Overgeven van geluk – Wim Brands

1-ejp_9507-1Wieg, Zwagerman, Brands. Alsof het alfabet opnieuw moest worden doorlopen. Deze drie zelfkiezenden voor de dood verschillen nogal: Rogi Wieg bereidde zich een dichtersloopbaan voor op de stap, Joost Zwagerman verschuilde zich achter het masker van fanatieke pleitbezorger tegen zelfmoord totdat hij het niet langer volhield en Wim Brands kneep er stiekem even tussenuit. Geen misbaar, geen manifest, gewoonweg weg. Wim Brands kende veel waardering bij mededichters maar is niet een poëet voor het grote publiek. Geen speciale uitzending van De Wereld Draait Door met ingetogen trompetmuziek voor Wim. Zelfs tijdens de 34ste Nacht van de Poëzie bleef het stil. Eén dichter wilde er niet aan voorbij gaan. De dichter die de dood praktisch elke dag ontmoet, maakte een klein, lief gedicht voor Wim Brands: F. Starik. Ben vergeten of hij het ook heeft voorgedragen op het podium in zijn ‘rode’ pak, maar in de VPRO-uitzending zat het wel. Met een korte uitleg over de achtergrond. Wim Brands had een hond die nog echt luisterde, zei F. Starik vol ontzag. Wim kwam van de boerderij, aldus F. Starik, en daar laten ze zich niet de les lezen door dieren. Stariks gedicht kwam terecht in de Nachtbundel:

F. Starik tijdens de Nacht van de Poëzie 2016

Verbeeld je niks

Zeg Wim, ik zit nu al een week een beetje te
veel te somberen over het feit dat jij niet
meer langs mijn raam zal komen schuifelen
met die mottige hond van jou, de hond die nooit blafte

naar iemand, ja, één keer naar andere Wim
toen hij begreep dat zijn verschijning betekende
dat hij op vakantie ging. Dat is niet leuk
voor een hond, dat betekent pension.

Een verwijtende blik volstond.

 

Wim Brands sprak F. Starik voor het VPRO-boekenprogramma over Stariks bundel ‘Door’ die toen net uit was. Deze radiouitzending uit januari 2013 is nog via het web te beluisteren.

Kraaien stelen geesten

Literatuur als relatiegeschenk? De gemeente Brummen heeft het gedaan. Vier bibliofiele boekjes uitgegeven door de Geiten Pers in Brummen in een fraaie verpakking met het gemeentelogo er groot op. Ook werk van Hans Werkman, Thomas Verbogt en Wanda Reisel. In elk verhaal of gedicht staat een verwijzing naar een plek binnen de gemeentegrenzen. Wim Brands groeide op in Voorstonden, in het boerenland tussen Brummen en Eerbeek en zijn gedicht ‘De Krengenput’ bevat verwijzingen naar Hall, Brummen en Voorstonden. Voorzien van een fraaie pentekening van Geurt van Dijk verscheen dit bibliofiele boekje in 1997. De Krengenput gaat over jeugdherinneringen van Wim in Voorstonden. Het intense leven met dood en leven, de wijsheden van de grootvader, het geloof op de achtergrond. We lezen een dichterlijke vertaling van indrukken op een jongetje. Ja die koopman heeft bestaan, zegt hij later tegen Stan van Houcke als ze samen door het gebied wandelen en fietsen [Van Houcke, 2014]. Het was een nerveus mannetje dat in een woonwagen woonde waar hij een ezel bij had. Kleine Wim verschuilde zich onder de tafel als de koopman langs kwam. En zijn grootvader bleek de man te zijn die voor Wim zorgde. Dat lukte zijn ouders niet. Wim over zijn vader: “Ik heb verschillende gedichten aan hem gewijd, omdat hij hét voorbeeld is van een ongelukkige man die, denk ik, niet beseft hoe ongelukkig hij is.” Een jaar na het gesprek tussen Wim en Stan maakt Wims vader een einde aan zijn leven… En die krengenput? Tot ver in de jaren zestig werden die gebruikt als eerste opslagplaats voor kadavers van het boerenbedrijf. Klaargelegd om later afgevoerd te worden, zoals ze nu in grote groene bakken aan de kant van de weg worden gelegd. De lucht onder zo’n bak zal niet veel frisser zijn.

 

De Krengenput

Bezat mijn grootvader een kraai
en een ezel?

Hij verzon wel meer: zo noemde
hij de scharensliep die ook met

garen
band
wasknijpers

liep: Jezus, maar rechter in de leer
omdat deze man in het zwart
rouwnagels had.

Nooit stal mijn grootvader voor mij
een kraai uit de Hallse kerktoren

hoe vaak ik hem ook met mijn smeekbedes
verveelde.

Vertrouw nooit een kauw, zei hij
kraaien stelen geesten,

neem hun gekras maar op, vertraag het,
en je hoort: stemmen of het geluid

van een ziek jong dier vlak voordat de boer
het noodgedwongen keelde.

En inderdaad: op de fiets naar Brummen
zag ik ze soms hangen boven het kerkhof

aan de rand van het dorp: een begrafenis
die dag, verse geesten, of cirkelend

als confetti boven de put in Voorstonden,
wachtend op nieuwe dode beesten.

Ik heb ook nooit een ezel gehad.
Ezels, zei mijn grootvader, zijn eigenlijk mislukte
paarden
die mensen willen zijn;

en dat verklaarde waarom de koopman er een bezat:
hij was geen mens. Mensen gingen ’s ochtends –
trommels onder snelbinders – naar het werk

en terug als ’s zondags zwartkousen uit de kerk.
De koopman liep maar hard naast zijn fiets.
Ik herinner me:

zijn korte benen,
grote oren die niet van hem leken en
ogen,

kiezelstenen in de beek waaraan hij ’s zomers lag;
de damestas
het kussen.

Wasknijpers,
knopen,
garen en band.

Niemand heeft hem ooit zien verkopen.
Of horen spreken.
Hoewel mijn tante beweert dat hij een keer

aan de deur verscheen en sprak: water.
Het was of ik een kerkhof zag, zegt ze.
Ze heeft ons niet bekeerd.

Hooguit een kunstgebit, zeg ik, maar dat was van later
en toen was hij al dood. Net als zijn ezel
waarop hij op een dag verscheen –

uit de mist: een bijna witte, oud en stram,
die met hem op de rug graasde.
In de berm liet het dier het leven.

Ik ben negen en lig op m’n zij voor het gat
in de krengenput, ruik, zo lang,
dat ik van geluk moet overgeven.

Wim Brands

Advertenties

Een gedachte over “Overgeven van geluk – Wim Brands

  1. Pingback: Dag 56: Bijkomen op zondag – De Dagen Zonder

Reacties zijn gesloten.