Weggaan van de woorden – Rogi Wieg

rogi-wieg-spek-van-mooie-zijde-01Gedichten lezen, hoe doe je dat? Woord voor woord, beeld voor beeld, denk ik. Hoe lees ik zelf eigenlijk gedichten? En lees ik ieder gedicht op dezelfde manier? Welke informatie van buiten het gedicht gebruik ik om de woorden te interpreteren? In deze blog doe ik een poging om je mee te nemen op mijn wandelingen door bundels en door gedichten. Want dat is wel het meest treffende beeld over het lezen: je wandelt door een onbekende tuin, het is niet echt een doolhof met hoge hagen, maar wel een tuin met onverwachte paadjes en routes die je soms terug voeren naar plekken waar je eerder was. Pas als het gedicht uit is, heb je een beetje overzicht over de afgelegde meters en heb je de tuin stukje bij beetje in beeld gebracht. Terwijl je leeft in het besef dat er nog veel hoekjes en gaatjes zijn in de tuin die je niet hebt gezien. Maar voor mij is het allerbelangrijkste dat het al gewoon heerlijk is om in die tuin te wandelen, het is fantastisch om met poëzie bezig te zijn, terwijl je al wel weet dat je nooit helemaal doordringt tot alle raadsels.

Altijd over honing zingen

Het wandelexperiment doen we samen met een bundel van Rogi Wieg uit 1993: Spek van mooie zijde. Over Rogi blogde ik eerder en toen had ik het vooral over zijn thema van het afscheid nemen van het leven. Werken aan een afscheidsoeuvre, noemde ik dat, maar misschien doen we de dichter te kort als we ons beperken tot dat thema. We doen onze wandelschoenen aan en beginnen de tocht door eerst de titel goed te lezen. We komen het woord ‘spek’ tegen en dat brengt ons in de wereld van de slager: varkensvlees en dan het gedeelte op de buik of van de rug. Daar zit ook vaak veel vet aan. Ik ken ‘spek’ ook als in ‘spekkie’, een geelroze ruit van uit suiker bestaand snoepgoed, maar die betekenis wordt veel minder gebruikt. Het ‘spek’ uit de titel is nader gespecificeerd, het is gemaakt van mooie zijdestof óf het wordt bekeken van de mooie kant, van de juiste zijde. Intrigerend. Beide associaties zijn niet alledaags en schreeuwen om meer woorden. Die staan vast verderop in de bundel dus daar lopen we bij het verder lezen vast tegenaan. Intussen moeten we de kracht vinden om met twee betekenissen tegelijkertijd door te kunnen wandelen. Alsof we twee routes tegelijkertijd lopen. Dan is het ook nog eens niet ongebruikelijk om de twee betekenissen gewoon allebei te hebben bedoeld en deze elkaar te laten versterken.

Na de titel lopen we aan tegen de opdracht voor in de bundel. Voor Susan staat er geschreven en Susan is een meisjesnaam dus we weten dat hij het voor een meisje/vrouw/dame heeft geschreven allemaal. Wij mogen het ook lezen gelukkig. Onder de opdracht vinden we een motto, een betekenisvol citaat van een andere schrijver of, in dit geval van een bestaande tekst. De tekst komt uit Turkije staat er tussen twee haakjes en kan dus een gezegde zijn die daar veel wordt gebruikt:

De beer kent zeven liedjes;
Zij handelen allemaal over honing.

Hier hebben we een sterke aanwijzing. De dichter wil mij vast duidelijk maken dat de gedichten (liedjes) die gaan komen, eigenlijk allemaal over hetzelfde zullen gaan. Maar wat is de honing in dit geval? Spek?

Wederkerigheid

Nog steeds zijn we niet aanbeland bij het eerste gedicht omdat we de titel van een bundeldeel gepresenteerd krijgen, een afdeling in de bundel. Vaak blader ik dan even naar de inhoudsopgave omdat ik benieuwd ben hoeveel er van die afdelingen staan in de bundel en of de titels van de bundel een thematiek weerspiegelen. Ik tel zeven afdelingen met titels die niet direct een aanwijzing geven. De vierde, en dus de middelste, heet ‘ik’. Je zou dat kunnen interpreteren als de ‘ik’ die omringd wordt door andere zaken. Een veronderstelling die dan even de kop opsteekt, zoals de geuren van de verschillende bloemen in de tuin, en die soms meer betekenis krijgt en soms, bij te weinig bevestiging, langzaam dooft. Elke gedachte mag, elke associatie is geoorloofd, maar niet elke gedachte wordt geholpen door andere gedachten.

