Gedichten zingen of gedichten zijn het niet

pfeijffer-1000-en-enigeNog enkele weken en dan is het zover. De nieuwe Dikke Komrij ligt dan in de winkel, alleen heet hij dan de Dikke Pfeijffer. Daarbij slaat ‘dikke’ niet op de dichter/samensteller, dat zou niet respectvol zijn en zo mager ben ik zelf ook niet. Duizend en enige gedichten worden ons weer beloofd. November nadert en de productie is wat verlaat. Oktober was de verschijningsmaand, maar dat wordt blijkbaar niet gehaald.

Natuurlijk weet nog bijna niemand wat er in staat, welke dichters verbannen zijn en welke voor het eerst een plek krijgen, maar één punt van kritiek, heb ik al op voorhand. Ik vind het jammer dat er niet direct is gekozen voor een publiekspocket met een publieksvriendelijk prijskaartje. Zo kon ik mij in 1979 ook de eerste Komrij permitteren, Aan de vooravond van mijn literaire leven, las ik braaf alles wat Komrij mij graag wilde laten lezen. En ik genoot! Dat gun ik de nieuwe generatie ook…

‘De literaire gebeurtenis van het jaar..’ zegt uitgever Prometheus om de hype wat te laden… En ze voegen eraan toe: “In deze nieuwe bloemlezing staan ze allemaal naast elkaar: de debutanten en de arrivés, de juffers en de brompotten, de fijnbesnaarden en de toverdokters: de grootste dichters van ons taalgebied, onder wie een hele nieuwe generatie dichters die nog nooit zo monumentaal werd ‘gebloemleesd’. Het boek biedt een nieuwe hoogst eigen en onnavolgbare selectie uit de Nederlandstalige poëzie van 1900 tot nu, met vele verrassingen en spannende ontdekkingen.” Ja, kom nu maar op met die bloemlezing!

Komrij 1979 en Komrij 2004

KomrijPakketGerrit Komrij is geboren in 1944 en hij was dus 35 jaar toen in 1979 zijn bloemlezing verscheen. Ilja Leonard Pfeijffer is van 1968 en hij was dus 11 jaar op dat moment. Niet echt een leeftijd dat de poëzie je aandacht vraagt. In de uitgebreide versie die Komrij in 2004 samenstelde komt de dichter Ilja Leonard Pfeijffer keer voor en zelfs acht keer. Tussen die twee bloemlezingen is de dichter Pfeijffer geboren en getogen… Ilja was niet eens de jongste dichter in de 2004-versie, Quirien van Haelen (pseudoniem voor Frits Criens jr.) sluit de bundel af en hij is geboren in 1981. Vergelijk dat voor het complete beeld met de afsluiters van de Komrij-1979: Peter Simpelaar (1954), Rob Schouten (1954) en Sjoerd Kuyper (1952). Komrij 2004 was een logisch gevolg op het succes van de bloemlezingen die Komrij samenstelde. Na het succes van de versie van 1979 kwamen er allemaal versies bij: de verschillende eeuwen vóór de negentiende en de twintigste eeuw kregen een eigen versie en er verscheen ook een bloemlezing met de laatste generatie dichters. Dat is een selectie met 185 gedichten uit de 21-ste eeuw [Komrij 2010] met o.a. Ester Naomi Perquin en Maarten Inghels. Allemaal opvolgers van dat eerste succes.

