De Moeder – bloemlezen met Komrij

DeMoeder2Zeewolde is een nieuwe stad in de polder. Met natuurlijk een gloednieuw opgezet winkelhart en daar trof ik een winkel met heel veel tweedehands boeken, dvd’s en cd’s. ‘De Oude Bieb’ heet het en ik ga er maar blind vanuit dat er een stukje Zeewolder geschiedenis terug is te vinden in deze naam. Ik tref twee planken met tweedehands poëzie. Veel bundels, maar met weinig wat ik ook graag mee wil nemen ondanks de klantvriendelijke prijzen. Wél ben ik superblij als ik weer een themabloemlezing aantref waar Komrij Kwaliteitsstempel op drukt: ‘De Moeder. Een poëzie-bloemlezing door Gerrit Komrij.’

Schapen klonteren samen in een kudde. Wolven in een roedel. In het Rijmrijk gaat dat anders. Gedichten kunnen op zichzelf los zwerven op de wereld: voorgelezen op een festival, geplaatst in een tijdschrift, geschilderd op een muur, per stuk verkocht op geschept papier, noem maar op. Maar als gedichten samen optrekken, komen we ze tegen in de dichtbundels van dichters, maar ook in bloemlezingen. Die laatste heb je in soorten en maten: dierengedichten, gedichten over bloemen, gedichten over vrijheid en gedichten van jonge dichters, gedichten van gelijkgestemde dichters, hele jonge dichters of juist hele oude. En gelukkig maakt iemand op zijn tijd een hele uitgebreide bloemlezing waar de geschiedenis van de poëzie de rode draad vormt. Gerrit Komrij vestigde zijn reputatie als bloemlezer in 1979 met de veelverkochte bundel: De Nederlandse poëzie van de 19-de en 20-ste eeuw in 1000 en enige gedichten. Dát succes maakte dat er meer versies uitkwamen tot aan de dubbele editie van 2004: De Nederlandse poëzie van de 19-de t/m de 21-ste eeuw in 2000 en enige gedichten. De laatste dingt zelfs mee naar de titel van ‘belangrijkste boek’ en is daarmee een concurrent van o.a. Gorters Mei. en Parken en woestijnen van M. Vasalis. Daarover meer in een volgende aflevering van Het Rijmrijk.

Niemand laat hardvochtig een boek met moedergedichten liggen

Had ik niet wat over deze Moederbloemlezing gelezen? Ja! In Komrij’s kalender over 2012 later in boekvorm omgezet zonder die hinderlijke datumaanduidingen [Komrij, 2013] Gevonden… Ik citeer Gerrit Komrij: “Ik maak een boek met moedergedichten, zei ik tegen mijn uitgever. Ik was in een frivole bui. En ik had genoeg van de armoede. Een bloemlezing met allemaal gedichten over moeder, daar verkopen er honderdduizenden van, zei ik. Iedereen heeft een moeder. Niemand denkt met droge ogen aan zijn moeder. Niemand durft een boek met moedergedichten hardvochtig en koud bij de boekhandel achter te laten, vooral niet als Moederdag nadert. Dat zou maar knagen en schuldgevoelens opwekken. Een boek met moedergedichten, zei ik, dat gaat lopen als warme broodjes. Ik wil rijk worden. Moederliefde zorgt dat het schip met dukaten binnenloopt. Mijn uitgever hoorde het hoofdschuddend aan, maar hij maakte er wel een mooi boek van. Een moederhart, een gouden hart heette het. Bang-bong, zo gevoelig mogelijk, had ik gezegd.
Kloek van formaat werd het boek, met een mooi moederportret van Whistler voorop. Nu ja, er verkochten er een paar van. En het werd nog eens herdrukt, jaren later door een andere uitgever die ook snel rijk wilde worden. Geen piek in de verkoop tijdens Moederdag. Een paar jaar gelden maakte Gerda Dendooven een nieuwe bloemlezing. Moeder heette die. Simpelweg. Moeder. Ik kocht het boek voor een uitverkoopprijs. (…)” Einde citaat.

Dient het wijf dat moeder heet

Mijn Moederbloemlezing is de herdrukte versie, nu met een illustratie naar een schilderij van Jan Toorop. Uitgever Thomas Rap (die ‘andere uitgever die ook snel rijk wilde worden’) kwam in 1991 met een herziene herdruk [Komrij, 1991]. Ik weet niet wat de herziening heeft gebracht voor veranderingen. Er is een Vooraf van Gerrit zelve, maar die zou zo overgenomen kunnen zijn uit de versie van 1979. Er is één gedicht opgenomen dat na 1979 is uitgekomen: Mutter Courage van Luuk Gruwez komt uit diens bundel Dikke mensen en die stamt uit 1990. De bloemlezing bevat 63 gedichten waarvan de oudste stamt uit 1838. We treffen de klassiekers over de moeders van Achterberg, Elschot en Nijhoff. We lezen het wrange gedicht van Neeltje Maria Min in de richting van de moeder uit ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’. We lezen maar liefst drie teksten van de levensliederen van J.H. (‘Koos’) Speenhoff, waaronder de tranentrekkende klassieker ’t Broekie van Jantje, met de regels:
Nou konden ze Jantje niet plagen
Nou waren zijn billen niet bloot
Maar voor ie zijn broekie kon dragen
Ging moeder van narigheid dood (..)
En misschien zit hier wel de sleutel voor het gebrek aan succes van deze moederbloemlezing. Er komt wel érg veel dood, verderf en verdriet in voor. Niet een gezellig cadeautje om aan je mama te geven. Het begint al met Komrij’s inleiding: “(…) In de negentiende eeuw was het moederschap een loterij. De kindersterfte was zeer groot: in elk huwelijk vielen meer nieten dan prijsjes. (…) De gedichten uit die tijd die de moeder bezingen hebben een bezwerend karakter omdat ze haar moeten troosten: het kind is dood, maar de moederliefde blijft.” In latere tijden, aldus de inleider, gaat het meer om het besef van de dichter dat zijn moeder sterfelijk is, zoals een ieder sterfelijk is. Het levert mooi poëzie op, maar ik begrijp best dat men op moederdag liever met een bloemetje, plant of een parfummetje binnenstapt om moeder te eren. Wat voorbeelden:

