Het beste van het beste: nu

Ieder jaar opnieuw verschijnt de bloemlezing met de verwarrende titel: de 100 beste gedichten van het jaar dat pas net is begonnen. Om een boek in de winkels te krijgen, is er een drukproces en een opmaakperiode geweest en daarvoor nog, ook niet onbelangrijk, de weken van het selecteren. Dus eigenlijk had de titel van De 100 beste gedichten van 2018 moeten luiden: De 100 beste gedichten van de eerste tien maanden van 2017. Maar meer kritiek heb ik niet. Het zijn geweldige verzamelingen! Voor een tientje heb je gedichten uit de beste bundels van de afgelopen periode. En ik vind het spannend wat de toekomst gaat zijn voor deze bundels, nu naamgever VSB zich richt op meer maatschappelijke zaken… VSB is een afkorting van De Verenigde Spaarbank en die komt weer voort uit de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen uit 1718. Een poëzieprijs draagt niet voldoende bij aan maatschappelijke effecten, is na al die jaren de redenering. Slecht argument, zeggen velen. Toch fijn dat ze het zo lang wél hebben gedaan, zegt de mildere criticus.

‘Van bij vlagen buitengewoon interessante dichters’

De uitvinder van de bundel, Herman de Coninck, begreep dat de poëzieliefhebber onmogelijk de hele oogst van alle nieuw uitgekomen bundels zelf allemaal kan aanschaffen. In de biografie over Herman de Coninck [Eyskens, 2017] lezen we over de briefwisseling met zijn uitgevers Ronald Dietz en Peter Nijssen in die periode. Hij stelt voor een traditie te starten van een jaarlijkse bloemlezing van de honderd beste gedichten: “Ik zou de poëzie opnieuw willen populariseren, zonder haar ingewikkeldheid op te geven. Waarom schrijf ik dit? Omdat ik ook vorig jaar al, gewoon jurylid zijnde, het idee had dat ook in mindere dichtbundels gedichten staan die het verdienen bewaard te worden. Dit jaar was het aanbod zo rijk dat we in plaats van zeven nominaties graag twintig nominaties gehad hadden. Niet van perfecte dichters, maar van bij vlagen buitengewoon interessante dichters.” De uitgevers zijn snel om. De samensteller is voorzitter van de jury van de VSB Poëzieprijs waardoor hij toch al de hele oogst aan nieuwe bundels uit een jaar onder ogen heeft. De prijs wordt bepaald door samenspraak in de jury, voor de bundel mag de samensteller haar of zijn eigen gang gaan. Herman de Coninck wilde liever zelf de samenstelling doen gedurende een jaar of tien, maar zag in dat hij wellicht daar niet voldoende authoriteit voor was: “(..) ik vrees dat ik er nooit in zal slagen om in Nederland de charismatische poëziekronikeur te worden die ik bij ons ben.” En ‘bij ons’ staat dan voor ‘in Vlaanderen’. In 1996 verschijnt de eerste editie, samengesteld en ingeleid door Herman.

Vierentwintig jaar

De VSB-poëzieprijs is dit jaar voor het laatst uitgereikt. Joost Baars kreeg hem voor zijn bundel Binnenplaats. Misschien komt er een opvolger van de prijs met dezelfde allure en hetzelfde flinke geldbedrag (rond de € 25.000), maar daar wordt nog aan gewerkt. De VSB heeft andere plannen met hun fondsen en na de 24-ste uitreiking is het afgelopen. Waarom ze niet zijn doorgegaan tot de 25-ste met de waarschuwing dat het af is gelopen na het vijfde lustrum, is mij een raadsel. De VSB-poëzieprijs wordt uitgereikt vanaf 1994, de eerste editie van De 100 beste gedichten van… dateert van 1996, dus die is nog niet eens toe aan de 24-ste editie, zoals abusievelijk staat in de inleiding van Maaike Meijer.