De titel van de eerste afdeling luidt: Het beginsel van de wederkerigheid. Jij houdt van mij als ik van jou hou. In de vakliteratuur rond organisatiepsychologie is het een bekend fenomeen. Het principe van de wederkerigheid, ook wel reciprociteitsprincipe genoemd gaat over de ‘neiging van personen en groepen om anderen (en andere groepen) aardiger te vinden als ze jou ook aardig vinden.’ Dan slaan we de bladzijde om en zien daar het eerste gedicht in de bundel. Bedenk dat een dichter goed nadenkt over de samenstelling van zijn bundel. De volgorde ervan is de verhaallijn van de bundel, het gedicht over alle gedichten heen, het meta-gedicht. Reken maar dat er extra goed is nagedacht over zowel het eerste gedicht als het laatste.

Sonnet van twee goede vrienden

Ik had minder gehoorzaam willen
zijn aan wat met het begrip te maken
heeft en in de late avond haken
aan het dierlijke van je bedekte billen,

weggaan van de woorden als helderheid
in vorm. Want daarachter spande zich
mijn lichaam in, ik dreef een wig
tussen je heupen en zag wijd en zijd

jouw vlees mij omgeven. En als ik zeg
dat de sterren bestonden voor
de maan en je daarna langzaam uitleg

hoe onze stof is ontstaan, hoor
ik jouw zware zuchten in gedachten,
terwijl jij op mijn afscheid wachtte.

Rogi Wieg

Het gedicht noemt zichzelf een sonnet en die vorm zien we ook terug: veertien regels, vier strofen, twee met vier regels en twee met drie regels. Rijmend op de goede momenten, maar als je het voorleest verstopt deze rijm zich steeds een beetje omdat er ook veel enjambementen voorkomen in het gedicht: het doorlopen van een zin in de volgende regel waardoor er geen natuurlijk einde aan het einde van de regel lijkt te zijn. Het sonnet is een sonnet van twee goede vrienden. Oei, twee goede vrienden noemen en dan een soort bedscène weergeven kan maar zo verwijzen naar de geliefden die uit elkaar gaan en elkaar beloven na de scheiding ‘goede vrienden’ te blijven.

Maar twee goede vrienden hebben niet vanzelfsprekend seks met elkaar en daar verlangt de ‘ik’ wel naar. Hij fantaseert erop los dat hij tijdens het vrijen onderdeel uitmaakt van de kosmos. Hij is één met de sterren en het begin van al het leven. Maar de ‘zij’ heeft daar wat minder mee. Voor de ‘jij’ hoeft dat allemaal niet en dat voelt de ‘ik’ ook wel aan. Hij begrijpt dat en legt zich er braaf bij neer, hoewel (en dan zijn we weer aan het begin van het gedicht) hij graag wat minder begrip zou willen hebben en minder gehoorzaam willen zijn.

Nu zijn jullie als lezers zelf aan de beurt: lees het volgende gedicht (hint: vergelijkbare thematiek) en alle gedichten die daarop volgen. Welke je niet meteen kunt vatten, laat je gewoon even liggen. Je leest een bundel nooit als een boek heel lineair van pagina 1 tot pagina eind, maar je leest, herleest en herherleest. In deze bundel zien we het thema van het uit elkaar vallen tussen de ‘ik’ en de ‘jij’ op een aantal plaatsen terug. Er is liefde (de honing van de beer wellicht) en er is de onmacht om daar samen iets van te maken. Misschien is de ‘jij’ wel dezelfde persoon als de ‘Susan’ aan wie de bundel is opgedragen. En de spek? Niet alles zeg ik voor, maar ik zag een sterke band met de lichamelijkheid uit het eerste gedicht…

Advertenties