Harmens & Pfeijffer weten zich geen raad met de consumptiebonnen

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ilja Leonard Pfeijffer en Erik Jan Harmens lezen voor uit ‘Duetten’ in Deventer

“Hij komt net van de drukker!” Het gezicht van Erik Jan Harmens straalt jongensachtige trots uit. Hij houdt zijn exemplaar van ‘Duetten’ omhoog. Aan zijn rechterhand straalt Ilja Leonard Pfeijffer uit dat hij er ook wel blij mee is, maar al zo veel heeft meegemaakt. Uw gids door het Rijmrijk is naar Deventer gereisd, boekenstad aan de IJssel. Aan de vooravond van de ‘grootste boekenmarkt in Europa’ vindt jaarlijks het Tuinfeest plaats. Het is de 19e editie alweer op deze zonnige zaterdagmiddag en – avond en men heeft weer een bont gezelschap dichters bereid gevonden om voor te komen dragen.

Wie het gevoel heeft dat de poëzie op sterven na dood is, moet langs gaan op de 20e editie volgend jaar. In het eerste weekend van de maand augustus. Wat een belangstelling! Er wordt aandachtig geluisterd naar de verschillende voordrachten. Op zes verschillende plaatsen, vaak fraaie achter grote huizen liggende tuinen, wordt een programma verzorgd. Kwartier per voordracht met vooraankondiging en afkondiging en een dichter die nooit weet hoeveel tijd er nog rest voordat zijn kwartier voorbij is. De bezoeker wandelt er rond met een schema waar hij zijn favorieten in kan vinden om op tijd de verplaatsing van tuin tot tuin te maken. Vanwege de gelijktijdige voordrachten moet je werken met een strak schema, zeker als je ook nog een boek wil laten signeren bij de kraam van de Deventer boekhandel. Bundel pakken, afrekenen en in de rij voor een krabbel van je favoriete dichter.

“Hij is nog geen twee uur oud…” Op het ‘hoofdpodium’ achter het Klooster is het tijd voor de dubbelvoordracht van Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer. Het zit er stampvol. Ook een beetje omdat je er dicht bij de drankafgiftepunten zit en er mensen zijn die weinig tussen de podia bewegen maar genieten van hun glaasje en de entourage. HarmensenPfeijffer03Bovendien komen de beste dichters van het Tuinfeest allemaal even op het Kloosterpodium. “We doen deze voordracht voor het eerst en hebben ook nog niet een aardige introductie voorbereid.” Het enthousiasme van Erik Jan is aanstekelijk. “Maar dit werk heeft helemaal geen introductie nodig…” vult Ilja hem aan. En ze steken van wal met de voordracht van het eerste duet. Erik Jan met zijn eigenzinnige voordracht waarbij hij nadrukkelijk bepaalde woorden uitspreekt. Zinnen in zijn eigen stijl. Niet altijd met eindrijm, veel binnenrijm, veel spreektaalwoorden, veel alliteraties, veel zelfbedachte kreten. Ilja met zijn alexandrijnen, als een acteur in een Shakespeareaans drama. En dat samenspel werkt!

De gedichten zijn geschreven op basis van een langdurige emailwisseling tussen de dichters. Eén doet een voorzet, de ander pareert, vult aan, corrigeert. Bij duetten in de muziek doet ieder zijn eigen deel en is er altijd wel wat samenzang, dat deel hebben ze overgeslagen. Ze zijn het ook niet altijd met elkaar eens, sommige duetten lijken meer op duellen. Het samenspel is nog het beste te vergelijken met toneelimprovisatie waarbij de acteurs reageren op elkaars woorden, soms wat meebewegen, maar soms ook wat tegen bewegen om er een interessant geheel van te maken. Niet de eigen rol is het belangrijkste, maar het samenspel waarbij de eigen rol context krijgt door het spel van de ander.

