J.C. Bloem van Amersfoort tot Zutphen

Mijn favoriete beschadiging aan een boek is een opzettelijk met stift aangebrachte stip op de zijkant. Op de gestapelde bladzijden een kleine rode stip. Niet de weinig subtiele zwarte strepen voor slechtziende boekverkopers, maar gewoon een overzichtelijke stip. Met dit brandmerk verplaatst het boek zich naar een andere klasse: hij wordt tegen een absolute dumpprijs te koop aangeboden. Soms niet eens in een fatsoenlijke boekenkast maar in bananendozen, samen met andere boeken gebrandmerkt en ongeordend bij elkaar.

Nog steeds mis ik De Slegte. Daar kon je heerlijk rondzwerven en als je een aanval van schrijflust kreeg, een overmatige aandrift om een boek te schrijven en te laten uitgeven, kwam je tussen alle winkeldochters weer bij zinnen. Zoveel fraais dat afgevoerd werd via de achterdeur. Gelukkig zijn er boekwinkels in grote steden die de functie van De Slegte hebben overgenomen en daar mag ik graag en regelmatig even langs de ruggen kijken naar wat er is bijgekomen. In Arnhem is dat het Colophon, in Apeldoorn de tweede vestiging van Nawijn & Polak. Daar trof ik tussen de boeken met een rode stip wat ik helemaal niet zocht, maar misschien onbewust toch weer wel, want ik pakte hem meteen, rekende de euro contant af aan de kassa en ging huiswaarts als eigenaar van Querido’s letterkundige reisgids van Nederland. Een uitgave van 1982 onder redactie van Willem van Toorn.

Het lemma Sint-Nicolaasga.

Heb je daar nog wat aan, een 35 jaar oude reisgids? O ja, zeker weten! Natuurlijk ontbreken er schrijvers en dichters uit de laatste periode en worden sommige behandeld of ze nog volop in het leven staan terwijl ze toch echt dood en begraven zijn. Vanzelfsprekend zijn er schrijvers genoemd die we nu echt wel zijn vergeten vanwege hun te marginale rol in de geschiedenis. Natuurlijk zijn er huizen verdwenen of hebben een andere functie gekregen in de loop der tijd. Maar er blijft nog genoeg te genieten over. In 1982 was Hulshorst nog een actief stationnetje en waren er zorgen over de toekomst. Wij weten dat het gebouw een woonhuis is geworden met het gedicht van Achterberg waarin hij het bezingt op een bord naast de tuin.

Geboren, gewoond, gestorven. Geleefd en beschreven.

De literaire reisgids verbindt topografie met het geestelijk leven van bekende auteurs. Dat stuitert alle kanten op: geboorteplaats, plaats van overlijden, woonplaatsen gedurende het leven, plekken waar ze een maatschappelijke functie hadden, dorpjes waar ze op bezoek gingen bij andere auteurs. Van Willem Kloos is zelfs het adres van de Utrechtse verslavingskliniek opgenomen waar hij herstelde van zijn drankverslaving. Je kunt er langs, voor de deur gaan staan en mijmeren in de hoop iets dichter bij je held te kunnen zijn. Ook de plaatsen waar de dichters en schrijvers óver schreven, wordt aangehaald. De makers van de reisgids hebben hun taak lekker breed opgevat.

De gids is streekgewijs geordend waarbij per gebied een andere schrijver aan de slag is gegaan. Jeroen Brouwers schrijft over de Achterhoek, Wiel Kusters over Limburg en Willem van Toorn zelf over Drenthe. De grote steden waar veel te beleven is geweest, hebben hun eigen hoofdstukken gekregen. Ad Zuiderent heeft Amsterdam in kaart gebracht en Arjaan van Nimwegen Utrecht. Een effect daarvan is dat als je via de index de sporen zoekt van één schrijver je op verschillende plaatsen in variërende tijden terecht komt. Zullen we dat eens doen voor ‘domweg gelukkig in de Dapperstraat’-Bloem? Deze dichter die leefde van 1887 tot 1966 wordt, afhankelijk van de afdeling waar je bent aangeduid als ‘Jacques’ of als ‘J.C.’. En gelukkig zijn er veel sporen van de man te vinden in Nederland. We pakken de index en volgen de bladzijden waar naar wordt verwezen.

