Poëzie om te janken 1/2 – Remco Campert

Het fenomeen komt uit de Verenigde Staten: Poems That Make Grown Men Cry heet de bundel daar in de TrumpSwamps en hij is samengesteld door Anthony en Ben Holden. Vandaar dat er op de omslag staat: ‘Nederlandse editie’, zodat er in Amerika geen misverstanden ontstaan! Titel: Gedichten die mannen aan het huilen maken. De bloemlezing met gedichten waardoor volwassen mannen hun tranen niet kunnen bedwingen, blijkt in Nederland een beetje minder vochtig. De samensteller benaderde 150 Nederlandse en Vlaamse mannen met de vraag of een gedicht willen noemen dat ze geraakt heeft, natuurlijk voorzien van een uitleg daarbij. Van die bekende 150 mannen hebben er 63 daadwerkelijk gereageerd. Blijkbaar was het een succes want snel na deze versie kwam er ook een vrouwenversie uit, samengesteld door Isa Hoes, Gedichten die vrouwen aan het huilen maken. De titel ligt voor de hand. Opvallend verschil: er hebben slechts 61 ‘vooraanstaande’ vrouwen gereageerd. Anderzijds: de vrouwenversie is kennelijk toch populairder dan de mannenversie, want daar is intussen een paperback van te koop voor een tientje. Het wachten is op een genderneutrale versie…

Wilmink, dichter des mannentraans

‘Aan het huilen maken’ gaat niet voor iedereen op, er is niet altijd traanvocht bij betrokken. Emile Roemer raakt steeds weer geïnspireerd door de kracht van Gorters Mei. Piet Paaltjens Aan Rika opende een deur voor Arnon Grunberg. Politicus Willem Aantjes ziet vooral herkenning in De buit van Geerten Gossaert. Arjen Lubach koestert de weemoed in November van J.C. Bloem. Zwerversliefde van Adriaan Roland Holst vormt een kompas bij de lastige levenskeuzes van Waldemar Torenstra. Bennie Jolink koestert Ben Ali Libi van Willem Wilmink omdat hij het ooit eens indrukwekkend heeft zien voordragen op televisie door Joost Prinsen. En omdat het zo fantastisch de waanzin van de Tweede Wereldoorlog weet te vangen. Willem Wilmink is, zonder echte concurrentie, de dichter wiens werk het meest wordt genoemd: vijf maal! Dan volgt Rutger Kopland met een score van drie gedichten en dan zijn er nog een zestal dichters die worden geëerd met een score van twee: Gerrit Achterberg, Hugo Claus, Herman de Coninck, Judith Herzberg, Piet Paaltjens en M. Vasalis.

Ik pleng er geen tranen bij

De boeiendste reactie komt van Remco Campert die zegt tekort te schieten om mee te kunnen doen “… want ik heb nog nooit om een gedicht gehuild, ondanks mijn man-zijn. Wel zijn er veel gedichten die ik bewonder, maar ik pleng er geen tranen bij. De titel van de bloemlezing suggereert dat men er een harde dobber aan heeft om een man aan het huilen te krijgen. Dat lijkt me een achterhaalde gedachte. Poëzie die ik bewonder, maakte me eerder opgewekt, hoe droevig ze ook mag zijn.” Het enige kunstvoorwerp dat hem zo schokte dat hij tranen in zijn ogen kreeg was het schilderij van Piet Mondriaan met de titel Victory Boogie Woogie.

Klaagzang

Remco Campert komt nog een keer voorbij: als de dichter van Lamento en dat gedicht is door Joost Zwagerman,  toen nog bij de levenden, genoemd als gedicht dat hem ontroert: “Lamento is een exceptioneel gedicht binnen het oeuvre van Remco Campert. Het is heel lang en het is tegelijkertijd heel muzikaal. Het is alles tegelijk: een verhalend, maar ook een bezwerend gedicht, Parlandoachtig, maar ook lyrisch. Het is, kortom, verhaal en muziek ineen.” De bijna 90-jarige Campert schrijft nog steeds: columns in de Volkskrant maar er verscheen deze maand ook weer een nieuwe bundel van de grootmeester: Open Ogen. En Campert is erin geslaagd toch een vernieuwing aan te brengen in zijn werk. Er zijn altijd wel sporen van de oorlog in zijn oeuvre, maar dan gaat het vaak om de laatste grote wereldoorlog, de oorlog waar zijn vader Jan Campert slachtoffer van was. In Open Ogen gaat het om de brandhaarden van nu, de indrukwekkende beelden van vluchtelingen in krant en op het nieuws. Het lijkt of hij zijn afstandelijke beschouwende observaties verlaat om meer een standpunt te geven.