Dertig duetten zijn het geworden. De laatste verwijst weer netjes naar de eerste, hoewel er in de ‘uitleiding’ van de bundel nadrukkelijk wordt gezegd dat er geen achterafredactie heeft plaatsgevonden (op de schrijffouten na). Dat is moeilijk te geloven omdat het zo’n sterk geheel is geworden met ook allerlei interne verwijzingen. Panters en katers komen vaak terug, de zee ruist op de achtergrond…

Hoe uniek is dit? Ik loop al dagen te piekeren of er in het Rijmrijk vergelijkbare voorbeelden zijn van dit Duetfenomeen? In Komrij’s bloemlezing met kinderpoëzie kom je wel gedichten waarbij twee namen als schrijvers voorkomen, maar daarbij is niet duidelijk wie van de twee wat heeft gedaan (“Schat zet jij koffie, dan schrijf ik nog wat regels aan ons gedicht…”). Ik ben nog niet op een voorbeeld gekomen. Uniek materiaal dus, rijp om te worden meegenomen in de eeuwigheid als historisch fenomeen. De gedichten zelf, de dertig duetten, zijn minder tijdloos. Verwijzingen naar tal van actuele ontwikkelingen staan op iedere bladzijde. Het is ook een thema van het boek: de wereld gaat naar de ‘ratsmodee’, aldus de achterflap. Vluchtelingen die het vege lijf proberen te redden, schreeuwerige Nederlanders die geen plek zien in hun omgeving om de geredde vluchtelingen op te vangen, en zo meer. De krantenkoppen van het laatste jaar geduid in krachtig dichtwerk. Bijvoorbeeld in het duet over de verlegen jongeling die dreigt mee te gaan vechten in de heilige oorlog, ver van huis. Dat Vijfde duet heeft uitgever Lebowski zelf op de website gezet…
Erik Jan Harmens
(…) ik kan je niet meer horen, sissen in zand
moeder, ik ben man
moeder, ik ben man van weinig woorden

Ilja Leonard Pfeijffer
Ik wil niet bang zijn maar een man die mannen vrezen.
Maar luister je? Van weinig woorden wil ik wezen.

 

Actualiteit is van alle tijden, maar laat ik dan nu vast pleitbezorger zijn voor een uitvoerig notenapparaat bij deze bundel. Laat nu vast iemand een woordenlijst voorbereiden met termen als Brexit, Instagrammen en Excelbestand. Nu weet iedereen nog waar het voor staat, over dertig jaar niet meer. Onze achterachterkleinkinderen gaan daar blij mee zijn.

Het Deventer Tuinfeest is populair. Veel poëzieliefhebbers uit de regio sluiten aan in de rij om te luisteren naar poëzie. Dan moet je er wel tegen kunnen dat je helden je vanaf het podium beginnen te bespotten. Ik citeer een paar fragmenten uit het Vijfentwintigste duet. Veel meer ga ik daar niet over zeggen, want het spreekt allemaal aardig voor zichzelf. Correctie, de heren spreken aardig voor zichzelf.

(…)

Ilja Leonard Pfeijffer
Wat doen we met de leesclubdames in de zaal,
die als de poëzie gedaan is allemaal
een leuke foto met de dichters willen maken,
zoals ze selfiesticks tussen de tralie staken
toen zij Bokito zagen in de dierentuin?
Gaan wij staan lachen met ons hoofd een beetje schuin?

Erik Jan Harmens
ik wacht ze op bij de bellen aan de voet van hun flat
een zak als hoedje op het hoofd gezet
daarna wijdgemaakt eroverheen getrokken
mond open alsof ze schrokt
naar pap door het jute hapt
het jute tjapt eerst zacht dan hard
als de woede van vader na de grap

Ilja Leonard Pfeijffer
Wat doen we met ons honorarium, nu wij
verstandig zijn geworden en de hoererij,
de drank en ons benijde bohemienbestaan
verkwanseld hebben en als zondig afgedaan?
Het dichten was ons om de consumpties ooit begonnen.
Nu weten we geen raad met de consumptiebonnen.

Erik Jan Harmens
doe mij een bar le duc bruisend bij mijn bar le duc plat
vroeger als ik voorlas was het publiek een kwab
nu zie ik iedere abonnementhouder zitten met een fluitje in zijn hand
straks de parkeerkaart in de mond voor de slagboom is gerezen
weg van dit theater naar zijn aftrekpostenleven

(…)

Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer

Advertenties

Een gedachte over “Harmens & Pfeijffer weten zich geen raad met de consumptiebonnen

  1. Pingback: Gedichten zingen of gedichten zijn het niet | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.