandelt de 159 gedichtenbundels die verschenen van januari 2009 tot en met augustus 2010, dat zijn 20 maanden! Daarom ontbreekt er dus nog een deel. Moet je ook maar weten als je aan het verzamelen bent!

Bij zijn bespreking in Meandermagazine van de versie van 2014, toen samengesteld door de burgemeester van Rotterdam, zegt recensent Joop Leibbrand het al: “Ik benijd de poëzielezers die vanaf het begin ieder jaar de nieuwe bundel hebben aangeschaft. Een beter overzicht van twintig jaar Nederlandstalige poëzie kun je niet in de kast hebben staan.” Een uitspraak die door de uitgever is geplaatst op de uitgave van 2017. Joop zelf heeft dat niet meer kunnen lezen omdat hij overleed in 2015. Plaatsing van deze quote op de cover zegt genoeg: het gezag van Meander Magazine staat buiten enige discussie. Overigens behandelt recensent Leibbrand ook de uitgave van de beste 100 gedichten uit de Turing gedichtenwedstrijd van dat jaar en zo heb je over een bepaald jaar wel een aardig inzicht in wat er leeft in de Nederlandse poëzie.

Samenstellers

De samensteller van dienst was dezelfde als de juryvoorzitter voor de prijs. Samen bepaalden juryleden wie de prijs zou krijgen, geheel in zijn eentje wees de voorzitter de 100 gedichten aan. Vaak schreven de samenstellers er een inleiding bij waarin zij poogden een ontwikkeling te zien terwijl ze maar overzicht hebben over één jaar. Bij de samenstellers zitten dichters, taalwetenschappers (soms gecombineerd) en politici. 

Jaar in titel Samensteller(s) Aantal beoordeelde bundels
1996 Herman de Coninck Zo’n 70
1997 T. van Deel Meer dan 70 bundels
1998 Wiljan van den Akker Iets meer dan 60
1999 Jozef Deleu 61
2000 Theo de Boer
2001 Geert Buelens Meer dan 80
2002 Gilles Dorleijn 85
2003 Ad Zuiderent 88
2004 Thomas Vaessens 86
2005 Lut Missine 101
2006 Henk van der Waal Geen opgave
2007 Odile Heynders 87
2008 Rob Schouten 106
2009 ——- bestaat niet  
2010 ——- bestaat niet  
2011 Maaike Meijer 159 over twee jaar
2012 Kathleen Ferrier 122
2013 Saskia J. Stuiveling 75
2014 Ahmed Aboutaleb 115
2015 Peter Vandermeersch 107
2016 Kees ‘t Hart 114
2017 Francine Houben 134
2018 Maaike Meijer en
Anikó Daróczi

Er valt veel meer over de reeks te schrijven, maar we moeten ook iets overhouden voor een volgende blog. Het mooie van de verzameling van 2100 gedichten is dat je bij actuele berichtgeving meteen kunt checken: heb ik werk van die dichter en wat vind ik daarvan? Met de benoeming van Tsead Bruinja tot Dichter des Vaderlands deze maand, kan ik meteen aan de slag. In de editie 2016 treffen we twee gedichten van hem aan en één van de twee geeft meteen aan waarom Bruinja geschikt is als duidende dichter. In ‘Fukushima’ (het 1824-ste gedicht van de VSB-reeks) gaat hij in op de ramp in een Japanse kerncentrale ten gevolge van een aardbeving op 11 maart 2011. Bruinja doet wat we kunnen verwachten van een Dichter des Vaderlands: hij plaatst de actualiteit in het perspectief van de eeuwigheid.

Fukushima

de aarde is een tas om de schouders van de maan
de aarde is een tas met slappe hengsels
uitgerekte hengsels
want de zon is zo zwaar

ik werd verliefd op de eerste regel haar a’s lonkten
haar beelden schreeuwden om een vervolg

de zon hangt in een tas om de maan haar schouders

ik krijg er warme handen van
het zet de televisie aan

de beeldspraak verdwijnt in een tunnel
ik moest denken aan de lekkende kerncentrale
zou het daar iets over zeggen?
moet ik het gedicht daar naartoe buigen?

ermee onder de armen naar een radioactief strand
waar oude mannen op klapstoeltjes
tevreden in hun emmers kijken
naar vissen die veel groter worden?

of zwemt in datzelfde water een aarde?

was het niet een tas
maar een emmer?

Tsead Bruinja

De bundel die voorlag bij de VSB-jury was Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden uit 2015, maar het betreffende gedicht werd al geschreven in 2011 voor het tijdschrift ‘De Gids’. Toen had het wel een andere titel: ‘Grote Vijver’. Op zijn eigen website leest Bruinja het gedicht voor en vertelt hij erover: “Ik was kort hiervoor voor een vertaalproject in Cardiff geweest. Daar vertelde een beeldend kunstenaar me over een reis die hij in de jaren tachtig had gemaakt naar Japan. Hij was ook in Fukushima geweest, waar later de kernreactor na de Tsunami zo zou gaan lekken. De reactor lekte toen al, zeiden omwonenden hem. Ze smeekten hem om die informatie op te nemen in de documentaire die hij aan het maken was en vertelden hem over de grote vissen en over de manier waarop de Japanse regering de omgeving ‘bewoonbaar’ maakte; arme mensen uit andere plekken werden gelokt met een toelage als ze in de buurt van de kernreactor gingen wonen.” 

Het gedicht begint vanuit de gedachte dat de aarde vooral een tas is waarin veel kan worden gestopt. Een schoudertas vraagt om een schouder en dan is de maan een goede kandidaat. In de vijfde regel zien we de dichter als vakman in actie: de muziek in de zin spreekt zo aan dat hij er graag meer mee wil doen. Dus herhaalt hij nog maar eens het beeld. Inhoudelijk onnodig, want dat de zon in de tas zit dat weten we sinds de vierde zin waarin wordt verteld dat de zon zo zwaar is dat de hengsels van de tas eronder lijden.

Dan wordt het een beetje lastig in het gedicht. Er is een ‘het’ die de televisie aanzet. Is dat gewoon die zon? Normaal doet een zon niet zulke dingen, maar normaal zit de zon ook niet in tas ‘aarde’. Als we bedenken dat de zon zoveel malen groter is dan de aarde, is dat ook lastig. Maar misschien gaat het niet om de hele zon, maar om de diens plaatsvervangers op aarde: de kerncentrale. De dichter worstelt met de beeldspraak waar hij mee is begonnen en maakt daar gewoon de lezer deelgenoot van… De dichter vraagt de lezer gewoon om hulp: ‘moet ik het gedicht daar naartoe buigen?’ Hij wacht niet op antwoord maar stelt voor hoe dat dan uitpakt. De keuzes die hij maakte aan het begin van het gedicht worden ter discussie gesteld: is de aarde niet een tas, maar eerder een vis? En die tas uit het begin, moest dat niet eigenlijk een emmer zijn?

Luister hoe Tsead Bruinja dit gedicht voorleest:

Advertenties