Herman de Coninck – het meervoud van geluk: wij

Bestaat er al een bloemlezing voor middelbare scholieren? Eentje met gedichten voor de beginnende poëzielezer? In de FeestBoekgroep voor actieve leraren Nederlands stond laatst een oproep van een docent met de vraag titels door te sturen van gedichten die daar dan geschikt voor zouden zijn. Dat is alweer enkele maanden terug en ik weet niet of zij haar voornemen heeft afgerond, ik weet ook niet of zij veel suggesties heeft gekregen. Zelf heb ik het gedicht van Joost Zwagerman voorgesteld waarin iemand heel aandoenlijk een spreekbeurt houdt. Dat moet toch wel enige herkenning met zich meebrengen.

Plint

Zeker, er is aandacht voor poëzie voor kinderen. Uitgeverij Plint is heel actief op dat vlak, het gepresenteerde gedicht wordt dan ook nog vaak voorzien van een fraaie, speciaal gemaakte, illustratie. Die plaatsen ze op posters, op bekers, in agenda’s, in het tijdschrift ‘Dichter’ en in verzamelbundels. Het gedicht met de mus is van Hans Hagen, een dichter die vaker schrijft voor kinderen. Staat in een bundel die Plint aan het uitverkopen is. Een bundel gericht op kinderen ‘van 6 tot 106’ dus dan is er sprake van een ruime marge!

Gedicht uitgelicht

Maar wellicht vinden docenten Nederlands dit allemaal nét te kinderachtig voor hun leerlingen en daarmee te weinig een voorbereiding op het échte werk. Welke gedichten zijn dan geschikt? Het Huwelijk van Willem Elsschot bevat weinig moeilijke woorden of ingewikkelde beschouwingen, maar heeft wel een onderwerp waar men op die leeftijd nog niet zelf mee bezig is. Hoe bezwaarlijk is dat? Gedichten geven vaker een vergezicht op de inzichten van iemand anders! Sommige ‘betere’ songteksten kunnen een inleiding zijn op het leren lezen van poëzie en het gaan waarderen ervan. Volgens mij is het heel moeilijk een bloemlezing te maken voor scholieren. Niet omdat er zo weinig voor ze is geschreven, maar juist omdat er zo veel is. Ik denk wel dat het nuttig is om sommige gedichten te behandelen in de klas met wat achtergrondinformatie. In welke tijd leefde de dichter en hoe keek men toen tegen poëzie aan? Wat heeft de dichter in interviews gezegd over zijn werk? Wat zijn veelvoorkomende onderwerpen in zijn bundels? En dan de leerling loslaten en hem vooral niet vermoeien met vragen over de bedoeling van de dichter. Een gedicht is vaak zoveel meer dan de bedoeling van de dichter.

Liefde voor jouw kind, ook na een scheiding

De gedichten van Herman de Coninck (1944 – 1997) kennen een kleinere afstand tussen de dichter en de lyrische ik dan gebruikelijk is. Je mag deze ‘ikken’ nooit gelijk schakelen (leren we ook de leerlingen), maar ze komen soms zo dichtbij elkaar dat ze vanuit dezelfde blik kijken naar hun werkelijkheid. De bundel Enkelvoud verscheen in 1991 (De Coninck, 2002) en daar staan ook persoonlijke gedichten in. Het geworstel met zijn liefde voor zijn dochter bij wie hij niet meer woont sinds haar moeder, ooit zijn liefste, bij hem is weggegaan. Veel scholieren hebben te maken met scheidingen, veel zullen worden geconfronteerd met emoties van vader of moeder, maar wat zijn dat dan voor emoties? Poëzie helpt om het onbespreekbare bespreekbaar te maken omdat blijkt dat een gevoel kan worden gedeeld. De twee titelloze gedichten staan achter elkaar en kennen dezelfde thematiek hoewel de leeftijd van de dochter een jaar scheelt. Het eerste gaat vooral over de berusting bij de ik. Je kunt boos blijven over wat er is gebeurd, maar dat is zinloos. Je kunt dan beter stilstaan bij het mooie dat is geweest, want dat heb je dan toch maar meegemaakt.

Het tweede gedicht geeft een beeld van wat een scheiding betekent vanuit het perspectief van het kind zelf. Leren dat wat eerst heel normaal is: optrekken als gezin waarin je vader en je moeder samen optrekken, dat opeens niet meer is. Er is geen echt ‘wij’ meer. Het kind heeft al eens wat verloren en dat maakt dat er een angst naar voren komt: de angst om meer te verliezen, dat vrezen maakt een kind ouder dan het werkelijk is. Ook het tweede gedicht eindigt met een soort conclusie, iets wat de ‘ik’ heeft geleerd van alles wat er is gebeurd: het initiatief om te scheiden komt vanuit ouders, nooit vanuit het kind.
Het gedicht is zo persoonlijk en zit zo dicht op de huid dat Rutger Kopland, vriend en voorbeeld van Herman de Coninck, daar moeite mee had, lezen we in de biografie van De Coninck (Eyskens, 2017}. Dat vond Herman merkwaardig want ook dat aspect zag hij terug in het door hem bewonderde werk van Kopland die ook in diens eigen gedichten een dochter liet figureren. Hier heb je een mooi aanknopingspunt voor het gesprek in de klas: hoe persoonlijk mag je schrijven over je geliefden? Hoe ver mag je gaan met het plaatsen van foto’s van vrienden en familie op Instagram en Facebook? Waar liggen grenzen en hoe bewaken we die? Voor degene die bezig was met de bloemlezing voor scholieren: hier heb je er twee, zet ze maar niet te ver uit elkaar…

*

Het liefste wat ik heb is elf geworden.
Feestje. Daarna ging het liefste wat ik heb
naar huis met het liefste wat ik had.
Het kleine meisje met het grote.
Ik met mezelf. Zo vrolijk.

Want het is goed om ooit
iets te hebben gehad.
Het is beter dan nooit
iets te hebben gehad.


*

Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was:
wat ouders deden, en wat alles dus ging doen:
een tafel bij een stoel, nu bij toen.
Het meervoud van geluk was: wij.

Sindsdien heeft ze geleerd wat enkelvoud is.
Zij. Nu weer half van jou, morgen half van mij.

Toen ze acht was was ze tien.
Eén helft van haar gezicht lief,
de andere liever. Bang om te kiezen
tussen verliezen en verliezen.

Vandaag is ze gewoon twaalf.
Vier ouders, twee echt, twee stief.
Slapen gaan moet met eindeloos gezoen.
Ze wint altijd. Ze heeft geleerd wat blijven is.
Wat ouders niet en kinderen wel doen.

Herman de Coninck

Advertenties