De uitgeknipte wereld van Johanna Geels

Detox van Johanna GeelsKranten en tijdschriften komen pas in actie als er een nieuwe bundel in het postvakje ligt. Vers van de uitgeverij ligt een presentexemplaar klaar voor de poëziespecialist op de redactie. Hoera, een debuut, een nieuwe bundel van een veteraan of een vlotte bloemlezing met net weer een andere rangschikking. Zo raakt de krantenlezer weer helemaal op de hoogte van de laatste stand van zaken in het Rijmrijk. Recensies maak ik niet, uw blogger uit het Rijmrijk, ik doe verslag van mijn leesavonturen. Ik leid mijn lezers rond in het Rijmrijk, stiekem hopend dat ze straks zonder een excursie alleen durven te reizen. Een avontuur is het en moet het altijd blijven.

Wie niet beschikt over een eindeloos budget of wekelijks kan rekenen op presentexemplaren, moet het hebben van de donkere hoekjes in de boekenwinkels, de rommelmarkten, het plankje achteraf in de tweedehandsboekenwinkel. Dat is geen klacht, maar een aanprijzing. Zo wordt zelfs het zoeken naar dichtbundels bijzonder. Je vindt altijd wel iets en bedenk daarbij dat Rutger Kopland al in 1972 dichtte ‘wie wat vindt, heeft slecht gezocht…’.

Maria in de protestantse kerk

De bundel Detox van Johanna Geels vond ik op de rommelmarkt van de Kruiskerk in Eerbeek, kerk van de protestantse gemeente in mijn dorp. De boekenhoek was gelukkig voorgesorteerd. De poëzie stond in een apart doosje samen met, zoals vaker, de kleine geschenkboekjes. Wie interesse heeft in de dichteres Nel Benschop kan haar complete Verzameld Werk bijeengaren op rommelmarkten, en ik denk dat het om veel verschillende titels gaat. En het werk van Nel B. zie je al helemaal vaak terug op boekenmarkten rond kerkgenootschappen en christelijke zangkoren. Een mooie oogst nam ik mee onder mijn snelbinder terug naar huis: een Bzzletin gewijd aan het werk van Rutger Kopland, de bekendste bundel van Neeltje Maria Min én de bundel Detox van Johanna Geels. Het was een mooi exemplaar nog, met handtekening van de auteur en de tekst ‘Boekenbal 2010’ daarboven. Cryptisch, ik houd ervan… Had ik al vermeld dat ook de originele CD bij de prijs was inbegrepen? Johanna Geels had ik in actie gezien tijdens de Nacht van de Poëzie in september. Dat was mijn eerste kennismaking en het maakte mij nieuwsgierig naar meer.

Geels signatureLezen. Blijven lezen.

Nieuwsgierigheid is een basisgevoel dat je moet hebben, wil je plezier beleven in het Rijmrijk. Lezen, nog eens lezen, lezen over wat je hebt gelezen, bladeren in een andere bundel, surfen over het web, luisteren naar voorleessessie en tenslotte nog een keer lezen. En nog een keer. Misschien vind ik dat wel het belangrijkste kwaliteitsaspect van een poëziebundel: kan het blijven boeien, kan het nieuwsgierigheid blijven wekken? Nee? Slecht werk. Ja? Op zoek naar meer. Wie aan het werk van Johanna Geels begint, hoeft zich geen zorgen over te maken. Het is te begrijpen, maar eigenlijk net niet helemaal, of toch wel…  Detox is niet de laatst verschenen bundel maar de tweede uit het oeuvre: het debuut Tuig stamt uit 2008, Detox verscheen in 2010. Meer recent zijn Wildberichten (2014) en Vuurmakers (2015). Er is dus genoeg om van te genieten!

Een eigen universum

Wie artikelen leest óver de poëzie van Johanna Geels of recensies van haar werk, wordt al snel gewezen op de ‘eigen wereld’ van de dichter. Er is sprake van een ‘eigen universum’, zegt men dan… Het dichterlijk universum is een fenomeen dat om wat uitleg vraagt en ik zou niet een goede reisgids zijn door het Rijmrijk als ik niet mijn best zou doen om daaraan tegemoet te komen. Daarvoor neem ik u, lezer, even mee naar de liedtekst van het door Boudewijn de Groot bekend gemaakte lied ‘Het land van Maas en Waal’. Tekstdichter Lennart Nijgh begint een beeld te beschrijven van waar de ‘ik’ zich bevindt, namelijk ‘onder de groene hemel in de blauwe zon’. Dat hebben we zo vaak meegezongen dat we het nu normaal vinden, maar dat is het natuurlijk niet echt. De kleurbeleving in de leefwereld van de meeste mensen is duidelijk een andere. Is dat erg? Helemaal niet. We wandelen vrolijk mee met de stoet van bizarre types op weg naar een land waar we voorlopig nog niet zijn. ‘Het land van Maas en Waal’ is in Nederland een bekende regio. Kun je zo naar toe, genieten van het vlakke landschap, de siertuinen bezoeken in Appeltern bijvoorbeeld. Zo geeft de dichter de indruk dat hij schrijft over een bekende en realistische situatie. Maar de stoet is nog helemaal niet op die plek, maar zal eerst de bergen over moeten. Over welke bergen hebben we het dan? Het reisgezelschap laat zich niet ontmoedigen en gaat maar door met luidruchtig voortgaan op dezelfde weg. Daarbij verspringt de hemel én de zon een paar keer van kleur. Van groen, naar purper, naar goud voor de hemel. Van blauw, naar bruin, naar zilver voor de zon. Een kleurrijke eigen wereld.