Gerrit Komrij wilde in 1979 niet zomaar de zoveelste bloemlezing leveren, hij zocht naar een herwaardering van het totale aanbod aan Nederlandse poëzie. Naar eigen zeggen heeft hij álles opnieuw gelezen en beoordeeld. En ja, als een klassiek gedicht goed genoeg was, kwam hij terug in zijn selectie en niet omdat hij ook in een van de vorige bloemlezingen stond of door een beroemd dichter was geschreven. De eigen kwaliteit van het werk was de drijfveer voor plaatsing. We citeren de samensteller uit het Voorwoord over de ontevredenheid over de manier waarop uit de Nederlandse poëzie alsmaar wordt bloemgelezen: “…alsof poëzie het domein bij uitstek is van gevoelsuitstortingen, verheven stemmingen, vliegende vaandels en gezwollenheid. De koek wordt altijd op dezelfde wijze doorgesneden, of dat nu met een ethisch of en politiek mes gebeurt. Ik heb een andere doorsnede willen geven: gedichten die het verstand scherpen en amuseren – zonder dat het verstand weer tot religie wordt. Het accent ligt, om een indruk te geven, hier meer op het vakmanschap. de smaak en het volwassen gezicht dan op het stamelen, de vulgaire sentimenten en het simpeldom. Meer op de satire, de maskerade, de afstandelijkheid dan op de dodelijk ernst, de eenduidigheid en het volle leven.” En even verder: “Deze bloemlezing is niet bedoeld om gevoelige harten en dromerige zielen tot zelfwerkzaamheid te inspireren. Er bestaat geen belachelijker streven dan de moderne kippedrift van hervormers, onderwijzers en regeerders om de creativiteit ‘onder de mensen te brengen’, alsof het om cholera of hoofdluis gaat.” En natuurlijk is de ruimte voor een bloemlezing altijd beperkt. De zeurpiet die zijn eigen favoriet niet tegenkomt, moet hem er dan maar zelf achteraan plakken. “Ik hoop dat hij zijn pols verrekt.” voegt Gerrit daar fijntjes aan toe…

Maar we hadden het toch over de op handen zijnde bloemlezing samengesteld door Ilja Leonard? Zeker, dus we sluiten deze passages met de opmerking dat bij de acht gedichten van Ilja Leonard Pfeijffer die voorkomen in de Komrij-2004 er vijf gedichten komen uit de bundel ‘Het glimpen van de welkwiek’ uit 2001 en daar zit ook ‘vuurvogel’ bij… Daar willen we meer van weten!

Vuurvogel

‘Gedichten zingen of gedichten zijn het niet’ is een regel uit Duetten, de bundel die Pfeijffer schreef met Erik Jan Harmens [Harmens & Pfeijffer, 2016]. De thematiek van het zingende vers komen we ook tegen in Pfeijffers polemische gedicht ‘vuurvogel’. De vogel op het omslag van de bloemlezing lijkt nog het meest op een beetje beschadigde huismus. Zou deze mus model hebben gestaan voor de door Pfeijffer zo fraai bezongen ‘vuurvogel’? Ik had mij er meer een Phoenixachtig beest bij voorgesteld.

Het gedicht ‘vuurvogel’ is een gedicht over poëzie. Over wat poëzie wel en wat het niet is, volgens de dichter. Het gedicht vormt ook de basis voor zijn essaybundel Het geheim van het vermoorde geneuzel [Pfeijffer, 2011]. Drie mythes vecht hij daarin aan: de mythe van de verstaanbaarheid, de mythe van het spontane meisje en de mythe van de mythe. De bundel biedt ruimte voor een brede uitleg met lekker veel uitleg, het gedicht vat het compact samen. We lezen in het eerste couplet iets over de verstilde poëzie van dichters als Hans Faverey, in het tweede couplet iets over de roep naar verstaanbaarheid en in het vierde iets over de toenmalige rage van het voordragen van poëzie als basis voor goede poëzie. Hij geeft in dichterlijke frasen aan waarom het geen poëzie is en komt telkens uit bij het ultieme argument: poëzie moet zingen of zoals de titel het zegt: ‘Gedichten zingen of gedichten zijn het niet’.

Maar Pfeijffer blijft niet bij het afwijzen van bepaalde vormen van poëzie, hij geeft netjes aan vanaf halverwege het gedicht wat poëzie dan wel is. En dat eindigt met de eindconclusie: poëzie is mens de dansende wereld dromen en pijnlijk leven zingen / in de taal van mensen / poëzie is mens. Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat al zijn eigen gedichten voldoen aan de beschrijvingen waarmee zijn gedichten tot de ultieme poëzie gerekend kunnen worden. Maar wat zegt het over andere dichters? Vormt de poetica in de ‘vuurvogel’ de basis voor de bloemlezing? Zal Hans Faverey er daarom niet in voorkomen, zal Bart Chabot tevergeefs in de index bij de C zoeken naar zijn eigen naam? Neemt Pfeijffer werk van zichzelf op en welk werk dan? Eén van de sonnetten uit Giro Giro Tondo? Nog een paar weken onrustig slapen en we weten het!

