Hoort, er gaat een nieuw geluid – Herman Gorters Mei (afl. 2)

HermanGorter05Met Herman Gorter begint de moderne poëzie. Lang niet alles wat Gorter schreef lezen we nu nog graag. Sterker nog, lang niet alles wat hij schreef, is ook daadwerkelijk uitgegeven. Gorter durfde te ver te gaan in zijn experimenten en ziet soms zelf in dat het resultaat tóch niet oplevert wat hij ervan had verwacht. Boeiend om te lezen in zijn biografie hoe de dichters die hij zelf zo bewonderde, voorbij streefde. Zo was Lodewijk van Deijssel een voorbeeld voor hem, iemand die hij diep bewonderde omdat Van Deijssel los durfde te gaan in zijn werk. Hij durfde zijn gevoel te volgen en dat op papier te zetten. Dat sprak Herman aan, maar toen hij het ging doen hield Van Deijssel afstand, eigenlijk omdat hij jaloers was en zag dat Gorter meer kon met zijn aanpak dan hijzelf [De Liagre Böhl, 2000]. Tot op heden heeft Herman Gorter invloed op dichters. Pieter Boskma geeft ruimhartig aan dat Gorter veel betekent voor zijn werk. En in de bundel Zelf uit 2014 is het gedicht te lezen waar ik het begin van citeer:

Zelfportret als Herman Gorter
Toen zag ik je – natuurlijk trilde
nog altijd de lucht, het licht dat vloog
in rosse kransen om het duinkasteel. (..)

Herman Gorter is misschien wel meer een ‘dichtersdichter’ dan een dichter voor het grote publiek. Toch komen we hem wel tegen in de bloemlezingen…

Bloemlezing Vermeldingen
Komrij 1979  Tien vermeldingen. Wel een fragment uit Mei, maar niet het begin:
Ik wist niet dat dit alles was zoo mooi.
Zoo staat ook wel een meisje vol in bloei,
De bruigom loopt om haar en streelt het haar,
Zijn spitse ving’ren door haar gouden haar:
Komrij 2004 Hetzelfde als in 1979
Deleu-300 [Deleu, 2015] Drie, geen fragment uit Mei
Dapperstraat, de bekendste gedichten [Aarts & Van Etten, 1994] Drie gedichten, waaronder het begin van Mei
NRC top 100 ‘Zie je ik hou van je’ op #23
Begin Mei op #36
Europese canon [Pfeijffer & de Vries, 2008] Tweemaal. ‘Zie je ik hou van je’ en het begin van de Mei.

 

Het belangrijkste boek

En dan zijn we in Nederland opeens op zoek naar het ‘belangrijkste boek’ omdat 2016 het jaar van het boek is. Volgens de website: “Dit zijn boeken die een maatschappelijke impact hebben gehad en een rol hebben gespeeld bij het vormen van onze cultuur en identiteit.” Het publiek hoeft het niet allemaal zelf te verzinnen. “Om kiezers op weg te helpen, hebben tien curatoren in totaal 100 LijstEllenDeckwitzbelangrijke boeken op een rij gezet: de Tip 100. Samen met kenners uit het vak hebben zij binnen tien verschillende thema’s (o.a. literatuur, poëzie en wetenschap) elk tien boeken geselecteerd.” Een merkwaardige ‘poll for the people’ vind ik. Kiezen mensen dan welk boek invloed heeft gehad op de maatschappij of vooral invloed op hun persoonlijke ontwikkeling? ‘Pietje Bell’ is heel belangrijk geweest voor de vorming van mijn wereldbeeld. Prachtig! Is daarmee dat geweldige jeugdboek ook meteen een ‘belangrijk’ boek? Zegt u het maar… Ik heb geen bezwaar tegen dit soort onzinnige verkiezingen, elke vorm van gesprek over boeken is meegenomen, zeker als het over poëzie gaat. De curator of misschien meer ambassadeur voor het onderdeel poëzie is Ellen Deckwitz. Zelf dichter(es) maar ook mijn favoriete docent dichten.