Lijst gelauwerden VSB-winnaars

Jaar Gelauwerde Werk
2018 Joost Baars Binnenplaats
2017 Hannah van Binsbergen Kwaad gesternte
2016 Ilja Leonard Pfeijffer Idyllen
2015 Hester Knibbe Archaïsch de dieren
2014 Antoine de Kom Ritmisch zonder string
2013 Ester Naomi Perquin Celinspecties
2012 Jan Lauwereyns Hemelsblauw
2011 Armando Gedichten 2009
2009 Nachoem M. Wijnberg Het leven van
2008 Leonard Nolens Bres
2007 Tomas Lieske Hoe je geliefde te herkennen
2006 Mark Boog De encyclopedie van de grote woorden
2005 Arjen Duinker De zon en de wereld
2004 Mustafa Stitou Varkensroze ansichten
2003 Tonnus Oosterhoff Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen
2002 Anneke Brassinga Verschiet
2001 Kees Ouwens Mythologieën
2000 K. Michel Waterstudies
1999 Esther Jansma Hier is de tijd
1998 Rutger Kopland Tot het ons los laat
1997 Gerrit Kouwenaar De tijd staat open
1996 Leo Vroman Psalmen en andere gedichten
1995 Huub Beurskens Aangod en de afmens
1994 Hugo Claus De Sporen

Slijkgevecht tussen toen en een verzonnen nu

Cees Nootebook draagt voor tijdens de Nacht van de Poëzie in 2017

Het mooie van de reeks met de 100 beste gedichten uit een jaar is dat er in dat betreffende jaar vanzelfsprekend nieuwkomers naast oudgedienden hebben gepubliceerd. Cees Nooteboom bijvoorbeeld. Geboren in 1933 en nog steeds is deze 80-plusser volop aan het publiceren. Hij heeft een grote faam verworven en niet alleen in Nederland. Wie naar zijn website gaat, mag eerst kiezen uit vier talen waarin de teksten worden gepresenteerd. In 2016 verscheen de bundel Monniksoog en daar hebben de samenstellers vier van de 33 gedichten uit overgenomen.

In gedicht 20 onderzoekt de dichter de oorsprong van de kunst. Waar komt de inspiratie eigenlijk vandaan? De afwisseling van dag en nacht geeft een ritme aan: een tweekwartsmaat en gelukkig geen wals, want de derde tel kan alleen de dood zijn en dan is het voorbij. Dan is alles vergaan en kan de tijd niet meer meten hoe het leven verloopt. En op welk moment ontstaat in dat ritme dan een gedicht of een religieus lied (een motet)? Denken wij dat wij scheppen of gaat het scheppen vooraf aan het denken? Er moet een oorsprong zijn van een verlichtend kunstwerk, het lijkt er niet te zijn. Ergens zit de bron: niet in de spiegeling van helder water, maar in de spiegeling van een gevaarlijk en onbetrouwbaar moeras. Of in de wrijving tussen wat wij weten wat er gebeurt is en wat wij nu denken mee te maken: het ‘slijkgevecht tussen toen en een verzonnen nu’. Ergens in een magisch moment gebeurt het. Het gebeurt in dit gedicht van Cees Nooteboom en in de 99 andere gedichten uit de bloemlezing.

 

20

Van alle ritmes vond hij dag en nacht
het mooist. Een, twee, en godzijdank
geen drie. Die kwam later pas, als
alles voorbij was, een donker cijfer

verkleedt als een nul. Hoe komt een kunstwerk
tot stand? Wanneer begint een motet,
een gedicht, een licht dat zonder oorsprong lijkt?
Wie denkt een eerste regel voor hij denkt?

Of, hoe uit een moeras van spiegeling, een
slijkgevecht tussen toen en een verzonnen nu,
een enkel zichtbaar ogenblik ontstaat
waarin de tijd niet meet

wat vergaat.

Cees Nooteboom

Advertenties

Één reactie

Reacties zijn gesloten.