Poëzie als strafregels – T. van Deel

t-van-deel-01In het Rijmrijk is poëzie als fenomeen belangrijker dan de tijd. Natuurlijk, de poëzie ontwikkelt zich, de dichter evalueert en jeugdwerk is nooit hetzelfde als de afscheidsbundel. Maar een uitgegeven debuut is gedrukt en daarom terug te vinden in boekenkasten en boekenwinkels. Zo vond ik het debuut Strafwerk in boekenstadje Brederode, gezellig in de buitenlucht want in een buitenkast. Hand in hand met andere bundels uit het verleden. T. van Deel is de naam van de dichter, waarbij de T. staat voor Tom maar dat zien we maar zelden uitgeschreven. Van Deel koestert zijn voorletter, evenals F. Starik en, vroeger A. Moonen, A punt Moonen. Waar de A voor stond werd Moonen een keer gevraagd tijdens een televisieinterview. “Voor de punt..,” was het antwoord.

Fake healer time

Waarom kunnen we niet het debuut bespreken van een dichter die zelf alweer vele bundels verder is? Goed werk moet nog steeds iets toevoegen aan het Rijmrijk en ‘wat niet goed is, is niet geschreven…’ Deze aansporing tot geschiedvervalsing komt van Gerrit Achterberg, iemand die door zijn geestelijke toestand soms behoefte had aan wat geschiedvervalsing. ‘Time is a fake healer anyhow’. Dit toepasselijke motto stamt uit Under the Volcano, is geschreven door Malcolm Lowry, en het siert de beginpagina van de Strafwerk.

Zien is kennen

De bundel Strafwerk bestaat uit 39 gedichten in vier afdelingen: Vroeger, Famillie en kennissen, Norg en andere gedichten en Op school. Het debuut stamt van 1969, ik lees de tweede druk uit 1980. Van het web haal ik een illustratie waarvan ik vermoed dat het de omslag is van de eerste druk. We zien een verzamelbakje met trofeeën uit de natuur en dat verwijst naar waar de jonge ik zoal mee strafwerkbezig is. Bronnen van jong geluk zijn: Zien is kennen (vogelgids) en de Verkade-albums waar Jac. P. Thijsse voor tekende. Een held en een rolmodel voor de schoolgaande ‘ik’.
De gedichten van Van Deel zijn korte verhaaltjes, anekdotische poëzie noemen we dat in het Rijmrijk, en de gedichten in Strafwerk spelen voor een deel in school of in de schooltijd. In de laatste afdeling is de ‘ik’ weer helemaal terug op school maar dan als leerkracht. Door de wol geverfd en een beetje cynisch geworden door herkenning en herhaling. Een dichter die zijn bundel de titel Strafwerk meegeeft, bedoelt daar vast ook mee dat het schrijfwerk door de dichter ook wordt gezien als een boetedoening: schrijven om de straf te ondergaan. De jonge ‘ik’ gaat naar een gereformeerde school en wellicht sijpelt het brede schuldgevoel alsmaar door. Waarom heeft de jonge ‘ik’ straf verdient? Ik denk dat de sleutel ligt in het gedicht Moeder dat ik straks citeer.

Lees (verdomme toch) eens een gedicht

t-van-deel-02Anekdotische poëzie: korte op zichzelf staande verhaaltjes. Soms met een bespiegeling, soms ook alleen maar een beschrijving, als een foto of een kort Youtube-filmpje. Dat maakt deze poëzie begrijpelijk, ook voor minder ervaren lezers. Twee bloemlezingen stelde Van Deel samen, één in 1976 en één in 1977. Beide bundels waren erop gericht om drempels te verlagen, om mensen aan te zetten de sprong eens te wagen en te starten met het lezen van een gedicht. Dat vond je terug in de titels: Lees eens een gedicht en Lees nog eens een gedicht. De eerste werd uitgegeven door Querido en bevat alleen gedichten uit de stal van die uitgeverij en dat was al een respectabel gezelschap. De opvolger is uitgegeven door de gedichtenvrienden Vroom & Dreesmann, daar hebben we eerder al mooie resultaten van gezien. De bloemlezingen zijn zo samengesteld dat de gedichten een soort keten vormen, het ene gedicht roept iets op dat in een ander verder wordt behandeld. De lange lijn is die van geboorte tot de dood, een lijn die we ook in latere bloemlezingen wel terugvinden [Vegter, 2015]. Poëziepusher Van Deel doet hier mooi en idealistisch werk dat in ieder geval bij mij in goede aarde viel. Ook ik ben ooit begonnen aan die bloemlezingen en de thematische verwantschap hielp mij met de interpretatie van de gedichten.

Het gedicht Moeder lijkt eerst een gewone observatie van een jong kind dat het lastig vindt om de confrontatie aan te gaan met het ziekbed van moeder. Niet gek als je klein bent en het allemaal niet zo goed begrijpt. Pas in de laatste twee regels krijg je door hoe serieus dat ziekbed moet zijn geweest. Dan voel je met terugwerkende kracht waar de noodzaak vandaan kwam dat de ‘ik’ bij de zuur ruikende dekens moest staan. En dan voel je ook dat de ansichtkaart vanaf de plek waar het schoolreisje heen ging belangrijker was dan maar gewoon een groet van verre. Na het lezen van dit gedicht ligt er ook opeens een bijzonder lading op de gezellige gedichten die erop volgen. Logeren in Drenthe lijkt opeens minder vrijblijvend. Zo zie je dat een gedicht een invloedssfeer kan hebben over een hele bundel. En dat zijn zaken die verloren gaan als gedichten uit hun context worden gehaald bijvoorbeeld voor een bloemlezing. En je ziet ook een klein kind dat een schuldgevoel heeft over zijn opstelling tijdens het ziekbed en dat het een leven lang in de slag moet om voldoende zelf opgelegd strafwerk moet maken om in het reine te komen met dat gevoel.

Moeder

Zoals ze daar lag
wilde ik liever niet weten
dat ze mijn moeder was. De buik,
een broertje dood had ik eraan.
De zure lucht die uit de dekens kwam
maakte me kwaad dat ik er bij moest staan.

Volgende dag met schoolreisje
bedacht ik op het nippertje
een ansicht te versturen.

Die heeft ze nooit gekregen
zei mijn vader toen ik wakker werd.

T. van Deel

Advertenties