Dit is haar lijstje en het nummer geeft aan wat de score is qua populariteit op 15 mei. Boeken die hetzelfde aantal stemmen hebben gekregen staan ex aequo op dezelfde rang. Ook dat zien we in dit lijstje. Waarmee ik maar wil zeggen dat plaats 159 voor Mei op deze ranglijst niet betekent dat er 158 titels voor staan…

Auteur / Samensteller Titel
Gerrit Komrij #84 NEDERLANDSE POËZIE VAN DE NEGENTIENDE EN TWINTIGSTE EEUW IN DUIZEND EN ENIGE GEDICHTEN
M. Vasalis #125 PARKEN EN WOESTIJNEN
M. Nijhoff #148 NIEUWE GEDICHTEN
Jacob van Maerlant #151 SPIEGEL HISTORIAEL
Lucebert #156 TRIANGEL IN DE JUNGLE, GEVOLGD DOOR DE DIEREN DER DEMOCRATIE
Herman Gorter #159 MEI. EEN GEDICHT.
P.C. Hooft #161 EMBLEMATA AMATORIA. AFBEELDINGHEN VAN MINNE. EMBLEMES D’AMOVR.
Jan van Hulst #162 HET GRUUTHUSEHANDSCHRIFT
Hans Faverey #162 CHRYSANTEN, ROEIERS
J.H. Leopold #166 CHEOPS

Wat schrijft Ellen Deckwitz over Gorters Mei op de website van het Belangrijkste Boek? Ellen: “‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid:’ luidt de eerste regel van Herman Gorters grote verhalende gedicht ‘Mei’. Het is waarschijnlijk de allerberoemdste dichtregel uit de hele Nederlandse poëzie. Zelfs mensen die Gorter niet kennen hebben deze regel wel eens gehoord. Na deze eerste regel gaat het gedicht zo verder: ‘Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,/ Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht/ In een oud stadje, langs de watergracht –’ De dichter van ‘Mei’ spreekt hier. Hij beschrijft de komst van het mythische meisje Mei, een van de maanden van het jaar. Ze landt in een geel bootje op de Hollandse kust, vlak daarvoor is haar zuster April al weggevoerd door ‘de Dood, die bleeke groote man’. In drie hoofdstukken, ‘boeken’ geheten, worden opkomst, bloei en ondergang van het meisje Mei beschreven. De dichter ontmoet het meisje gek genoeg zelf ook. Het is een van de gedurfde poëtische middelen die Gorter toepaste: als toeschouwer wordt de dichter onderdeel van zijn eigen verhaal. En Mei ontglipt hem door haar onstuitbare levenskracht. Mei wordt niet de geliefde van de dichter, want haar grote liefde is de god Balder, die ze ontmoet in boek twee. Daarin voeren ziel en zinnen een grote liefdesstrijd. Balder staat voor de ziel: hij is blind en leeft enkel voor het eeuwige. Mei staat voor de zinnen en de natuur. Heel kort lijken ze elkaar te naderen, maar uiteindelijk kunnen de uitersten zich niet verenigen. Door de uitvoerige natuurbeschrijvingen en lyrische uitbarstingen wijkt ‘Mei’ sterk af van alles wat daarvoor was verschenen. Na ‘Mei’ zou Herman Gorter zijn speurtocht naar nieuwe, directere manieren van uitdrukken nog radicaler voortzetten in zijn ‘Verzen’ uit 1890. Gorter bracht in de Nederlandse poëzie een volstrekt nieuw geluid.”

Beeldspraak in beeldspraak

HermanGorter04Wie wil inburgeren in het Rijmrijk zal, naast het lezen van mijn blog én het lezen van alles wat mijn blog voorschotelt, ook zelf eens wat op papier moeten zetten. Van zelf schrijven ga je beter lezen, en andersom. Er zijn tal van boeken verschenen die de beginnende schrijver met adviezen bijstaan, tips geven, oefeningen opdragen. Geen van die boeken is zo leuk als het boekje van Ellen Deckwitz met de titel ‘Zo word je een geweldige dichter’ uit 2015 [Deckwitz, 2015]. Ze gebruikt veel voorbeelden uit haar eigen werk, laat bevriende dichters variaties maken op een invalshoek, ze neemt het dichtwerk serieus door ermee te spelen. Ook voor wie geen gedicht op papier wil zetten, is het een aanrader. Ellen wijst bijvoorbeeld aan de hand van een zelfgeschreven vers op een eventuele overdaad aan beeldspraak. De lezer kan ook teveel voor zijn kiezen krijgen, is haar boodschap in het betreffende hoofdstuk. En dan nu weer terug naar Herman Gorter.

