Druppels uit een zee van liefde – Jacques Perk

Een van de meest geciteerde gedichten komt van De Schoolmeester en gaat over een dichter: ‘Hier ligt Poot. / Hij is dood.’ Geen sentiment, geen overdreven vorm met uitwijdingen. We zien een strak metrum en een helder eindrijm. Hoewel, er zijn puristen die de -ootklank en de -oodklank niet vinden rijmen, maar dat is iets voor een andere keer. Het volgende versje is van mij en is duidelijk geïnspireerd:
Hier ligt Perk
Lees zijn werk!
De schoolboeken laten de moderne letterkunde beginnen bij de Tachtigers en bij Herman Gorter, de dichter die Tachtiger wilde worden maar toen hij dat was, zich weer ontworstelde aan hun ideeën om verder te komen met de ontdekkingstocht die poëzie voor hem was. Maar een beweging staat niet op zichzelf. Een beweging komt voort uit andere bewegingen, soms vanuit inspiratie soms vanuit protest. Het unieke geluid van The Beatles uit hun beginperiode blijkt net wat minder uniek als je luister naar The Merseybeatbandjes die ook in Liverpool te horen waren in de zestiger jaren. De tijd is hard: de beste uitingen blijven terugkomen en de omgeving waarin die beste uitingen zijn ontstaan, verbleken.

Mathilde, als je eens wist wat ik wilde

Wegbereider voor de ‘nieuwe poëzie’ was een jongeman met een grote belangstelling voor poëzie. Jacques Perk, want zo heet hij, beperkte zicht daarbij niet tot wat er in de lage landen was geschreven. Aandacht voor de Europese cultuur begon zijn intrede te doen. Perk las Italiaanse, Franse en vooral Engelse gedichten en dat inspireerde hem om anders te dichten dan gebruikelijk was in de lage landen. Een nieuw geluid, zij het dat het geluid al elders klonk. Zo heeft Perk de sonnetvorm weer een nieuw leven gegeven in Nederland, maar de vorm is al veel eerder ‘uitgevonden’ en gebruikt. Shakespeare heeft een paar hele beroemde sonnetten achtergelaten bijvoorbeeld. Wat Perk ook ‘leende’ bij zijn poëtische voorvaderen is de lyrische aanbidding in versvormen. De Italianen Dante en Petrarca hadden hun Beatrice en Laura, Jacques Perk ontmoette de Belgische Mathilde Thomas in de plaats La Roche-en-Ardenne.
Of hij haar daadwerkelijk als geliefde wilde veroveren is maar de vraag, maar hij zette zijn verheven liefde wel in om heel veel sonnetten voor haar te schrijven. Wij zijn meer dan 200 jaar verwijderd van social media en dating sites als Tinder als Jacques zijn Mathilde bezingt en bezingt. Onbereikbaar was ze zeker: van het verkeerde geloof want katholiek en ook nog eens zeer onlangs verloofd. Perk gebruikte zijn verlangen om zijn sonnetten om haar heen te draperen. Het gaat hem om de liefde en zeker niet om de lust. De sonnetten zijn later uitgegeven in een aparte bundel, maar niet meer door Jacques Perk zelf. Hij overleed als gevolg van een ziekte al op 22-jarige leeftijd. ‘Ik ween om bloemen in de knop gebroken’, dichtte zijn vriend en mentor Willem Kloos. En Gerrit Komrij schuift hem onder de groep ‘jonggeknakten’: dichters die veelbelovend zijn maar door de te vroege dood de belofte niet waar kunnen maken. Willem Kloos en Carel Vosmaer geven ‘Mathilde’ uit en de indruk die zij maken werkt door in het werk van de jongelui die in de geschiedenis bekend worden als De Tachtigers, Jacques Perk heeft dat allemaal niet mee mogen maken.

Vrijheid in de beperking

Zullen we eens kijken naar een van Perks bekendste gedichten? Een gedicht over een dichtvorm in diezelfde dichtvorm. Een sonnet om het sonnet te bezingen. Weten we het nog? Veertien regels, vier strofen, twee met vier regels en twee met drie regels. En na regel acht gebeurt er iets, de dichter brengt een verschuiving aan. Binnen de lijntje kleuren, dat is wat dichter Perk zich heeft voorgenomen. Daarbij hoort een rijmschema met een uitdaging. Kijk even mee hoe weinig rijmklank Aan de sonnetten kent: abab abab dcd cdc. Vier klanken: -etten, -achte, -ogen en -ieten. Daar hoort ook een strak metrum bij. Zo strak dat het woord ‘kinderen’ dan maar moet worden veranderd in ‘kindren’. Van drie naar twee lettergrepen, elisie heet dat in dichtersvaktermen en daar komen we veel voorbeelden van tegen.

De sonnetten worden aangemoedigd om goed te klinken en dan volgt een verdediging van de strakke vorm:

  • Echte vrijheid laat zich beperken door regels. Sterker nog, die echte vrijheid is de basis van alle regels
  • De beperkingen van de regels scherpen (‘wetten’ in de twee strofe) de geest maar zorgen ook voor onverwachte vondsten in de taal

Vanaf de negende regel schuift er iets in het sonnet. Hier laat de dichter het gedicht even los en richt zich op het denken van de dichter: de geest. En ja hoor, nogmaals wordt bezongen dat beperkingen die geest juist stimuleren en dat daardoor de groei groter en sterker wordt. Zo krachtig als ook de populier groeit, deze boom boort zijn wortels in de grond (‘de aard’) en richt zijn takken naar de hemel (‘de blauwe hoge’). Het gedicht kondigt de sonnettenkrans voor Mathilde aan en geeft in één regel direct zijn intenties: ‘een zee van liefde (..) uit te gieten’. Druppel voor druppel. Met de laatste regel keren we terug naar het begin. De sonnetten worden aan het werk gezet: klinkt!

Aan de sonnetten

Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten,
Gij, kindren van de rustige gedachte!
De ware vrijheid luistert naar de wetten:
Hij stelt de wet, die úwe wetten achtte:

Naar eigen hand de vrije taal te zetten,
Is eedle kunst, geen grens, die haar ontkrachtte;
Beperking moet vernuft en vinding wetten;
Tot heersen is, wie zich beheerst, bij machte: –

De geest, in enge grenzen ingetogen,
Schijnt krachtig als de popel op te schieten,
En de aard, te boren en de blauwe hoge:

Een zee van liefde in droppen uit te gieten,
Zacht, éen voor éen — ziedaar mijn heerlijk pogen….
Sonnetten, klinkt! U dichten was genieten. –

Jacques Perk (1859 – 1881)

Advertenties