Lonkende sirenen – Johanna Geels

Wie door Apeldoorn rijdt, komt ze regelmatig tegen, de drie zwevende maagden. Ze bewaken de rust op een drukbezochte rotonde in de wijk De Maten, in het zuidwesten van deze Veluwse stad. Nou, rust. Eens in de zoveel tijd, worden ze verstopt in oranje doeken en vieren ze mee als het Nederlands elftal ergens op de wereld een wedstrijd heeft gewonnen terwijl blije Apeldoorners rondjes rijden, luid toeterend. Maar, de harde waarheid moet gemeld, dat is al wel weer een tijdje geleden.

Kunst is vaak een inspiratie voor dichters. Er zijn gedichten over schilderijen, standbeelden en muziekstukken. De ene abstractie beschrijft de andere. In 2011 verscheen de bundel Water en Vuur. Gedichten bij beelden.

Beelden uit de Apeldoornse openbare ruimte bezongen door dichters: 23 beelden en 23 dichters. En Apeldoorn heeft nogal wat kunst in parken en op rotondes staan. Dat komt omdat Apeldoorn nauw betrokken is bij de Wilhelminaring, een tweejaarlijkse oeuvreprijs voor een Nederlandse beeldhouwer. Naast de ring krijgt de kunstenaar de opdracht iets te maken en wie in het Apeldoornse Sprengenpark wandelt, komt veel bijzondere beeldhouwwerken tegen, tot soms boven in de boom. Bij het kunstwerk wordt dan ook weer een gedicht geschreven en de publicatie Water en Vuur van uitgeverij Phidias heeft er daarvan veel opgenomen.

De bronzen zwevende maagden zijn gemaakt door beeldhouwer Elisabet Stienstra. het werk is onthuld in 2001. Toon Teeken schreef een tekst in 2008 bij een tentoonstelling van Stienstra’s werk in Sittard en hij heeft een passage over wat hij noemt ‘de maagden van Apeldoorn’:

(…) In Apeldoorn staat een grote monumentale sculptuur van Elisabet Stienstra. Het werk bestaat uit drie grote beelden, het heet: ‘De maagden van Apeldoorn’. Zijn het drie maagden of is het één vrouw in drie poses? Of is die vraag helemaal niet belangrijk? De drie lijken erg op elkaar. De een ligt op haar rug en kijkt recht naar boven de oneindige hoogte in, de tweede ligt op haar buik en kijkt recht naar beneden de onpeilbare diepte in, en de derde ligt op haar rechterzij en kijkt recht de verte in voorbij de horizon. Liggen ze eigenlijk wel, of zweven ze hoog boven de grond? Hun lichamen steunen op de grote wijde rokken en op de zeer lange haren. Leven ze of zijn ze al gestorven, alles wijst op een soort oneindigheid, ontijdigheid. De rokken hangen wijd open naar beneden en gunnen ons een blik eronder. We voelen ons even ongemakkelijk of verrast door deze grote opening rond het onderlichaam. Ook de lange haren doen iets dergelijks bij de kijker. Maar het beeld, de groep verschijnt tegelijk ook als één grote mechanische beweging. De ruime cirkels van de rokken zijn als wielen. De bosschage waaruit ze oprijzen is rond, zo rond als de rotonde waar het beeld op staat. Het verkeer cirkelt er onophoudelijk omheen. De beelden staan op de zwaartelijnen vanuit de hoeken van een gelijkzijdige driehoek, die in de cirkel is geschreven. Ook de gestalten zijn niet erg persoonlijk, misschien zelfs wel als ledenpoppen. De benen zijn eerder schematisch gemodelleerd dan dat ze ingaan op een unieke waargenomen vorm. De rokken zijn steeds dezelfde schematische kokers. En de zeer lange haren? Ze golven naar beneden, maar omdat ze tevens peilers zijn waarop het beeld rust, is er ook een opwaartse beweging. (…) 

Johanna Geels is dichter te Apeldoorn. Zij zet met haar gedichten de werkelijkheid naar haar hand. Ze ziet het absurde van het alledaagse en neemt dan ons als lezers mee om met haar bril hetzelfde te zien. Maar nu moet ze een gedicht schrijven over iets dat ons al op het verkeerde been zet. Een doodgewone rotonde in de doodgewone stad Apeldoorn met een vaak voorkomende struik erop. En dan, hoe kan het, welke illusionist heeft dit op zijn geweten, zweven daar drie jonge dames. Dat het maagden zijn kun je niet zo snel zien als je ook nog op het andere verkeer moet letten. Vooral jeugdige fietsers komen uit allerlei onverwachte hoeken en gaten van links en rechts.

De rotonde verbindt drie wegen, voor iedere maagd is er een route. De dichter schrijft drieregelige strofen, vijf stuks in totaal. We zien er geen eindrijm in terug, noch een strak metrum, wel subtiele staaltjes stafrijm (verwarren, vrijvoetjes, verleidelijk). De dichter richt zich in de tweede persoon tot de lezer: verwarren zullen ze je, volgen moet je ze, luisteren zal je… Maar het is niet een echte tweede persoon, niet echt gericht van de ik op de jou, maar meer een ‘je’ zoals je ook ‘men’ kunt gebruiken. Het zijn drie maagden die elk in een eigen houding in een afgesproken formatie zwevend de wacht houden, dus de link is dan al snel gelegd naar de sirenen, de verleidelijke dames die zó mooi konden zingen samen dat schepen erdoor op de rotsen liepen. Alleen de klassieke held Odysseus kon daaraan ontkomen omdat de bemanning óf werd vastgebonden aan de mast óf de oren volgestopt hadden zitten. Ook deze maagden willen je route beïnvloeden. En nee, je belandt dan niet op de rotsen met je schip of met je auto in de struiken, maar je wordt opgenomen in de beeldengroep en zweeft dan zoals zij. En zo weet Johanna Geels ons toch weer een wereld binnen te leiden die buiten onszelf ligt… Betoverend betoverd, gewoon in Apeldoorn.

DE ZWEVENDE MAAGDEN

Verwarren zullen ze je, hoog boven de rotonde
als sirenen met lonkende vrijvoetjes en verleidelijk
lange benen richting Arnhem of Amersfoort.

Volgen moet je ze, terwijl je om ze heen draait, in
gedachten door hun haar graait, of onder opkruiende
jurken die aarde zoeken in het keurige plantsoen.

Luisteren zal je, hun ijle samenzang als je voorbij rijdt,
verwonderd waarom de een naar de wolken, de ander
opzij of naar het laurierblad kijkt.

Als vanzelf word je mee gevoerd, daar naar waar hun
dromen raken, niet naar Arnhem of Amersfoort maar
naar het centrum van hun hoofd.

Je klimt in haren die als jakobsladders uit de grond steken
hoger, steeds hoger, waar je loskomt van jezelf, de anderen,
van mij, tot je alleen nog maar zweeft en lonkt, zoals zij.

Johanna Geels

Advertenties

Een gedachte over “Lonkende sirenen – Johanna Geels

  1. Pingback: Week 17: Het querulanten quotiënt – De Dagen Zonder

Reacties zijn gesloten.