Gorter moet korter – Herman Gorters Mei (afl. 1)

HermanGorter01Ze hebben een mooie plek voor hem gevonden: het beeld van Herman Gorter staat een flink stuk van de weg, tussen de bomen en de struiken. Vogels kunnen op zijn schouder gaan zitten. Zijn pose is die van de genietende wandelaar, een beetje in zichzelf gekeerd. Het beeld staat niet ver van het Noord-Hollandse Bergen, het dichtersdorp. Wie vanuit Bergen komt, bijvoorbeeld van de straat met de toepasselijke naam de ‘Eeuwige weg’, neemt de Zeeweg naar Bergen aan Zee. Ergens aan het begin van de Zeeweg, even zoeken, wandelt Herman Gorter. Hij wijst ons de weg. Wie Herman volgt, komt ergens uit. Laten we een stukje meelopen door het Rijmrijk van Herman Gorter.

Amersfoort

Hij was nog echt jong. Op zijn 23ste trok hij zich zes weken terug op het landgoed Zandbergen niet ver van Amersfoort om te schrijven aan wat hij in zijn hoofd had: een ode aan de Meimaand. De maand waarin de natuur zich op zijn mooist toont waarin alles groeit en bloeit om op volle sterkte te komen en dan… maar dan zijn we weer in de herfst en dat zijn andere maanden. Begin 20 was Herman Gorter, had nog niet veel gepubliceerd en hij was onder de indruk van de denkbeelden van de vrienden van Tachtig. De Tachtigers waren die dichters die zich afzetten tegen de bestaande poëzie die belerend en stijf was. De moraal moest niet het doel van het vers zijn, de verwoording van het eigen gevoel was veel belangrijker. Herman Gorter schrijft een gedicht waarvan vooral de natuurbeschrijvingen en zijn eigen beeldende talent de jaren hebben overleefd. Van Tachtiger Kloos lezen we nog slechts één regel, van sommige Tachtigers zelfs geeneen meer, de Mei blijft regelmatig terugkomen. Vooral de eerste regels keren vaak terug in bloemlezingen: ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid:’.

Gorter moet korter

Hoewel de Mei goed is ontvangen, veel is gelezen en keer op keer werd herdrukt, zijn er weinig experimenten mee uitgehaald. Geen tekenfilm met een springerige Mei en een blinde Balder in de hoofdrol. Walt Disney was te druk met Bambi. Geen moderne toneelbewerking waarbij de zee wordt verbeeld door gestapelde houten planken en de natuur door drie groeiende coniferen in potten aan de rand van het toneel. Ik ben slechts bekend met één bewerking uit mei 1996, dit jaar 20 jaar geleden, we vieren een jubileum in het Rijmrijk! Het radioprogramma Vroege Vogels gebruikte één van de twee beschikbare uren om de Mei te laten horen. Ivo de Wijs, dichter en tekstschrijver en in die tijd medepresentator van het radioprogramma had de taak om het voorlezen binnen het uur te houden terwijl het voluit lezen van de tekst naar schatting meer dan vijf uur zou kosten. Kortom: de Mei van Gorter moest korter…

De ingekorte Mei werd voorgelezen door verschillende stemmen waarvan die van de toenmalige presentatrice Inge Diepman de meeste zendtijd had. Zij was de hoofdverteller van het verhaal. Weet zij er nog wat van te herinneren? Inge Diepman per mail in 2016: “Ivo is een taalvirtuoos en het was een genot om met hem te werken. Het voordragen van de Mei van Gorter gold als één van de vele creatieve uitspattingen van Ivo en ook niet te vergeten van het eindredactieduo Joost en Carla. Prachtig om te doen, maar meer herinneringen heb ik er niet aan.” Dan maar op zoek naar de bewerker zelf, Ivo de Wijs.

Een formidabele lofzang op de Nederlandse natuur

Hoe is het idee ontstaan om de Mei onderdeel te laten zijn van Vroege Vogels? Ivo de Wijs: “Ik liep van tijd tot tijd rond met plannen om Vroege Vogels-uitzendingen te maken die een beetje anders dan anders waren. Ik heb na de Mei ook De Eend van Willem Jan Otten bewerkt tot hoorspel. Ik leerde de Mei kennen tijdens mijn studie Nederlands. Redacteur Joost Huijsing vond dat mijn bewerking maar één uur mocht duren, want een van de twee uren van toen (het programma duurt nu drie uur) werd lelijk onderbroken door een nieuwsbulletin. Ik vond de Mei (vooral Zang 1 die lang geleden in De Nieuwe Gids werd gepubliceerd) een formidabele lofzang op de Nederlandse natuur – en ergo heel geschikt voor Vroege Vogels.”

Hoe ben je te werk gegaan bij het verkorten van de tekst? Ivo: “Ik heb voornamelijk gekozen voor de eerste Zang die veruit het sterkst is. Vooral Zang 2 is een hoop ontoegankelijkheid. Toch heb ik geprobeerd het verhaal een beetje te volgen. Ik heb korte fragmenten gebruikt uit de tweede Zang en het slot met de dood van Mei uit Zang 3 om het verhaal rond te maken. Ik koos met opzet voor stukken die zich mooi in radiogeluid lieten vertalen: de episode over de wielrenners (in de hoop dat Mart Smeets die zou willen voorlezen – wat hij ook deed), de zinnetjes die een kind moest zeggen, de fragmenten die vroegen om passende muziek (ik heb erg veel steun gehad van Noor Kamerbeek, die de muziek uitzocht en Joost Huijsing, die de supervisie deed en met de microfoon op pad ging om allerlei mensen vast te leggen: Mart Smeets, Sonja Barend, wijlen Lieuwe Visser etc. En natuurlijk mochten mijn favoriete regels niet ontbreken:

  • Lachend tegen de stilte als een klok.
  • Ze had een vaart genomen en was af-
    Gesprongen van de rots.”