Stamelen

Lamento stamt uit een bundel uit 1992 en wordt wel beschouwd als een van zijn klassiekers. Hij komt voor in de NRC top 100, Pfeijffer nam hem op [Pfeijffer, 2016] en ook Anne Vegter ziet er een gedicht in dat hoort bij een levensfase [Vegter, 2015]. Hij schreef het vers om te worden voorgedragen onder begeleiding van jazz en daarom is het zo goed om het Campert zelf te horen voordragen. Er gebeurt in de voordracht iets vergelijkbaars als wat je ziet in de jazz: herhaling van een stukje thema en dan een variatie. Als golfjes uit de rivier die zich herhalen maar toch steeds een beetje anders. De rivier, wellicht dat ´lange diepe water´, waarvan het stromen gedachten oproept aan lucht, licht en weemoed aan een liefde groots en geweest. Aan een liefde die altijd had moet zijn, maar dat niet werd. Heel subtiel maakt de dichter duidelijk dat de dood ook aan de oever van de rivier langs wandelde waardoor ‘altijd’ tot ‘nooit’ is geworden. En dat verklaart dan ook de titel, lamento staat voor klaagzang. Remco Campert zegt er over in een radiointerview [Possel e.a. 2006]: “Bij Poetry International mocht een dichter een componist uitkiezen en ik had het Maarten Altena Ensemble uitgekozen. Dat speelt heel improviserende muziek, dus ik dacht ik moet iets maken waar herhalingen inzitten. Iets wat de indruk maakt dat het bijna gestameld, geïmproviseerd is. Dat hebben we een paar keer opgevoerd en dat ging goed. Het ging zo goed dat ik dacht dat ik het nooit zou kunnen voorlezen zónder muziek. Dat is zo’n wezenlijk element erbij dat ik het zou missen. Maar ik heb dat toch een keer gedaan, bloed kruipt waar het niet gaan kan, en toen bleek het heel goed te kunnen.” Zwagerman is niet meer, het gedicht over de dood dat hij koos overleefde hem, het raakt nog steeds velen. Mannen én vrouwen. Hij kan dus zo in de genderneutrale versie. Als er maar ruimhartig gejankt wordt!

 

Lamento

Hier nu   langs het lange diepe water
dat ik dacht dat ik dacht dat je altijd maar
dat je altijd maar

hier nu   langs het lange diepe water
waar achter oeverriet   achter oeverriet de zon
dat ik dacht dat je altijd maar altijd

dat altijd maar je ogen   je ogen en de lucht
altijd maar je ogen en de lucht
altijd maar rimpelend   in het water rimpelend

dat altijd in levende stilte
dat ik altijd zou leven in levende stilte
dat je altijd maar   dat wuivend oeverriet altijd maar

langs het lange diepe water   dat altijd maar je huid
dat altijd maar in de middag je huid
altijd maar in de zomer in de middag je huid

dat altijd maar je ogen zouden breken
dat altijd van geluk je ogen zouden breken
altijd maar in de roerloze middag

langs het lange diepe water   dat ik dacht
dat ik dacht dat je altijd maar
dat ik dacht dat geluk altijd maar

dat altijd maar het licht roerloos in de middag
dat altijd maar het middaglicht   je okeren schouder
je okeren schouder altijd in het middaglicht

dat altijd maar je kreet   hangend
altijd maar je vogelkreet   hangend
in de middag   in de zomer   in de lucht

dat altijd maar de levende lucht   dat altijd maar
altijd maar het rimpelende water   de middag   je huid
ik dacht dat alles altijd maar   ik dacht dat nooit

hier nu langs het lange diepe water   dat nooit
ik dacht dat altijd   dat nooit   dat je nooit
dat nooit vorst   dat geen ijs ooit het water

hier nu langs het lange diepe water   dacht ik nooit
dat sneeuw ooit de cipres   dacht ik nooit
dat sneeuw   nooit de cipres   dat je nooit meer

Remco Campert

 

Hier horen we de dichter het gedicht zelf voorlezen…

Advertenties