Knip je eigen wereld uit

Dichters scheppen vaker een eigen wereld. Die wereld kan veranderen per gedicht, per bundel. Soms blijft die wereld een heel oeuvre hetzelfde. Soms is die wereld helemaal terug te vinden in de werkelijkheid om je heen, maar soms ook helemaal niet. Het is aan de lezer om de logica binnen de wereld van de dichter of het gedicht te vinden. Want die logica bestaat. De bozbezbozzel van Cees Buddingh’ hebben we nooit zelf gezien, maar het is volslagen begrijpelijk dat je zo’n dier vergelijkt met een ander dier, zoals de jenk. De eigen wereld is een realiteit voor de dichter zoals een psychotische patiënt daadwerkelijk de eigen waanbeelden ziet. Bij Johanna Geels merk je dat de ‘ik’ achteloos heen en weer springt tussen de herkenbare wereld naar de eigen werkelijkheid. In Detox staan drie gedichten in een cyclus met als titel ‘In een doos hang je geen slingers op’. De ‘ik’ stelt voor haar ouders op te halen. Deze wonen ergens in een ‘doos’ en ik denk dan braaf aan de ‘betonnen dozen’ uit het gemoderniseerde dorp zoals die voorkomen in de tekst die Friso Wiegersma maakte voor Wim Sonneveld. Maar de doos is niet van beton maar van karton, haar ouders wonen in een kartonnen doos, ieder heeft een eigen doos en die passen samen ook nog eens netjes op de achterbank zodat je ze kunt ophalen en meenemen. In het gedicht Hoogtijd (Detox) is de dichter als een kind dat eigen werelden uitknipt, in zakjes doet en ze weggeeft ‘aan al mijn vriendjes / die achter poppenogen woonden’. Een kinderlijke blijmoedigheid straalt uit het gedicht, maar als toeschouwer voel je de eenzaamheid van een kind dat geen andere vriendjes kent dan de eigen poppen. Blijmoedigheid en het uitweg zoeken uit een bizarre eenzaamheid kom je veel tegen in de gedichten uit Detox.

De duivel moet vooral blijven slapen

De laatste ronde kennen we als fenomeen zowel vanuit de bokssport als uit het café. Wie alle rondes in de boksring zonder knock out te gaan. heeft gered, kan alleen nog verliezen op punten. Maar er is ook een laatste ronde als ritueel bij het sluiten van de kroeg: nog een laatste glaasje voordat we huiswaarts keren. Beide aspecten zitten in het gedicht dat de bundel sluit, en daarmee ook de laatste ronde vormt: ‘De Laatste Ronde’.. De ‘ik’ sluipt het huis binnen waar een orkaan van leven heeft gewoed. Een hongerige kat loopt tussen de uitgetrapte peuken en gebroken glazen. De ‘ik’ ruimt wat op, doet de gordijnen open en zet de muziek zachter. Maar uiteindelijk gaat het om de persoon die middenin de puinhoop zijn roes ligt uit te slapen. Even denk je dat dat de duivel moet zijn, want in ‘dit omvergetrokken huis woont / de duivel…’ Maar pas in de laatste strofe blijkt dat de duivel niet de ‘jij’ is maar de kracht die soms bezit neemt van de ‘jij’. De ‘ik’ hoopt dat je snel zal ontwaken en dat de duivel dan gewoon doorslaapt. In de kinderlijke gedachtenwereld van de ‘ik’ is dat mogelijk, maar wij als lezer zien ook de vlammetjes van het hellevuur terug in het wildrode haar. Dit komt niet niet goed zonder een kuur in een verslavingsoord, zonder een gecontroleerde ongifting, zonder een ‘detox’.

Gewoon van genieten

De bundel Detox werd eind januari 2011 gepresenteerd in een Apeldoorns café, op het podium van artcafé SamSam. Judith Velthuizen schrijft erover op de website ApeldoornDirect:Verzadigd van al dat moois keerde ik huiswaarts. Blij dat er weer een misverstand de wereld uit was geholpen. Gedichten zijn helemaal niet moeilijk. Gedichten zijn fijn. Daar mag je gewoon van genieten.” Johanna gebruikt de reactieruimte om dat te beamen: “Je laatste drie zinnen mogen wat mij betreft op een spandoek. Gedichten zijn niet moeilijk. Gedichten zijn fijn. Daar mag je gewoon van genieten. En zo is het.” Ik pleit voor meer excursies naar het Rijmrijk.

LAATSTE RONDE

De stilte van de gang klemt zich angstig
aan mij vast als ik naar binnen sluip.

Hier, in dit omvergetrokken huis woont
de duivel, laat hem slapen.

Mijn laarzen vegen door gebroken glas,
peuken op de grond, de kat loopt klagend rond.

Je klotshoofd ligt verdoofd op tafel, armen
en benen puilen uit de doorgezakte stoel.

Automatisch zoekt mijn hand je mond
maar ik voel nog geen dood vandaag.

Schraap flessen van het balkon, bevrijd de zon
uit de gordijnen en sus de blauwe gitaar.

Zie hoe het zonlicht vlammetjes maakt in je
wildrode haar en hoop dat je snel zal ontwaken.
Laat de duivel slapen.

Johanna Geels

Hoor hoe Johanna het gedicht Laatste Ronde zelf voorleest met muzikale begeleiding van Mark Beumers:

Advertenties

Een gedachte over “De uitgeknipte wereld van Johanna Geels

  1. Pingback: Lonkende sirenen – Johanna Geels | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.