Geblaf als lichtstralen – Kira Wuck

on

Poëzie komt tot leven in dichtbundels, in bloemlezingen, op podia én in literaire tijdschriften. Gedrukte tijdschriften, soms helemaal en speciaal voor poëzie zoals Awater en Het Liegend Konijn, soms met ook andere literaire vormen: korte verhalen en essays zoals Hollands Maandblad. De laatste is een van de langslopende literaire tijdschriften die we in Nederland hebben. In 1959 begonnen, toen nog als weekblad, en vanaf 1963 als maandblad. Een tijdschrift dat ongeveer even oud is als ikzelf. Een hele prestatie voor een literair blad! Sint Nicolaas schonk mij het novembernummer van 2017 en daarom gaat de Rijmrijkblog deze keer over Kira Wuck.

Waarom Kira? Gewoon omdat er twee gedichten van haar staan in mijn cadeautje en zij de moeite waard is om aandacht aan te besteden. Een korte biografie vinden we bij uitgeverij Podium en op haar eigen website: Kira Wuck (1978) is dochter van een Finse moeder en een Indonesische vader. Ze groeide op in Amsterdam, maar voelt zich thuis bij het absurdisme en de melancholie uit de noordelijke landen. Ze studeerde aan de Hogeschool Utrecht en aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Haar literaire loopbaan begint op de podia, zij scoort hoog in allerlei Poetry Slam competities.

Kira Wuck tijdens het Tuinfeest in Deventer van 2016

Kira Wuck maakt indruk in literair Nederland terwijl ze eigenlijk nog maar twee boeken heeft gepubliceerd: één dichtbundel in 2012 getiteld Finse meisjes en een bundel korte verhalen in 2016 getiteld Noodlanding. Een prozabundel wordt verwacht in het voorjaar van 2018. Over een nieuwe dichtbundel kom ik niets tegen. Daarom komt het zo mooi uit dat Hollands Maandblad weer wat werk van haar opneemt. Ook een kwestie van Noblesse Oblige omdat Kira voor 2011/2012 de speciale schrijversbeurs van het blad kreeg.

Het sterke gebruik van beelden in een context die vervreemdend werkt, dat is wat de citici aanspreekt in poëzie en proza van Kira. ‘Wucks kracht ligt in de scherpte en veelzeggendheid van haar beelden, die zich nooit onmiddellijk prijsgeven’ zegt de Volkskrant. ‘Onverwachte beelden, die mijn geroutineerde zondag op een aangename manier op losse schroeven zetten’ zegt Remco Campert. Ook in het gedicht dat begint met de regel ‘Vroeger ging ik…’ zien we vier beelden die allemaal worden ingezet door de ‘ik’ om op zoek te gaan naar somberheid: blaffende honden in het asiel, zonnebankdames, wachtende moeders en dan Laika, de hond die bij wijze van proef de ruimte in werd gestuurd door de Russen. Laika, Russisch voor ‘blaffer’, maakte als eerste levende wezen een rondgang om de aarde in een Spoetnik 2 in 1957. Opstijgen en een tijd boven blijven was de opdracht, niet heelhuids weerkeren op aarde. Het is bij elkaar genoeg om de al te grote vrolijkheid wat te bestrijden. Boeiend is dat de beelden niet altijd en voor iedereen diezelfde droefgeestigheid hoeven op te wekken. Er zit veel inkleuring in. Verlangen honden echt naar een halsband? Of uiten ze hun onrust en onvrede omdat ze er weg willen. En de breekbaarheid van de dames die net een zonnebank hebben bezocht, is ook een vorm van projectie. Natuurlijk lost een bruine huid niet op wat er allemaal kan fout zijn in een mensenleven, maar maakt dat van iedere bankbezoeker een escapist waarvoor je je vervangend moet schamen? En wat maakt de wachtende moeders zo melancholiewekkend of gaat het om het missen van de eigen moeder die niet staat te wachten? Beelden met een lading die de ‘ik’ er allemaal zelf in stopt zoals Laika in een Spoetnik…

 

Vroeger ging ik vaak naar het asiel
geblaf scheen als lichtstralen door de tralies
het verlangen om aangelijnd te worden

Nog somberder werd ik
van vrouwen die zorgeloos van de zonnebank kwamen
onder hun huid het breken nabij
een weeïg gevoel van schaamte welde op

Ook keek ik toe hoe moeders die niet de mijne waren
op hun dochters wachtten
Laika die de ruimte in werd gestuurd en niet meer terugkwam

Kira Wuck

Advertenties

Één reactie

Reacties zijn gesloten.