Bocht in je achtertuin – Hanz Mirck

Waar twee passies samenkomen verdrievoudigt het plezier. Of verviervoudigt of vervijfvoudigt, weet ik veel hoeveel, zeg maar ‘verveelvoudigt’. Als ik een gedicht aantref over de Veluwe, lees ik met dubbele (of driedubbele) aandacht. De Veluwe inspireerde en inspireert menig dichter, er zijn hele verzamelbundels verschenen met Veluwse verzen. En het oer-Veluwse dorp Nunspeet is tot aan de randen gevuld met gedichten. Toch blijft het een beetje behelpen met Veluwse verzen, daar kunnen er best nog wat bij… De Veluwe verdient zo langzamerhand een eigen dichter, noem het de streekdichter of de Veluwse verzenmaker, maar zet iemand aan het werk! Voor mij mag dat best Hanz Mirck zelf zijn. Waarom? Hij heeft even geen stad meer om voor te dichten en zijn werk treft je in het hart.

In de bundel Drie steden, twee ogen met de beste stadsgedichten van Hanz Mirck, geïnspireerd door Arnhem, Zutphen en Apeldoorn, tref ik een gedicht aan dat zich onttrekt aan die drie steden. Want je moet eerst een stukje fietsen, zelfs vanuit de twee Veluwegemeenten Arnhem en Apeldoorn voordat je in het hart van de woeste gronden bent. Denk aan Kootwijkerbroek. Een Veluws gedicht dat één van die bijzonderheden van de streek aangeeft: de verrassing om de hoek.

Dichter boven stadsdichter

In de inleiding wijst de (zolangzamerhand wel heel erg) voormalige stadsdichter van Utrecht, Ingmar Heytze, op het belang van de dichterlijke kwaliteiten van een dichter voordat deze aan de gang gaat als stadsdichter. Ingmar: “Alleen een echte dichter is het waard om stadsdichter te zijn, want alleen echte dichters schrijven stadsgedichten die hun directe aanleiding en zelfs hun stad overstijgen.”

Ingmar vindt Hanz zo’n dichter! Daarin heeft hij gelijk hoewel er in de bundel toch ook wel wat gedichten staan, die, losgezongen van de actualiteit van toen en daar, lastig te vatten zijn. Wie weet nog dat de vrouwelijke burgemeester van Zutphen zulke bijzondere kleding droeg tijdens Koninginnedag 1998 waarbij de op bezoek komende Koningin wat bleekjes afstak? Noten toevoegen of verklaringen achterin is wat overdreven, maar het gedicht Van de schaduw en het licht moet het wel hebben van die kennis. Maar het Arnhemse gedicht over molen De Kroon in Klarendal heeft zich losgezongen van tijd en plaats. De beeldende beschrijving van de molenstenen die op windenergie aan de slag gaan, gaan zelfs op voor iedere molen.

En het ook al zo Arnhemse gedicht over de beroemdste rosse buurt van Gelderland, het Spijkerkwartier, wint aan kracht als je de buurt een beetje kent. Of hebt gekend in de dagen (nachten) dat de raamprostitutie er nog gewoon was toegestaan. De treinen die vanuit station Velperpoort vertrokken en ‘over’ de buurt reden. De knappe verbinding tussen beeldspraak uit de wereld van het openbaar vervoer en uit de wereld van de openbare liefde maakt het gedicht mooi melancholiek. De titel alleen al: Wacht tot het rode licht gedoofd is.

Markant stadsdichter van Apeldoorn

Van 2014 tot en met 2016 was Hanz Mirck de derde stadsdichter van Apeldoorn, na Willem Bierman en Ria Borkent. Op zijn beurt is hij opgevolgd door Aad van der Waal die afgelopen januari deze belangrijke taak kreeg toebedeeld. Maar liefst 20 gedichten uit ‘Drie steden twee ogen’ zijn voor Apeldoorn, tegenover 14 Arnhemse gedichten en 13 Zutphense. Dat begint met het gedicht Griftinkt 26 waarin hij de 26 letters uit het alfabet een belangrijke rol geeft bij het beschrijven van de essentie van Apeldoorn met inkt uit het Apeldoornse riviertje ‘de Grift’. En zo zien we de dichter ‘aanvankelijk aanmodderend’ uiteindelijk ‘het zand in zakken’ en zijn ‘zeepsop zien verzanden’.

Hanz was het enige jurylid van de jaarlijkse dichtwedstrijd rond Gedichtendag in januari en hij werkte veel samen met de in 2015 aangestelde ‘stadsfotograaf’ Jeroen Taalman die de actualiteit met zijn eigen kunstvorm mag becommentariëren. Eén van zijn gedichten is dagelijks te zien in het straatbeeld van Apeldoorn. Het gebouw waar de jeugd na schooltijd wordt geschoold in creatieve vakken heet Markant, net zoals het gedicht dat gaat over wat daar allemaal binnen gebeurt.

Verdwalen in een gedicht

Veluws eiland lijkt een beetje op een sonnet. Veertien regels in twee groepjes van vier en twee van drie regels. Eindrijm treffen we niet en al helemaal geen strak metrum. Alsof het gedicht zelf zo onvoorspelbaar wil zijn als het landschap waar je in wandelt als je de Veluwe doorkruist. Dat wordt ook zo benoemd: je loopt, zonder dat je het zelf weet, dit gedicht binnen en dan mag je lekker verdwalen. Geen eindrijm, wel een paar verborgen alliteraties: groene zee om een geheim eiland, bestemming en bocht. De regels zijn soms kort, soms lang, onregelmatig als het Veluws landschap.
Daarnaast zitten er wat taalgrapjes verwerkt in het geheel waardoor je je bewuster bent van de talige kant van je reis door het groen. Welk verschil zit er tussen het woord ‘dwalen’ en ‘verdwalen’? De drie letters van ‘ver’, maar daar maakt de dichter ‘verte’ van. Een verleidende verte, hé daar treffen we weer een alliteratie. De afwisseling van zandverstuivingen en stukjes bos op onverwachte momenten levert het beeld van het strand en de eilanden. Het klinkt ver weg en exotisch, maar het is tegelijkertijd je eigen achtertuin. Zo vertrouwt dat je jezelf toestaat om er te verdwalen.En zo stond het toch ook in de eerste regels. Verdwalen lukt pas op onbekend terrein, ver van huis, hier in de achtertuin kun je ongestoord en veilig dwalen. De laatste twee regels spelen met de betekenis van ‘om’ en dat geeft ook een wat verdwaald gevoel. De eerste keer betekent ‘om’ vooral ‘vanwege’ en de tweede ‘om’ is meer het voorzetsel, de plaatsaanduiding. Het serieuze verdwalen komt pas later, komt pas om de bocht, of die daarna, of die daarna. En zo kun je steeds opnieuw het gedicht lezen, de bochten leiden je rond.

Veluws eiland

Het verschil tussen dwalen en verdwalen is de verte
van huis – de bocht die je verleidt een nieuwe
bocht in; de tijd is hier anders, niet trager
maar in een vriendelijker licht

en het licht is hier
waar niet alles knippert en schreeuwt
geduldiger: zoals jij nietsvermoedend
in dit gedicht bent gelopen;

een bocht na een bocht, na een strand weer
een ander strand, een groene zee,
een geheim eiland

in de achtertuin van je haast,
waar je verdwaalt niet om de bestemming
maar om de bocht

Hanz Mirck

Ook te vinden op de eigen blog van Hanz Mirck. Het gedicht is geschreven voor het promotiemagazine Veluwe Veelzijdig van het voorjaar van 2015.

Advertenties