Bladzijde Plaats Tijdsindicatie Toelichting
66 Lemmer Rond 1930 Bloem was hier griffier van het kantongerecht
72 + 73 St. Nicolaasga, Kerkstraat 23 1928 – 1931 Woonplaats in de periode dat hij werkte bij de griffie van Lemmer
106 Kalenberg Laatste levensjaren Woonplaats
109 Paaslo Vanaf 1966 Begraafplaats, met zijn grafsteen waarop staat Voorbij, voorbij, en o, voorgoed voorbij
124 Warnsveld o.a. Rijksstraatweg 130 1942 – 1946 Griffier kantongerecht Zutphen
129 + 130 Zutphen, kamers aan de IJsselkade 7 1942 – 1946 Oorlogsjaren, en deze plek lag niet ver van het station waar door geallieerde vliegtuigen bombardementen werden uitgevoerd op een munitietrein. Hij woonde daar niet, maar had er wel zijn boeken staan.
153 Arnhem Geboorteplaats van drukker van Bloems werk (De Zilverdistel)
158 Ede Woonplaats van Arthur van Schendel waar Bloem regelmatig op bezoek gaat
183 Amersfoort, Regentesselaan 6 Rond 1905 Woonplaats ouders, Bloem doet eindexamen
187 Baarn Woonplaats van J.J. Thompson waar Bloem regelmatig op bezoek gaat
195 Hoogland Plaats waar J.J. Thompson predikant is…
200 Rhenen, Grebbeberg Op het nationale legermonument daar staat het kwatrijn van Bloem:
Vijf dagen
220 + 221 Utrecht, Voorstraat 20 Rond 1912 Bloem studeerde daar. Twee gedichten over de sluisjes aan de Bemuurde Weerd staan er in zijn oeuvre.
237 + 238 Breukelen Rond 1931 Griffier bij het kantongerecht Breukelen
244 Blaricum Bloem zou de ‘hut’ van Roland Holst hebben gekregen
251 Bussum Eén van Bloems eerste gedichten gaat over een villapark in Bussum
258 Hilversum Na een radio-uitzending heeft Bloem zich verbaasd uitgelaten over de naam Ministerspark, later hernoemd…
354 Amsterdam, Oosterpark Na 1949 Bloem heeft gewoond in het Willem Witsenhuis
356 Amsterdam, Dapperbuurt 1945 In dat jaar schreef Bloem zijn bekendste gedicht ‘De Dapperstraat’…
428 Den Haag ‘waar zit men ’s zomers in Amsterdam zo prettig buiten als in Den Haag voor de De Posthoorn’ vroeg Bloem zich af verwijzend naar een beroemd kunstenaarscafé
441+442
(eigenlijk 443 + 444)
Den Haag, Kijkduin Jaren dertig Clara Eggink woonde daar. Bloem werkte bij het ministerie van Sociale Zaken
478 Rotterdam, Westzeedijk Jaren twintig Woonplaats, Bloem werkte als nachtredacteur bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Hun zoon werd geboren in het Diakonessenhuis.
484 Rotterdam 1926 Bloem beschrijft Rotterdam als een geschikte stad die rust brengt in de geest van dichters: ‘niet om wat het heeft, maar om wat het mist…’

Het vroeger nu

Bij het uitkomen van de letterkundige reisgids was de mensheid nog ver verwijderd van moderne genoegens als Google Maps en het bijbehorende Streetview. Als stalker van dichters kan ik gewoon thuisblijven en de computer het werk laten doen. Zo heb ik wat adressen opgezocht en fotografisch vastgelegd. Dwars door de tijd, dwars door het land… Huizen als getuige van een tijd die voorbij is, o en voorgoed voorbij.

Amsterdam, Willem Witsenhuis

Friesland, Sint Nicolaasga

Warnsveld vlakbij Zutphen

Zutphen, de IJsselkade

Hoe dapper is de Dapperstraat?

Markt in de Dapperstraat. Veel van de huizen in deze straat zijn vervangen of gerenoveerd sinds Bloem er gewandeld kan hebben.

De reisgids loopt langs het echte leven van schrijvers en dichters maar ook langs de plekken waarover is geschreven. Bloems allerberoemdste gedicht is toch wel die met een verwijzing naar een echte Amsterdamse straat in de Dapperbuurt. Maar hij heeft het verder niet over wat hij daar allemaal aantreft. Het gedicht gaat misschien wel helemaal niet over de Dapperstraat. Het is wel een straat met een naam die ‘lekker bekt’ na domweg gelukkig. Het ritme en de klank werken zo goed dat veel mensen de slotregel kennen en regelmatig citeren, maar verder niet weten wat er in de rest van het gedicht staat. Het is een mijmering op een ‘miezerige morgen’ van een stadse wandelaar die de schoonheid ziet van het stadse leven. De natuur doet het niet voor de ‘ik’. In de natuur is voor hem niets te beleven. Het grappige is dat hij dan de behoefte heeft om even uit te leggen dat natuur in Nederland helemaal niets voorstelt. De redenering luidt dan: natuur hebben we hier nauwelijks en hoe dan ook, ik moet er niets van hebben. Daarna volgt weer een bijzondere redenering want de ‘ik’ vindt wolken, die je natuurlijk ook kunt bekijken vanuit de (al dan niet schaarse) bossen, het mooiste vanuit het perspectief van de stad. Daar heb je in de hoge huizen, hoge zolderramen en die doen iets met die wolken.

Het is een sonnet, dus dan volgt er een verschuiving in het gedicht. De vergelijking tussen stad en natuur stopt en de ik doet een filosofische uitspraak over verwachtingen. Des te minder je ervan voorstelt, des te fraaier pakt het uit. En het mooiste zijn de onverwachte wonderen. Ik vermoed dat de ‘ik’ daarmee de schoonheid van de omrande wolken bedoelt. Daar reken je niet op en opeens word je blik er door gevangen. Het stemt de ‘ik’ blij en het maakt hem gelukkig, niet hysterisch gelukkig, maar ‘domweg gelukkig’…

 

De Dapperstraat

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

J.C. Bloem (1887 – 1966)

Advertenties

Een gedachte over “J.C. Bloem van Amersfoort tot Zutphen

  1. Pingback: Week 20: Toptijden – De Dagen Zonder

Reacties zijn gesloten.