Hans van Pinxteren met lage vleugels

on

Elke zaterdag staat er weer een column van Remco Campert in de Sir Edmundbijlage bij de Volkskrant. Een kleine aanloop en dan twee, soms drie gedichten. Een enkele keer uit zijn eigen oeuvre, vaker van andere dichters. Die aanloopjes gaan vaak over de gemoedstoestand van Remco. En het ouder worden valt hem zwaar. Tel daar de korte dagen van het najaar en de natte herfststormen bij op en we zien dat het zolangzamerhand niet meer hoeft voor de oude dichter. De laatste Vijftiger heeft al heel wat oude vrienden en collega’s weggebracht, maar moet zelf nog even blijven. Op zaterdag 28 oktober (2017 voor het archief) citeert Remco twee gedichten van Hans van Pinxteren. Het zijn de vogels die maken dat Campert aandacht besteedt aan de bundel die volstaat met vliegende dieren en objecten: Vogels, vlinders & andere vliegers. Wel vertelt hij iets over zijn gemoedstoestand, bij wijze van uitzondering werd hij opgewekt wakker met veel zin in de dag. Dat is niet gewoon, zegt hij zelf, meestal wordt hij ‘lichtelijk verdrietig wakker’ zonder een idee te hebben over de oorzaak daarvan. “De nacht duurt lang als hij gedompeld is in verdriet” vertelt de 88-jarige Campert. Het zou een dichtregel van hem kunnen zijn.

Vogels, vlinders & andere vliegers.is een bundel waar Hans van Pinxteren zijn fraaiste werk presenteert, aldus de dichter zelf. Het is zijn tiende dichtbundel, waarin hij oud werk, vaak aangepast, terug laat komen aangevuld met nieuw werk. Van zijn oudere gedichten plaatste hij alleen de gedichten waarin hij zich ‘nog kon vinden’… Over de bundel schreef ik een recensie voor de poëzieblog Meander onder de titel ‘Uitzicht wordt inzicht’.

Zullen we weer eens samen een gedicht lezen en kijken of we de wereld achter de woorden dichterbij kunnen halen? Dit is daar wel een goed gedicht voor.
Wat mij het eerste opviel, was de herhaling. De laatste regel en de eerste zijn precies hetzelfde, als je de hoofdletter niet meetelt. Zou het misschien zijn dat het gedicht zichzelf spiegelt? We onderzoeken wat die gedachte brengt als we kijken naar de regels daar in de buurt. Regel twee en acht hebben verwantschap door het woord vleugels en vlucht (in klank én betekenis) en er is klankovereenkomst in ‘lage’ en ‘vervaagt’. In regel drie en zeven is het minder duidelijk maar ‘avondlucht’ en ‘ijl azuur’ verwijzen naar iets vergelijkbaars. Azuur is een kleur, maar van lucht zeg je dat die ‘ijl’ is waarmee dat azuur toch een soort lucht wordt. De dichter schildert een drieluik: een paneel waarop de eend het landschap binnen komt vliegen, dan een waarop we het silhouet van een bladerloze (‘naakte’) boom precies in het midden zien staan, dat is de spiegel in het gedicht. Tenslotte verdwijnt de eend uit beeld in het derde paneel. Een kort YouTube-natuurfilmpje van een vliegende eend in een kleurrijk landschap, dat is dit gedicht. Het zou zo op FeestBoek kunnen…

Is het gedicht soms nog meer dan een natuurfilmpje? Het is verstandig om bij een natuurobservatie in een gedicht te onderzoeken of de dichter ook een andere werkelijkheid wil aanwijzen, en dat hij symbolische vergelijking wil maken. Niet zelden is een zwaan in een gedicht een verwijzing naar een dichter, misschien zelfs naar de dichter zelf. Maar een eend is geen zwaan en dat weet de eend zelf ook wel. Is deze eend dan een verwijzing naar de immer bewegende mens? Het zou goed kunnen, maar het gedicht geeft daarvoor geen enkele verdere aanwijzing. Moeten we het ‘verdwijnen’ van de eend, zoals we dat in de titel lezen, letterlijker nemen? Wordt de eend in zijn bestaan bedreigt? Er zijn daadwerkelijk steeds minder vogels te tellen in Nederland! Wederom geen extra aanwijzingen daarvoor, dus ook die gedachtelijn is een doodlopend pad. Toch is het bij het lezen wel boeiend om zo tegen de woorden aan te kijken. Juist bij Van Pinxteren zien we dat natuurobservaties bij de observerende ‘ik’ naar inzichten leiden die hij waarschijnlijk niet had gekregen als hij zich niet volop had gestort in datgene wat hij voor zich heeft gezien: uitzicht wordt inzicht zoals hij het zelf zegt, maar dat staat weer in een compleet ander gedicht.

HOE EEN EEND VERDWIJNT

Een wilde eend
trekt met lage vleugels
in de avondlucht

boven de vertakking
van naakte bomen uit
in vermiljoenen gloed

naar het ijl azuur toe
vervaagt zijn vlucht
een wilde eend

Hans van Pinxteren

Advertenties