(…) Er is niets aan te doen, zoals gij ziet.
Druk dus een borrel bij een passend lied,
daar schele Piet reeds met uw tenen trekt.
Willem Elschot in Moeder tegen zijn moeder.

(…) Maar de jaren zijn verstreken
en de kansen zijn verkeken.
Moest die kist weer opengaan
geen stuk vlees zat er nog aan.

(…) Gij die later wordt geboren,
wil naar wijze woorden horen:
pakt die beide handen beet,
dient het wijf dat moeder heet.
Twee strofen uit Spijt van Willem Elsschot

Uit wie mij spreken leerde
murmelt kruiswoordpuzzeltaal,
borrelt praat van niets
dan allerlaatste kwalen. (…)
Moeder van Victor Vroomkoning

En wat te denken van titels als: Mijn moeder sterft (Gerrit Achterberg), Moeder’s dood (Joh. C.P. Alberts) en Bij een dode moeder (Jo Landheer). Natuurlijk wist Gerrit heus wel dat je nooit echt rijk wordt van het bundelen van gedichten, het was een wijze man, maar ergens voel ik toch de behoefte hem even uit te leggen waarom. Ook al vertoeft hij ergens in de hemel, al is dat in zijn geval vast een stukje hemel boven Portugal. Cadeauboekjes gaan over liefde, honderd keer anders verwoord en toch steeds met dezelfde boodschap. Cadeauboekjes gaan niet over sterfelijkheid en de dood.

De eeuwig moedige moeder

De Belgische dichter Luuk Gruwez staat op de vijfde plaats in de Deleu-300, een gedeelde vijfde plaats met de Nederlandse dichter J.C. Bloem. Het laatste gedicht in de Moederbloemlezing is van zijn hand. De titel verwijst naar een stuk van Bertold Brecht met als titel Mutter Courage und ihre Kinder. Het stuk gaat over een marketenster in oorlogstijd die de moed heeft (courage) om dwars door de linies heen te bewegen om haar handel te drijven. De oorlog levert haar winst op maar de oorlog trekt ook een wissel op haar kinderen. Spoiler: geen van haar drie kinderen overleeft de gebeurtenissen. Moet je het stuk kennen om het gedicht te doorgronden? Ik betwijfel het. Het gedicht gaat meer over het moederschap en de tijdloosheid ervan. Drie keer wordt verwezen naar de eeuwigheid en één keer naar ‘voorgoed’. Iedere moeder op zich geeft geen tijd voor die eeuwigheid, zij bestaat om haar kinderen te loodsen door het leven, tegen alle ziektes en ongemakken in. De vrouw laat zich verleiden door mooipraters omdat ze mee wil tellen en niet ‘voorbij’ wil gaan. Dat geeft de voldoening van troost in de vorm van kinderen krijgen en ze daarna tegen alle ziektes in in leven houden. Haar bestaansrecht is het moederschap, zij is ‘voorgoed begraven’ daarin. Zo blijven er altijd maar weer kinderen komen op de wereld, in alle eeuwigheid. Zo simpel is de eeuwigheid, simpel als het kinderspel. De moeder als de motor achter het voortbestaan van de mensheid hoewel dat niet het motief is van de individuele vrouw: zij heeft voor eeuwigheid geen tijd, zij moet snot verwijderen uit kinderneuzen. Eeuwigheid is kinderspel. Zo zullen er nog wel meer moederdagen volgen, al dan niet met bloemlezingen om cadeau te doen…

Mutter Courage

aan elke heer die bellen blies
in haar hoofd van waspoeder en zeep
bood zij haar mond van eeuwen aan,
haar hele ziel in ondergoed,

opdat zij niet voorbij zou gaan.
maar debuterend in de malle troost
van kinderneuzen vol met snot,
heeft zij voor eeuwigheid geen tijd.

het regent, maar zij blijft gezond,
gezond zoals een moeder moet
– een trage, weldoorvoede kloek,
voorgoed begraven in haar kroost.

zo leert zij leven van recepten
en van remedies tegen zeer
dat, eer het komt, genezen wordt.
en eeuwigheid is kinderspel.

Luuk Gruwez

Advertenties