Over weemoed en kattenmeppers

on

Opgestaan uit de dood, zo leek het. Maar dichter Levi Weemoedt was niet overleden, hooguit in de vergetelheid geraakt bij het grote publiek.  Toen poëzieliefhebber Özcan Akyol, ook wel bekend als Eus, een bloemlezing maakte met het Weemoedigste uit Weemoedts bundels, kwam er weer écht leven in de geplaagde man. Poëzieliefhebbers wisten wel dat hij nog leefde. Hij stond immers nog op het podium van het Utrechtse Vredenburg tijdens de Nacht van de Poëzie van 2015. De Nacht is er voor heavy en voor light verse.
Een televisieoptreden van Levi Weemoedt en Eus rond de BestOfBundel Pessimisme kun je leren bij ‘De Wereld Draait Door’ om herontdekt te worden bij het grote publiek, dan nog eens terugkomen met andere light verse kunstenaars als Hans Dorrestijn en Jan Boerstoel om te vieren dat Levi’s bloemlezing zo goed verkocht. De bundel van Isaäck Jacobus van Wijk, zoals Levi eigenlijk heet, staat al wekenlang hoog in de boeken top tien en dat voor een boek met poëzie. Voor wie het werk van deze melancholieke dichter nog niet kent, citeer ik er een met een toepasselijke titel uit de bundel Geen bloemen uit 1978.

Bestseller

’t Gedicht was af, ik klapte zelf maar in m’n handen
zó mooi of dat het klonk. ’t Applaus zwol aan.
Er steeg gejuich vanuit mijn beide prullemanden
en ‘k hoorde: ‘Bis! Geweldig! Ja, héél mooi gedaan!’

O. ‘k ben wel droef, maar ‘k heb één balsem op m’n wonde:
‘k word door de vuilnisman van a tot z verslonden…!

Levi Weemoedt

Om niet op zijn bekje te vallen…

Levi Weemoedt opgestaan uit de dood en in de kielzog van zijn succes verkoopt ook Hans Dorrestijn een stuk beter. En uitgeverij Prometheus komt met een heruitgave van de bloemlezing met werk van plezierdichters als Godfried Bomans, C. Buddingh’, Gerrit Komrij, Annie M.G. Schmidt, Kees Stip en Driek van Wissen. Deze bundel, getiteld ‘k Wou dat ik twee hondjes was, samengesteld door Vic van de Reijt, is uitgebreid met zo’n 80 gedichten. Daarin staan ook verzen van Simon Knepper en dat bracht mij tot de vraag, wat is er toch van hem geworden? Wij studeerden samen ooit Neerlandistiek in Utrecht, hij schreef gedichten die goed in de smaak vielen bij de peetvader van het lichte vers, drs. P, Heinz Polzer, de uitvinder van de dichtvorm de Ollekebolleke, de singer-songwriter van hits als ‘Heen en weer’ en het lied over de Trojka waar allemaal kinderen uit moeten worden gegooid zodat de ouders de aanvallen van de wolven kunnen overleven. Wat helaas niet lukt: want Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg, aldus P. in ‘Dodenrit’.
Simon Knepper publiceerde bundels bij de respectabele uitgever Bert Bakker. En twee gedichten hebben zelfs de bloemlezing van Gerrit Komrij uit 2004 gehaald. Favoriete gedicht van mij uit de eerste bundel getiteld Heer, bewaar de kattemepper (1982) is het gedicht volgende:

Mei

Klein vogeltje zwierezwaait hoog in de lucht,
Men hoort er zijn fluitertje schallen;
Een vleugeltje links en een vleugeltje rechts,
Om niet op zijn bekje te vallen.

Het past in de romantiek van de plezierdichters dat ze na verloop van tijd verdwijnen. Ze nemen andere identiteiten aan, verdwijnen als spionnen in levens van anderen, overlijden of lijken dood te zijn, zoals Weemoedt. Maar ja, dit zijn de tijden van de sociale media. Verstop je maar eens als Twitter, Facebook en LinkedIn de dienst uitmaken. Ook als je zelf niet actief wil zijn, is er altijd wel een grapjas die jou ‘tagt’ in zijn activiteiten. Ik vond hem terug zonder inzet van het TV-programma Spoorloos en het blijkt dat Simon een zeer fraaie website in de lucht houdt met zijn oude en zijn nieuwe werk: www.kattenmepper.nl De dichter is niet dood, maar verstopt zich in het leven van een gewone, hardwerkende man. Werk waarin ook veel wordt geschreven, zij het geen poëzie. U ziet het: de kattenmepper heeft er door de spellingswijziging (2005) een ‘n’ bij gekregen.

Poëziepromotor Eus gaf aan dat plezierdichters een mooie introductie zijn tot het zwaardere werk. De traditie waarin Weemoedt en Knepper werken is er een van eeuwen terug.
De predikant François Haverschmidt schreef onder het pseudoniem Piet Paaltjens de bundel ‘Snikken en grimlachjes’ dat verscheen in 1867. Zwaarmoedigheid wordt daarin zo zwaar aangezet, zo sterk overdreven, dat het grappig wordt, zij het met een wrange ondertoon. Een afgewezen minnaar kan zo intens huilen dat de hele stoep er nat van wordt. Iedereen ziet het, behalve de aanbeden dame, reden genoeg om er nog een stroom tegenaan te gooien. De gedichten kennen een ouderwets strakke vorm: een herkenbaar metrum en op eindrijm kun je ook altijd rekenen. Latere volgelingen van Paaltjens gebruikten ook de dubbelzinnigheid in de taal om een draai te geven aan een gedicht. Dat zien we ook terug in Kneppers bundel De geur van Zeeuwse meisjes in het volgende gedicht:

Perspectief

Ik laat het rijmen tegenwoordig dikwijls na:
Omdat ik moe ben, of een fluitconcert moet horen,
Of dagenlang de overtuiging onderga
Dat ik niet weldoordacht, maar per abuis besta;
Zo bleef al menig versjuweeltje ongeboren.

Dus als ik straks mijn aardse tocht beëindigd heb
En in processie wordt gedragen langs de straten.
Zegt men eerbiedig tot elkander: ‘Daar gaat Knep,
De man die zoveel prachtig werk heeft nagelaten’.

Simon Knepper

Advertenties