Traag door oneindig laagland…

StroeveLandIn de poëzie wordt van alles en nog wat bezongen. De liefde, een geliefde, een geliefde gedachte. Maar ook landen, streken, steden, dorpen, wegen, vennetjes, veldjes. Alles wat op een landkaart past, past ook in een gedicht. Zo zijn er lofdichten geschreven op Nederland, op Gelderland, op Rotterdam, eigenlijk op ieder stukje grond wat emotie heeft veroorzaakt bij een dichter. Er kan een heel nieuwe wetenschap worden genoemd voor het verzamelen, inventariseren en duiden van geografisch aan te wijzen poëzie. Laat ik dat voor het gemak ‘Geopoetica’ noemen. Ik vind dat een mooi onderdeel van het Rijmrijk en ook nog eens een fraaie term.

GeopoeticaDe lucht hangt er laag

Eén van de bekendste odes aan Nederland is tevens nummer 1 in de Gedichten top 100 van meest geliefde gedichten: Hendrik Marsmans ‘Herinnering aan Holland’. Je ziet het landschap aan je geestesoog voorbij trekken en de dichter herinnert ons er nog even fijntjes aan dat dit land echt wel beneden zeespiegel ligt.

Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband.
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

Hendrik Marsman

Vol vuns, onpeilbaar slijk en ondoorwaadbre wegen

Overigens komen we in de ‘geopoëtische’ werken niet alleen lofzangen tegen. Er zijn ook dichters die hun afkeuring van een land of een stad in dichtvorm gieten. De onrustige, vaak op reis zijnde, Slauerhoff heeft het niet op Nederland: In Nederland wil ik niet leven, / Men moet er steeds zijn lusten reven, / Ter wille van de goede buren, Die gretig door elk gaatje gluren. (…) De Genestet kampt met een vette verkoudheid en wil zijn onvrede daarover kwijt in een ‘Boutade’:

O land van mest en mist, van vuilen, kouden regen,
Doorsijperd stukske grond, vol killen dauw en damp,
Vol vuns, onpeilbaar slijk en ondoorwaadbre wegen,
Vol jicht en parapluies, vol kiespijn en vol kramp! (…)

Hans Dorrestijn denkt niet met veel genoegen terug aan zijn ervaringen in het Gelderse stadje Ede: ’t Is geen dorp, ’t is geen stad. / maar een groot en gapend gat. Om daarbij alle ziekten op te sommen die hij van de plaats heeft gekregen:

‘k Woon in Ede, boze droom
Het leven is daar saai en sloom
En tevens woest.
En tevens leeg
Zodat ik een depressie kreeg
En ook eczeem en wat niet al
Een maagsteen, nierzweer, haaruitval.

Maar dit zijn wel uitzonderingen. Vaker lezen we lofzangen of juist mooie beschrijvingen van de plek die inspireerde tot het gedicht, zoals Hulshorst van Gerrit Achterberg.

Naar Bommel om de brug te zien

Tal van bloemlezingen rond geografische verwijzingen zijn er verschenen waarbij die van Aarts en Van Etten uit 1998 wel een heel mooi voorbeeld is. ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien. Nederland in 100 liedjes en gedichten’. Er zijn geen slechtere tellers dan bloemlezers, want er blijken er 101 in te staan, maar beter één teveel dan één te weinig. De bundel bevat algemene gedichten over Nederland met natuurlijk aandacht voor ons Volkslied, het Wilhelmus, en over de pogingen die zijn gedaan om dit lied te vervangen voor modernere versies zonder Duits bloed en de Koning van Spanje. Dan volgt hoofdstuksgewijs provincie voor provincie waarbij het aardig is om te lezen welke pogingen de samenstellers hebben gedaan om provinciale volksliederen te achterhalen. Zowel de Waddenzee en ‘De zee en het strand’ hebben een eigen hoofdstuk gekregen zodat er ook een goede plek was voor het lied ‘Naar zee’ van J.P. Heije met het fraaie ‘Ferme jongens, stoere knapen, / Foei! hoe suffend staat gij daar!‘ en het lied over de Zilvervloot, ook van J.P. Heije (‘Piet Hein, Piet Hein, / Zijn naam is klein, / Zijn daden bennen groot:/ Die heeft gewonnen de Zilvervloot!‘).

Er is geen grens

De meest uitgebreide bloemlezing met gedichten over de Veluwe heet ‘Dit stroeve land’. Samengesteld door Bert Paasman en Henk van der Vlist maken we in deze verzenverzameling een ronde langs de vele plaatsen die het bosrijke gebied omcirkelen. Vanuit Arnhem eerst in westelijke richting (Ede), dan noordelijker via Putten, Harderwijk, dan weer naar het oosten, via Hattem, over Apeldoorn zuidwaarts. De Hoge Veluwe komt voorbij, dan weer meer naar de randen om via Rozendaal weer terug te keren in Arnhem. De meest aangehaalde dichters zijn: Hans Andreus, Guillaume van der Graft, Kees Winkler, Jan de Groot en Rouke Broersma. Maar er komen ook dichters in voor met maar één enkel gedicht.

Anneke Brassinga bijvoorbeeld, zij heeft zich laten inspireren door een bezoek aan park de Hoge Veluwe. Misschien heeft zij op zo’n witte fiets rondgereden en is gestopt aan de oostkant van het park, het meer ingetogen deel, het Deelense veld. Daar vind je een flinke plas met de naam ‘de Deelense Was’, een naam die verwijst naar de functie van het water: hier maakten de herders hun schapen schoon. Maar daar in de buurt liggen ook kleinere vennetjes met de fraaie naam ‘de Gietense Flessen’. In de stilte kijkend naar het landschap van water en riethalmen, waar waterdieren als eenden en meerkoeten hun woonplaats hebben, mijmert de dichter over wat ze ziet en wat ze voelt. De weerspiegeling van de lucht in het strakke water geeft het gevoel van eindeloosheid. Het ‘klein water’ wordt zo grenzeloos groot dat het lijkt of de eend de hemel induikt. Daar zijn wij, toeschouwende mensen, maar klein en onbeduidend bij. Zo levert het Veluwse landschap de basis voor een Veluws-religieuze ervaring en wordt het kleine gedicht een ‘hooglied’, een Hoog Veluws lied.

Anneke Brassinga op de Nacht van de Poëzie 2015

Anneke Brassinga leest voor tijdens de Nacht van de Poëzie 2015

Hoog Veluws lied

Een diertje zwemt
in de Gietense Flessen.
Een zee van gouden halmen
Houdt blauwe zee geheim.

Zwevend in vlietend glas
tussen hemel en holte,
koelzacht gestreeld,
van mensen ver –

duikeend in hogere sferen:
klein water kent geen eind.
klein mens
er is geen grens.

Anneke Brassinga

 

Advertenties

Een gedachte over “Traag door oneindig laagland…

  1. Pingback: Bocht in je achtertuin – Hanz Mirck | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.