Een gans ander soort esprit – Annie M.G. Schmidt

on

Soms krijgen literaire helden een eigen standbeeld. Berend Botje is te vinden in het straatbeeld van Zuidlaren. Anton Wachter leefde via de boeken van Simon Vestdijk in het fictieve stadje Lahringen, maar omdat Harlingen zich daarin herkende, staat Anton daar in brons. In Egmond (aan de Hoef) ontmoet ik het Schaap Veronica. Dat is niet het allerbekendste karakter van Annie M.G. Schmidt, ik vermoed dat Dikkertje Dap met zijn rode laarsjes bekender is. Dit beeld is gemaakt door beeldhouwer Frank Rosen en staat er eigenlijk meer als eerbetoon aan de illustrator van veel werk van Annie. Willem Bijmoer woont in Egmond en dat moet worden gevierd!

Het Schaap Veronica is een schaap dat zich in de mensenwereld beweegt met alle ongemakken die het hebben van zoveel wol en pootjes met zich meebrengen. Probeer maar eens piano te spelen als schaap! Veronica lukt het… Het schaap is het hoofdpersoon van heel veel versjes die ooit verschenen op de kinderpagina van Het Parool. Er zijn drie albums verschenen: Het schaap Veronica, Kom, zei het schaap Veronica en Het schaap Veronica haar staart. Nu zijn ze allemaal terug te vinden in de in 1992 uitgegeven verzamelbundel Tot hier toe. Daarin staan ‘Gedichten en liedjes voor toneel, radio en televisie uit de jaren 1938 – 1985.’ De samenstelling van die bundel is een behoorlijke klus geweest omdat Annie M.G. Schmidt op geen enkele manier haar werk documenteerde. Het was: iets maken, uittikken en opsturen. De gedichten over het schaap zijn dan wel geschreven voor de kinderpagina maar staan vol met verwijzingen die door kinderen niet worden opgepikt. Om die reden zijn de verzen dan ook niet beland in de bundeling van kinderversjes getiteld ‘Ziezo’. Ook niet erg, daar staan er als 347 in! En daar zullen we vast ook die gekke Dikkertje Dap weer aantreffen met zijn pedante rode laarsjes.

En zo staan in de ‘volwassenbundel’ tussen de musical- en cabaretliedjes 76 verzen met een licht cabareteske invalshoek. Braaf, maar voor in de jaren vijftg hier en daar met een bescheiden plaagstoot naar de maatschappij. Er zijn vier vaste hoofdpersonen in de verzen: de dames Groen (waarvan ik vermoed dat het er twee zijn), de dominee en het schaap zelf. Hun avonturen zijn herkenbaar en lekker overzichtelijk: een sneeuwpop maken, op vakantie, samen een ijsje kopen, eitjes halen bij de boer, een verjaardag vieren, naar de dierentuin (het schaap blijkt het enige dier met menselijke trekken). Allemaal volgens een streng vast format: vijf kwatrijnen en een tweeregelige afsluiting waarin het gezelschap zich te buiten gaat aan troostvoedsel:

Sst… zeiden toen de dames Groen. ’t had erger kunnen wezen…
Nu gaan we eitjes eten, met een beetje majonneze…

Of:

Ziezo, zeiden de dames Groen, we zijn het weer vergeten,
we gaan nu koffie drinken en amandelkoekjes eten.

Of:

O o, wat zijn we blij. De muis is weg en toch niet dood.
Kom, gauw een zoute stengel met een lekker glaasje rood.

De schaap Veronicaverzen hebben een strak metrum en een dwingend eindrijm. En juist daarin schuilt het speelse van Annie M.G. Schmidt, ze doet haar uiterste best om ongebruikelijk rijm te vinden: vloer op velours, kippenhok met interlok, En waar het lastig wordt, gebeuren geestige dingen. Als het gezelschap strandt hoog in de Alpen, dan roepen ze ‘halp!’ maar ‘niemand komt ons Halpen!’. Of de dominee die op de piano het dansen van Veronica begeleidt. Hij zet ‘zacht en dromerig een melodietje in…’. Wat speelt hij? Een feeëriek ‘walsje van Sjoo-pin’. Ook voor wat betreft metrum speelt Schmidt op gepast wijze vals. Als de dames gaan musiceren worden de instrumenten verdeeld: ‘en juffrouw schaap Veronica, neemt u de bas bas bas.’ Het vers waarin het schaap college geeft over de verborgen binnenwereld van het schaap is een goed voorbeeld van best wel ingewikkelde verwijzingen voor de doelgroep van de kinderpagina. Verwijzingen naar vermaarde denkers en dan de stap maken dat schapen daar boven staan. De leergierige studenten wordt bijgebracht dat ze eigenlijk beter kunnen stoppen met hun studie en veganist moeten worden. En als ze een beetje doorvragen in de collegezaal worden ze naar buiten gestuurd om toch vooral van het lekkere weer te genieten.

***********

Wel wel, zeiden de dames Groen, dat wij dit nog beleven:
ons schaapje geeft college aan de universiteit!
Ja ja, zo sprak de dominee, zij werd daartoe gedreven
door innerlijke drang. En door het Onderwijsbeleid.

Daar stond het schaap Veronica, een beetje bleek, maar waardig.
Zij gaf college in de schapen-sociologie.
Kijk, zei het schaap Veronica, dit is zo eigenaardig:
wij schapen hebben doorgaans een gans ander soort esprit.

Wij schapen denken anders, dat is nu zojuist bewezen.
Ik wil niet zeggen Beter, nee, dat zeg ik niet direct,
maar Anders. En men kan daar nog te weinig over lezen.
Men weet nog maar zo weinig van het schape-intellect.

Toch hebben ook wij schapen onze Kant en onze Hegel,
wij hebben onze Marx, wij hebben onze Stuart Mill,
maar ja, zij schreven nooit iets op, geen letter en geen regel,
ze hielden ’t lekker voor zichzelf. Ze hielden ’t lekker stil.

En dat is juist de waarborg voor de allerhoogste wijsheid,
slik alle wetenschap maar in, dan pas houdt men haar hoog
en daarom zijn de schapen nog precies als in de ijstijd:
tevree met gras en water. Dit is ’t eind van mijn betoog.

Professor schaap Veronica, zo riepen de studenten,
vertel ons nog iets aardigs van de schapenmaatschappij!
Nee, zei het schaap Veronica. ’t Is buiten volop lente,
ga heen en ga wat dart’len met de schapen in de wei.

’t Was knap, zeiden de dames Groen in hun gebloemde jurk,
en nu een glaasje advocaat in de Vergulde Turk.

Annie M.G. Schmidt

Advertenties

Één reactie

Reacties zijn gesloten.