Herman is in de Mei in staat om tijdens een uitgebreide vergelijking daarbinnen weer een vergelijking te gebruiken. Kijk even naar de opening van Zang 1 of Boek 1 van de Mei. Het gedicht dat we aan het lezen zijn, moet lijken op het gefloten lied van een jongeman. Dat is al een vergelijking. Maar Gorter gaat door. Dat gefluit klinkt als een orgelpijp en de klanken lijken te schudden in de wind. Ze schudden als jonge kersen. Nee, sorry, zo rijp als jonge kersen. Een heel beeld wordt geschapen waarbij we de avondschemering voelen op een fraaie plek met een schitterende avondzon. Daar bovenop komt nog het beeld van die fluitende jongeman wiens lied zoveel indruk maakt dat mensen nog even wachten met het sluiten van de vensters. Zó wil de ‘ik’ dat dit gedicht klinkt. Volgens oude tradities roept de dichter daarvoor de inspirerende muze aan. Dat kan vast gericht zijn op het meisje Mei dat later in het verhaal opkomt, maar ook gericht aan zijn toenmalige verkering Wies. De stem van de dichter, de stem die het gedicht gaat ‘maken’, brandt in hem als een gasvlam en tegelijkertijd zien we als in een snellopende film een tak zich ontspruiten, eerst in kleine takjes en dan, hup, de blaadjes er aan. Het is toch wat met dat lied. Het moet eruit! Het gaat er ook uit: vers na vers en vele regels lang. Van de geboorte van Mei tot aan haar begrafenis als zuster Juni zich meldt. Zo heftig dat je je afvraagt of je dat ieder jaar wel trekt, zo’n meimaand.

Het aspect van beeldspraak binnen beeldspraak heeft de illustrator van mijn Mei-editie uit 1979 fraai weergegeven. De getekende vlinder zit tegelijkertijd in het landschap en op de tekening van het landschap, zo te zien aan de schaduw van de vleugels op het papier: een tekening in een tekening, een beeld in een beeld.

Mei Boek I

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht,
In een oud stadje, langs de watergracht —
In huis was ’t donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels van mijn raamkozijn.
Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zoo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In ’t boschje opgaat en zijn reis begint.
Hij dwaald’ over de bruggn, op den wal
Van ’t water, langzaam gaande, overal
Als ’n jonge vogel fluitend, onbewust
Van eigen blijheid om de avondrust.
En menig moe man, die zijn avondmaal
Nam, luisterde, als naar een oud verhaal,
Glimlachend, en een hand die ’t venster sloot,
Talmde een pooze wijl de jongen floot.

Zóó wil ik dat dit lied klinkt, er is één
Die ik wèl wenschte dat mijn stem bescheen
Met meer dan lachen van haar zachte oog…
Heil, heil, ik voel hier handen en den weeken boog
Van haren arm. Een koepel van blind licht,
Mild nevelend, omgeeft mijn aangezicht,
Mijn stem brandt in mij als de geele vlam
Van gas in glazen kooi, een eikenstam
Breekt uit in twijgen en jong loover spruit
Naar buiten: Hoort, er gaat een nieuw geluid:
Een jonge veldheer staat, in ’t blauw en goud
Roept aan de holle poort een luid heraut.

(…)

Herman Gorter

Advertenties

Een gedachte over “Hoort, er gaat een nieuw geluid – Herman Gorters Mei (afl. 2)

  1. Pingback: Gorter moet korter – Herman Gorters Mei (afl. 1) | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.