De laatste regels komen uit de passage:

Ze had een vaart genomen en was af-
Gesprongen van de rotsen en een staf
Van wingerd had ze zich gebroken; toen,
Van d’avonduren tot den stillen noen
Der nacht, had ’t hout gekraakt, de beek geplast
Van hare voeten, en het leek als was ‘t
Bacchantische Maenade op de paân
Van het zwartdorre rotsgebergt’. De maan(..)

Het is een aardig voorbeeld omdat je kunt zien hou Gorter rijmkwesties oploste: het woord ‘afspringen’ wordt gebroken om te kunnen rijmen met ‘staf’. En om ‘paden’ te laten rijmen op ‘maan’, moet je iets doen met het woord en verandert het in ‘paân’… In de vaktaal van de dichter heet dat een elisie. Waar de dichter een lettergreep juist te kort komt, gebruikt hij de epenthesis. De Mei staat er vol mee:

Daar rijdt de Dood, die bleeke groote man,
Den donkren stoet al na, hij alleen kan
Ons troosten, daar rijdt hij, is nu voorbij,
Stil, stil, wees stil, wat dood is berregt hij.

Let op: Gorter gebruikt hier een aangepaste vorm van ‘bergen’, niet van ‘berechten’…

Zuinig commentaar, maar niet van de luisteraars

Luistert Ivo de Wijs het resultaat nog wel eens terug? En heeft hij dan vrede met de keuzes die hij toen heeft gemaakt? Ivo de Wijs: “De laatste tijd heb ik niet meer geluisterd, maar toen ik in de auto nog cassettebandjes kon draaien, deed ik dat nog wel eens. Ik ben vooral zeer tevreden over de rol van Inge Diepman als Mei (zij had eigenlijk helemaal geen ervaring met dit soort hoorspelwerk) en de samenwerking met Midas Dekkers. Wel vind ik dat de tweede Zang ook in mijn bewerking de zwakste schakel is gebleven. De Germaanse goden en de wolkenspinster vallen niet echt lekker op hun plaats. De muzikale omlijsting bevalt me nog steeds buitengewoon. De kritiek was uiterst zuinig, zoals steeds als ik mijn best doen om de oude literatuur weer eens te doen blinken. “Hij heeft er wel een hoop uitgegooid,” herinner ik me uit de zuinige commentaren der literatuurbewakers, die elke poging om de letterkunde van voorbije eeuwen te populariseren per definitie beschouwen als een aanslag op hun privé-domein. Toch was er veel adhesie van luisteraars!”

De uitzending van de Mei is door de VARA wél uitgebracht op een cassettebandje, maar heeft nooit het stadium van de CD-rom bereikt. Naluisteren is lastig.

De zon is de bron

Op het belang van de Mei kom ik terug in een volgende blog. Opvallend is dat er weinig fragmenten op zichzelf een eigen leven zijn gaan leiden met uitzondering van de eerste 32 regels waarin de dichter aangeeft hoe hij wil dat het lied aankomt bij het publiek en waarin hij hulp vraagt bij zijn muze. Toch zijn er wel fragmenten te vinden die op zichzelf sterk genoeg zijn om voor te kunnen komen in bloemlezingen. Het fragment uit de eerste Zang hieronder bijvoorbeeld. Het fragment lijkt op een raadsel. Acht regels met de vraag, dan zeventien regels aanwijzingen naar de clou in de laatste… Alles zit in dit fragment wat zo tekenend is voor de Mei. De vijfvoetige jamben (pentameter), het gepaard rijm, de bijzondere beeldspraak waarin wordt verwezen naar herkenbare dagelijkse zaken, soms regel na regel.

Weet iemand wat op aard het schoonste is,
Het allerschoonste? welks gelijkenis
Hij ziet in alles wat hem vreugde geeft?
Waarom hij lief heeft wat rondom hem leeft?
Waarom diè rijkdom en diè een vrouw
En één zichzelf, hoewel ze allen nauw
Weten dat ze iets zoeken dan een woord
Alleen? Weet iemand dit? Wel hoort.
Het is waarom het kuiken zoekt de hen,
Het kind de moederborst, waarom ik ben
Bang voor den winter en den herfst, den nacht
Van ’t jaar – waarom een jong kind niet de pracht
Der sterren liefheeft, wel een vlam en vuur
Van een wit kaarsje – met een klaar getuur
Ligt hij op ’t kussen wakker, lang en met
Zijn oogen volgt hij ’t waaiend flikkren, het
Vlammetje brandt nog in zijn droomen voort.
Het is waarom zang en muziek bekoort,
Maar marmer mij verschrikt en witte kleur,
Ik roode rozen liefheb en den geur
Van blinkend fruit en verf van donzig ooft.
Het is waarom een meisje een man belooft
Te stoven in haar armen en verlangt
Naar ’t warme mooie huw’lijksuur, ze dankt
Hem voor zijn liefde, of hij anders kon.
Het is vuur, de warmte, ’t is de zon.

Fragment uit de eerste Zang van Mei. Een gedicht.

Herman Gorter 1864 – 1927

En er is meer! Klik door naar aflevering 2.

Advertenties

2 gedachtes over “Gorter moet korter – Herman Gorters Mei (afl. 1)

  1. Pingback: De Moeder – bloemlezen met Komrij | het rijmrijk

  2. Pingback: Druppels uit een zee van liefde – Jacques Perk | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.