M. Vasalis – Geen bomen op de grote zee

Vasalis vierkantArme scholieren. Verplicht poëzie moeten lezen en dan met de hulp van vragenlijstjes moeten begrijpen wat de dichter heeft ‘bedoeld…’. Gelukkig zijn er websites waar je je huiswerk op kunt plaatsen zodat een ander ook plezier heeft van al je inspanningen. Een klein nadeel daarvan is dat niemand het werk nakijkt, dus er kan met zeer veel enthousiasme onjuiste informatie worden doorgegeven. Maar ja, het is maar poëzie dus wie heeft er echt last van? Zo heeft Floor Verheul op ‘scholieren.com’ in 2004 een leesverslag gezet van de bundel ‘De vogel Phoenix’. Waarom deze? Floor: “Ik wilde een niet al te dik gedichtenbundel lezen, omdat ik van mening ben dat je dan niet echt meer een overzicht houdt.” Niets tegen in te brengen… Erg verdiept in de dichter Vasalis heeft Floor zich verder niet: “Vasalis maakt in deze bundel veel gebruik van rijm. Hij gebruikt vrijwel altijd de volrijm en eindrijm, die in elk gedicht terug lijken te komen.” M. Vasalis is een pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans en is dus een dame. Hoewel? Houd je hetzelfde geslacht als je kiest voor een schuilnaam?
Floor doet ongelooflijk haar best om de bundel te begrijpen, helaas ziet ze één ding over het hoofd: de opdracht aan het begin van het boek. ‘Dicky’ staat er helemaal voorin met daaronder twee data: 16 april 1942 en 10 oktober 1943. En daaronder een motto of een citaat: ‘He has out-soared the shadow of our night’. Hij oversteeg de schaduw van onze nacht.

Bredevoort

De bundel ‘De vogel Phoenix’ kwam ik tegen in het boekenstadje Bredevoort, naast vele andere bundels. Het is een bundel uit 1947, de tweede na haar succesvolle debuut ‘Parken en woestijnen’ uit 1940. Het is een bundel met een sterke onderlinge samenhang. Het zijn er 22, maar drie staan wat los van het geheel. Een hele bladzijde met wit vormt de grens en die komt ook weer terug in de Verzamelde Gedichten. Het verzameld dichtwerk is onlangs opnieuw uitgebracht. Voor een vriendenprijs, maar altijd meer dan de euro die ik betaalde in Bredevoort via de blauwe brievenbus naast de boekenkast.

Dol op Vasalis

Nederland is dol op Vasalis. Wij houden van haar gedichten, ze zijn op de een of andere manier laagdrempelig en ook weer niet oppervlakkig. De populariteit geldt eigenlijk wel meer voor de gedichten uit haar debuutbundel Parken en woestijnen. Deze titel geeft al heel aardig een indruk van haar thematiek: er is de natuur, wild, gevaarlijk, en er is de natuurlijke omgeving die door de mens is gevormd, geciviliseerd, met ruimte voor wandelpaden tussen de struiken en bomen. Veel van de superpopulaire gedichten komen uit Parken en woestijnen. ‘De idioot in bad’ bijvoorbeeld maakt onderdeel uit van de Europese canon, een van de 500 Europese gedichten die we gelezen moeten hebben [Pfeijffer e.a, 2008]. Datzelfde gedicht staat op nummer 19 in de NRC-gedichten top 100, enkel voorbij gestreefd door die andere evergreen ‘Tijd’ op nummer 10 met de bekende regels Ik droomde, dat ik langzaam leefde… / langzamer dan de oudste steen. In zijn canon toont Komrij aan dat ‘De idioot in bad’ het natste gedicht uit de Nederlandse poëzie is. Er is badwater, damp en stoom en tenslotte ook mensenwater in de vorm van tranen. Er komt al veel water voor in de Nederlandse poëzie, maar dit gedicht slaat alles, aldus Gerrit Komrij, met ironie en respect [Komrij, 2008]. Tien gedichten van Vasalis zijn te lezen in de bloemlezing van Jozef Deleu [Deleu, 2015]. In de Deleu-index is zij de beste vrouwelijke dichter door deze extreme score. In de Dapperstraat-index met meest gebloemleesde gedichten [Aarts e.a. 1994] staan vijf gedichten van Vasalis, waaronder natuurlijk ‘Tijd’ en ‘De idioot in bad’. In de Komrijbloemlezing van 1979 heeft ze acht vermeldingen, in de laatste versie van 2004 zijn dat er zelfs negen geworden.

Poëzie en wederopstanding

Wij houden van Vasalis, maar dat geldt toch iets minder voor de gedichten uit De vogel Phoenix. Alleen het liefdesgedicht ‘Wachten in de ochtend’ kom je tegen in zowel de liefdeslyriekbloemlezing van Willem Wilmink [Wilmink, 2002], als recenter die van Arie Boomsma [Boomsma, 2013]. Tijdens haar leven heeft Vasalis drie bundels uit laten geven. De eerste en de laatste Vergezichten en gezichten uit 1954 zijn gelauwerd met literaire prijzen. De vogel Phoenix is in veel zaken een buitenbeentje. De bundel weerspiegelt vooral het verwerkingsproces van de moeder die een kind is kwijt geraakt aan een fatale ziekte. Zo komen we naast elkaar de gedichten ‘April’ en ‘Oktober’ tegen en dat zijn precies de maanden die worden genoemd in de opdracht naar Dicky, het zijn de geboortemaand en de sterftemaand, voorjaar en herfst. De gedichten zijn enerzijds een monument voor dat kind, dat teruggevraagde geschenk van de natuur, en anderzijds het verslag van het gevecht dat de ik voert om de klap van het verlies te boven te komen. Phoenix is de mythologische vogel die herrees uit zijn eigen as, die terug kwam na de vernietiging, de dood. Het kind keert terug in de gedaante van deze vogel en zet de ik aan om weer de pen op te pakken. De hand brandt als de vogel ooit deed, maar stoppen met schrijven is niet de bedoeling: ‘Haast niet, schreeuw niet van pijn, o hand. / Schrijf door totdat de vingren zijn verbrand.’