Vuurvogel

poëzie is geen poging tot pogen te prevelen
wat de onuitsprekelijk sensibele ziel in eenzelvige stilte
denkt niet te vermoeden omtrent het onzegbare
van verstilde binnenmeren
want wie zich het zeggen ontzegt
zal niet zingen

poëzie is geen verstaanbaar verslag in eenvoud ingediend geen
doorlichting van ontbonden factoren die scherp en zinnig belicht
helderheid put want het klontert en het schift en
niets in jouw hoofd is helder ontleed
wie klaarheid zegt is klaar met zeggen
en hij zal niet zingen

een madeliefje meubelstuk of kinderziel zo zien
zoals het zelden is gezien zo is niet de poëzie
want bedeesd aquarelleren doen de zondagsschilders
niet de zuiver ziedende dichter die zich op het spel zingt

puistig provoceren op een popi podium is geen poëzie
want poëzie is geen performance
versterkte taal die niet electrisch vonkt
blijft blubberen als zwakstroom
wie ritme uit een box moet lenen hoopt te zingen
maar hij zingt niet

poëzie is geen ootmoedige hoogmis voor de poëzie
want de gelovige gelooft niet of hij zwijgt van ontzag
wie gedragen is valt
glasgerinkel klinke of er klinkt niets
wie zich vergaapt en mummelt met de gemeente
zal niet zingen

heethoofdig samenzweren in een revolutionair café
waar in jeneverdamp een diep doorrookt j’accuse
tegen de gelauwerde canon bijna niet wordt verworpen
is mooi maar geen poëzie
want ware revolutie eet haar vaders op negeert ze niet
maar consumeert en kauwt ze tot ze bloed
en sterke vezels worden om vliegen dood te slaan
die verhit debatteren over je avondmaal

poëzie is niet serieus en niet om te lachen want het is beide
omdat de profeet die waarheid balkt
gekieteld wordt door kemelhaar

poëzie is prinsheerlijk pinkelen in gotham city
terwijl je messen vermoedt en gevallen vrouwen
met prikkende zinnen die je verstrikken in toestanden
en je zegt iets doms poëzie is uilogig
als de man van vele manieren
tegen een godin beleefd beweren dat je van kreta komt
terwijl je op weg naar huis en haar
je zeilen reeft voor nimfen

poëzie is vuig portamento met vals contrapunt
van een lui baldadig orkest dat aan bier denkt
is volmondig met een vos onder de arm bruskeren
lichtvoetig de hoela walsen
als een tuba die onder water
solo pogoot in de spiegelzaal

poëzie is jouw pijn in haar tieten terwijl het regent op de gracht
en je lacht want er valt niets te lachen

poëzie taalt naar hem haar schutspatroon
die duister tegenspreekt wat is en licht ontkent
omdat hij het oprecht als een slang op gespleten poten
met dubbel kruipende tong goed voorheeft met mensen
en hen vervoert met zoet verboden vruchten
en kennis van naakt staan
zij spreekt doorrookt op drie poten met de adem van zwavel
als een vrouw uit de navel met de stem van de zon
zingend onbegrip in de waarheid van mensen

poëzie is vrezen met groten vreze in een slapeloos kinderbedje
omdat je niet weet of je vergramd hebt
dan wel balkend roos herkauwen en weten dat het lukken zal
te spreken als een mens en sprekend als een mens
in donkere catacomben de geheimste woorden
uit de oude boeken te bezweren dat het lood
van de cirkel volgens de gulden snede
pentagrammatisch in de vijfde essentie vierkant raakt
gequadrateerd en leem begint te ademen op voeten
poëzie is gevaarlijk of zij is geen poëzie

poëzie is drie keer durven balken is huilen
bij een tekenfilm is drinken
zonder dorst terwijl je heus wel weet
dat je van fouten moet leren
is krakkemikkig zin kramen is de zestienduidige
paso doble van de kronkelknar

poëzie is mens de dansende wereld dromen en pijnlijk leven zingen
in de taal van mensen
poëzie is mens

Ilja Leonard Pfeijffer

 

Tijdens de Nacht van de Poëzie van 2001 las Ilja Leonard Pfeijffer zelf het gedicht ‘vuurvogel’ voor na een korte introductie…

Advertenties

3 gedachtes over “Gedichten zingen of gedichten zijn het niet

  1. Pingback: Dag 71: Zelf doen – De Dagen Zonder

  2. Pingback: Laten zweven tussen ruimte en tijd – Frank Koenegracht | het rijmrijk

  3. Pingback: De vele gevelgedichten van Ida Gerhardt | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.