Een ziekte die bomen velt – Menno Wigman

Kennen wij een bewoner van het Rijmrijk die meer dichter is dan Menno Wigman? Al jong aan het dichten, Nederlandse taal- en letterkunde studeren, Franse dichters vertalen. Hij verlaat des ochtends zijn woonstede en gaat dan naar een zolderkamer als een soort schrijfkantoor en dan gaat hij aan het werk. Vertaalwerk kan dat zijn en hij stelt eens een bloemlezing samen, maar vooral: Menno maakt! De ene bundel na de ander.

In het Rijmrijk bestaat het fenomeen van de ‘verdoemde dichter’. De dichter die niet anders kan dan dichter zijn, lijdend aan het leven en die pijn zo goed mogelijk beschrijven in strakke rijmvormen. Daar hadden ze er veel van in Frankrijk een paar eeuwen terug en Menno heeft ze allemaal gelezen en is er ook een beetje door beïnvloed. Maar het lijden van de moderne dichter is een ander soort lijden dan de diepe dalen die de oude Franse dichters door moesten en ook dat zien we terug in het werk van Menno.

In januari 2005 interviewt Ron Rijghard voor het poëzietijdschrift Awater Menno Wigman [Rijghard, 2010]. Het gaat over de obsessie voor de dood maar ook over de magie van het woord. Menno: “Voor mij is poëzie toch een oud ritueel waarin de dichter de tijd en de dood wil bezweren. Ik zie gedichten als magische formules. Pogingen de dood op afstand te houden. Maar vanuit dat idee werken duizenden dichters.”

De helende kracht van de poëzie

Dan een sprong door de tijd. Op 6 februari 2016 verschijnt in De Volkskrant een interview van John Schoorl met Menno Wigman. Zijn kijk op het leven is drastisch veranderd sinds hij met ernstige hartklachten op de Intensive Care moest doorbrengen. Zwerven op het kerkhof en dichten over de dood krijgt een andere kleur als je bij de dood op schoot hebt gezeten. Menno blijkt te lijden aan een zeer zeldzame hartziekte, het syndroom van Loeffler. Een ziekte die bomen velt. De kroegtijger moet zijn levensstijl drastisch aanpassen. Alcohol en tabak zijn taboe, toch twee drijfveren van zijn dichterlijke vóór de IC. Dan met terugwerkende kracht bedenken of hij wel de juiste keuze heeft gemaakt door de echte Liefde niet in de weg te laten staan van de poëzie. De bundel die eind 2016 verschijnt heeft als titel ‘Slordig met geluk’ en kent een hele andere benadering van de dood dan alle bundels daarvoor. Wat zegt Menno tegen John Schoorl? “Ik heb poëzie altijd gezien als een amulet dat je kunt dragen om je te behoeden tegen mogelijke rampen. Als een formule die je kunt opzeggen om je te wapenen tegen rampspoed. Het heeft niet geholpen, dat is duidelijk. En wat het bezweren van die angsten betreft, ben ik er ook nog niet helemaal uit.” De toverkracht van het gedicht, daar is hij opnieuw, maar nu met de grootst mogelijke twijfel.

In datzelfde interview gaat het ook over de voorspellende kracht van poëzie. Ruim voor zijn opname in het ziekenhuis in 2014 had hij al zeer beeldend geschreven over iemand die instortte als gevolg van hartkwalen. Menno Wigman: “Ik denk weleens dat mijn gedichten meer weten dan ik. Want het wrange was dat ik een jaar na dit gedicht gelazer met mijn hart kreeg, en dat duurt nog steeds voort.” Gedichten als ‘verborgen aankondigingen’. In dat licht kom ik uit bij het gedicht Misverstand dat staat in de bundel Zwart als kaviaar uit 2001. En gedicht waar hij, volgens Wikipedia de ‘gedichtendagprijs’ voor heeft ontvangen, maar wat die prijs inhoudt, ben ik nog aan het uitzoeken. In Misverstand wordt de poëzie wel op een hele duidelijke wijze afgewezen. Gedichten daar heb je werkelijk niets aan. Poëzie is een ziekte die het leven van mensen verpest en waar ook nog eens kostbaar hout voor wordt gekapt om een handvol mensen (‘hopeloze idioten’) een twijfelachtig plezier te doen. En van het gerucht dat poëzie een genezende, helende werking heeft, blijft ook niets over. Dat is het grote misverstand. Dat schreef Menno Wigman ongeveer 15 jaar voordat hij inzag dat hij daar echt gelijk in had. Een wel heel erg verborgen aankondiging?

Menno Wigman in bloemlezingen

Wigmans werk heeft een zeer hoge score van tien gedichten in Pfeijffers bloemlezing, maar ook op andere plaatsen wordt het werk van Menno Wigman graag aangehaald.

Bron Vermeldingen
Komrij 1979 0 (want eerste publicatie stamt uit 1984)
Komrij 2004 7
Deleu 2015 5
Pfeijffer 2016 10
Boomsma Alle drie de bloemlezingen
Vegter 4

Menno Wigman draagt voor tijdens het Tuinfeest in Deventer in 2016.

Menno Wigman kiest voor strakke dichtvormen met subtiel rijm. Misverstand is opgebouwd uit vijfvoetige jamben. Het gebruik van echte eindrijmen probeert hij te vermijden omdat hij dat snel oubollig vindt. Halfrijm komen we tegen, binnenrijm en stafrijm: ‘een uitgekookte klacht die anderen vooral verveelt’. Het gedicht kwam ik tegen in een bloemlezing met vooral ‘light verse’: lichte gedichten, vaak met een vorm van humor soms een kwinkslag [Jaeger, 2002]. Natuurlijk leuk dat de samensteller probeert een breed beeld neer te zetten van lichtvoetige gedichten en dat zo ook het werk van dichter Wigman dan voorbij komt, maar hoort Misverstand daar bij? Is het wel zo ironisch als je in eerste instantie denkt? De dichter die het failliet tekent van de poëzie in een gedicht, natuurlijk levert dat een droef gedicht op.

 

Misverstand

Dit wordt een droef gedicht. Ik weet niet goed
waarom ik dit geheim ophoest, maar sinds een maand
of drie geloof ik meer en meer dat poëzie
geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte
die je met een handvol hopeloze idioten deelt,

een uitgekookte klacht die anderen vooral verveelt
en ’s nachts – een h e e l k u n s t is het niet.
De kamer blijft een kamer, het bed een bed.
Mijn leven is door poëzie verpest en ook
al wist ik vroeger beter, ik verbeeld me niets

wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig
lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.

Menno Wigman

Advertenties

Een gedachte over “Een ziekte die bomen velt – Menno Wigman

  1. Pingback: Week 8: Hier Holland – De Dagen Zonder

Reacties zijn gesloten.