Geen bomen op de grote zee, of toch?

De ontwikkeling van wanhoop naar hoop komt tot een einde in het één-na-laatste gedicht Misthoorn in de herfst. In dit gedicht komt er een besef binnen bij de ‘ik’ die als een troost wordt opgepakt: er is een schepper die rust geeft, die helpt te aanvaarden dat er grote vragen zijn waar geen antwoorden bij horen. Het daaropvolgende en laatste gedicht Avond aan zee heeft als opdracht ‘Voor mijn Vader’ en daar lees je dat de berusting er daadwerkelijk is in de vorm van de ‘grote, oude, grijze zee / in rusteloosheid zoveel rust’. De ik geeft zich over: ‘Ik zag voor ’t eerst weer naar de hemel: / hoe die zich rustende verhief.’ De laatste regels van de bundel.
In Misthoorn in de herfst denkt de ik aan haar kindertijd. De misthoorn die vanuit een boot over de zee klonk had toen al een diepere betekenis. De stem was bekend, nog niet de naam, maar wel weer bekend was ‘dat ik zijn schepsel was’. Dan komt er opeens een boom het gedicht binnen zetten. Laten we het dus maar even hebben over de rol van bomen bij Vasalis. Er komen veel bomen voor in De vogel Phoenix, in negen van de 22 gedichten is een verwijzing naar bomen te vinden. Deze vervullen namelijk de rol van de verbinder van de aarde met de hemel. In ‘Daphne’ lezen we ‘Mijn blaadren roeren in onzekerheid / waarin nog iets van hemels luistren is, / mijn wortlen proeven zoveel duisternis.’ Was Daphne in de Griekse mythologie niet degene die zich in een laurierboom liet veranderen om te ontsnappen aan het verschrikkelijke stalken van god Apollo? Bomen overal in de bundel, maar die zijn niet te vinden op de grote zee en ze zijn daar eigenlijk wel nodig om de dood te begeleiden naar het hemelse licht. Dan beseft de dichter dat de wolken, de nevel, best die functie kan overnemen. Kijk maar naar de meeuwen, die gedragen zich daar net alsof het bomen zijn, dat is een goed teken!
En dan wordt het nacht, meeuwen weg, de zee heeft een eigen beweging in het donker, en dan is die stem te horen. De stem stelt een vraag die geen antwoord behoeft. Er is namelijk geen antwoord en dat, aldus de dichter in een moment van hemels inzicht, ís het antwoord. Dat antwoord is er al langer en is al gegeven vanaf de kindertijd, lang geleden. Daarmee is de ik weer terug bij de eerste regel, de vroegste herinnering van hangen uit het raam en de misthoorn horen in duisternis en nevel.
Misthoorn in de herfst is een gedicht met een strakke vorm. Er zijn zes vierregelige strofen waarvan de laatste vier met omarmend rijm. In één geval is de rijmdwang wel heel absurd, dan rijmt ‘zee’ op de eerste lettergreep van ‘even’… Ook het metrum is strak en waar wat problemen komen zien we afbrekingen zodat ‘geboomt(e)’ rijmt op droomt, of elisie, zoals bij ‘vooglen’… Ik heb zo het gevoel dat Vasalis als ze in deze tijd geleefd zichzelf wat meer ruimte had gegeven voor de eisen van rijm en metrum. Haar gedichten kunnen dat hebben. Ik hoop natuurlijk dat Floor een voldoende heeft gehaald voor haar schoolopdracht en het daarna nog een keer heeft aangedurfd om een dichtbundel te lezen. Haar schoolwerk dateert uit 2004, misschien heeft ze intussen al zelf een bundel gepubliceerd…

Misthoorn in de herfst

Toen ik als kind, des avonds uit het raam
hing, als de herfst gekomen was,
kende ik zijn stem al, maar nog niet zijn naam,

en wist ik al, dat ik zijn schepsel was.

Er zijn geen bomen op de grote zee,
waaruit de geest omhoog stijgt als zij sterven,
en nog een wijle rond hun kruinen drijft
dat zij zichtbaar hun zaligheid verwerven…

Toch is het soms alsof de meeuwen e-
ven verpozen op een ijl geboomt
van witte takken, die de nevel droomt
– de nevel is de doodsgeest van de zee -.

En ’s nachts, als al de witte vooglen zijn verdwenen,
wanneer de zee in het donker langzaam danst,
hoort men de stem, diep in de mist verschanst,
in eenzaamheid gesmoord, beklemmend stenen.

Hij roept een vraag, doof borend uit de grijze eeuwen,
die vruchtloos reikend, in zichzelve wederkeert
en die geen antwoord meer verwacht of noch begeert
en die te hees is en te oud om nog van pijn te schreeuwen.

Er is geen antwoord in de tegenstrijdigheden
– en van dit antwoord heeft de stem mij zó doordrongen,
vanaf mijn kindsheid heeft hij het gezongen
en dat is al zo lang geleden …

M. Vasalis

Advertenties

2 gedachtes over “M. Vasalis – Geen bomen op de grote zee

  1. Pingback: De Moeder – bloemlezen met Komrij | het rijmrijk

  2. Pingback: Jean Pierre Rawie als lyrische lijster | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.