Smullen van gedichten – Knibbe & Snoek

on
Hester Knibbe leest voor uit eigen werk in CODA – Apeldoorn

Een klein schattig cadeauboekje met een vrolijk meidenbladachtige omslag: 100 lekkere gedichten heet het. Ronny de Schuyter en Peter Theunynck hebben het hele repertoire gedichten uit Vlaanderen en Nederland nagelopen om te zoeken naar die gedichten die passen in het thema rond eten, smaken, proeven. Dat hadden ze al eerder gedaan rond het thema ‘Vaders’ maar op de een of andere manier lijkt me dat simpeler. Er zijn zoveel gedichten over moeder en over vader, daar krijg je zo twee van die boekjes mee vol. Grappig is de opmerking in de inleiding over het zoekproces naar de 100 lekkere gedichten: ‘Dichters met een culinaire naam als Soepboer, Cox, Tuinman of Wijnberg hadden natuurlijk een streepje voor.’ En dan vergeten ze nog Paul Snoek, Cees Nooteboom en Ingeborg Peer te noemen die ook allemaal met een gedicht voorkomen.

Mensen die steeds minder menselijk worden

Lekkere gedichten zijn het vast allemaal, alle 100, maar ze gaan niet allemaal écht over eten of proeven. Het beroemdste gedicht van Rutger Kopland over zijn ontroering als hij hele jonge sla ziet groeien, gaat die wel over eten? Natuurlijk kun je volgroeide sla op tafel zetten, bij voorkeur met een spannende dressing, maar dat is niet de essentie van het gedicht. Ook het gedicht/lied van drs. P met de steeds terugkerende regels Knolraap en lof, schorseneren en prei’ gaat over veel maar eigenlijk helemaal niet over eten. Het demonstreert met talrijke voorbeelden het schandalig vervallen van de menselijke beschaving, de voortdurende onderbreking door dezelfde tekstregel als ware het een kerkelijke zang waarin de vier willekeurige groenten steeds worden genoemd, vergroot het komisch effect, maar de groenten op zich voegen inhoudelijk niets toe:

(…) Overal zien wij ze groeien, de horden
Knolraap en lof, schorseneren en prei
Mensen die steeds minder menselijk worden
Knolraap en lof, schorseneren en prei (…)

En beter wordt het niet, zo vertelt ons de laatste strofe:

Nooit meer, nooit meer keert het getij
Knolraap en lof, schorseneren en prei
En zet u dit er dan ook nog maar bij:
Knolraap en lof, schorseneren en prei.

Plukken met de lippen

Eten is een zinnelijk genot dat lijkt op dat andere zinnelijke genot: vrijen. Veel gedichten die eerst over eten gaan blijken later toch over verlangen te gaan. De voorzijde van de bloemlezing met de uitdagende schaars geklede dame en de verwijzing naar ‘lekker’ doet eigenlijk hetzelfde.. Lees bijvoorbeeld het gedicht van Paul Snoek.

Hangende tuin

Frambozen zijn net even roze
als de lelletjes van je oren
en net zo vleeskleurig.

Er staan ook van die fijne haartjes op,
bijna onzichtbaar voor het oog
maar niet voor de lippen.

Frambozen proef je voorzichtig
met de ogen van je tong,
maar van je lelletjes eet ik zachtjes
met ingetoomde tanden.

De broze bessen pluk ik in de late zomer
zorgvuldig tussen duim en twee vingers,
maar de jouw pluk ik met mijn lippen
het hele jaar door.

Paul Snoek

Luister hoe de dichter het zelf voorleest op de Nacht van de Poëzie in 1980…

Zoveel zielen om één

Wat filosofischer is het gedicht ‘Vandaag mosselen’ van Hester Knibbe. Als we een koe slachten, kunnen we daar met veel mensen van eten: één slachtoffer om veel monden te voeden. Bij kleinere dieren is de verhouding andersom, overdenkt de persoon die bezig is een maaltijd met mosselen voor te bereiden. Eerst selecteren welke mosselen geschikt zijn, de schelpen (‘de paarlemoeren huizen’) wassen en het gerecht dan met kokend water bereiden. Maar opeens komt er een soort van wroeging boven drijven bij de kok. Zou het de kok nog wel smaken?

Vandaag mosselen

Van wie de schaal gebroken is
doet niet meer mee, maar ook perfect
gesloten kan niet blijven, ik schoon
de zwart tot paarlemoeren huizen,
verzamel ze met hun bewoners.

Geen ‘sesam open u’ is nodig
wat vuur volstaat, breekt
de gespierde sloten. Ik kruid het blote
levensloze en zet het in een schaal

op tafel. Dat zoveel
zielen moesten gaan om één,
denk ik wanneer het deksel
wordt gelicht, was het niet

beter om een os, een ezel, desnoods
het vetgemeste kalf te nemen, was het
niet billijker één ziel
te offeren voor velen?

Hester Knibbe

Advertenties