Dichter bij het graf

Je-bent-mijn-liefste-woord-Anne-VegterPoëzie geeft troost, poëzie helpt mee Grote Gevoelens te duiden en daarmee te verwerken. Vandaar dat we dichtregels tegenkomen bovenaan rouwadvertenties in de krant, op rouwkaarten of op bedankkaartjes na het Afscheid. Konden we vroeger beschikken over het Geloof, met een God en een boek als de Bijbel waaruit tal van regels waren te lenen, nu moeten we alles zélf maar uitzoeken. Je komt ze nog wel tegen, hoor, regels uit het Heilige Schrift. Deze bijvoorbeeld: ‘En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.’ Korinthiërs 13:13. Als we los van de structuren van de religie op zoek moeten naar de juiste woorden, komen we terecht bij de woordkunstenaars, de dichters. Zo lees je in de regionale krant in een rouwadvertentie: ‘Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,’ de eerste regel van het gedicht Bericht aan de reizigers van Jan van Nijlen. Maar de bron wordt vaak niet genoemd, de naam van de dichter kom je niet tegen. De opsteller van de advertentie weet niet wie de maker is of denkt dat deze regel zo bekend is dat hij altijd bestaan moet hebben.

Arie Boomsma bloemlezingJe komt zelf geschreven regels tegen, bewerkingen als ‘Bloemen verwelken en anjers vergaan, / Mama zal in onze harten voortbestaan.’ Toon Hermans biedt troost met warme woorden:

De dood is niet braaf
en de dood is niet stout
de dood is niet jong
en de dood is niet oud.

de dood is geen warmte
geen ijzige kilte
de dood is een veilige
heilige stilte.

Zie ik nu dat er een duif staat afgebeeld naast dit gedicht in de krantenadvertentie? Zou deze bewoner van Nunspeet duiven hebben gehouden? Ik moet denken aan Toon Hermans in de conference met de dode duif, maar dat kan nooit de bedoeling zijn.

boek verzenboek15-280hWat is dat toch tussen de dood en dichtwerk? Heeft het te maken met onze zoektocht naar de juiste woorden op het moment dat we door sprakeloosheid zijn bevangen? En hoe vinden we dan het juiste gedicht bij de gelegenheid? Wat schrijf je nog voor hartelijks aan iemand die zijn laatste dagen slijt in een hospice? Is daar al een gedicht voor geschreven en hoe vind ik die? Er is behoefte aan een ‘ontsluiting van het onuitspreekbare’. Er zijn verschillende goed verkopende bloemlezingen te koop die óf het afscheid van het leven als thema hebben (Arie Boomsma) of breder zijn georiënteerd en ook andere levensgebeurtenissen betrekken (Jij bent mijn liefste woord, samengesteld door Anne Vegter bijvoorbeeld). Een citaat van een boekenverkoopwebsite: “Het Groot Verzenboek, samengesteld door Jozef Deleu, is al sinds 1976 een onmisbaar referentiewerk voor elke poëzieliefhebber.” De Vlaamse dichter Jozef Deleu bloemleesde 600 gedichten over ‘leven, liefde en dood’. Een traditie, dit verzenboek wordt steeds aangevuld en vernieuwd. Eindeloos bladeren of er iets tussenzit…

Maar niet alleen de rouwkaart vraagt om een gedicht, ook bij de begrafenis of de crematie neemt de poëzie een belangrijke plaats in. In een andere blog ben ik de diepte ingegaan bij het gedicht van W.H. Auden dat we kennen uit ‘Four weddings and a funeral’: stop all the clocks. Zo als er een begrafenis top 10 bestaat voor de afscheidsmuziek zo is er vast een lijst van vaak geciteerde gedichten te maken en daar komt vast ‘Stop alle klokken’ ook op voor. Maar de klokken lopen door, de tijd staat niet stil. De wereld stopt niet met draaien als een geliefde overlijdt, hoe graag je dat ook zou willen.

“De dichtkunst is bij uitstek het domein van wat doorgaans met ‘het onuitsprekelijke’ wordt aangeduid, het domein van de dingen die we in het dagdagelijkse bestaan het liefst verzwijgen, onuitgesproken laten, de dichtkunst dringt door in de pijnlijke, moeizame worsteling waaruit het leven van ieder van ons onder dat glanzende oppervlak tòch bestaat, hoe hard we dat ook aan de buitenkant ontkennen: in ieder van ons woont dat eenzame kind, voorgoed van zijn moeder gescheiden, en aan de andere kant zijn we allemaal maar een ademtocht van onze laatste ademtocht verwijderd.” Aan het woord is F. Starik, dichter te Amsterdam en nauw betrokken bij de Eenzame Uitvaart op de webpagina’s van de stichting ter gelegenheid van het tienjarig bestaan in 2012.

Mensen die om de een of andere redenen geen nabestaanden hebben om hun uitvaart te regelen, laat staan erbij te zijn, mogen niet zo zonder meer worden begraven, vinden de betrokkenen bij de Eenzame Uitvaart. Daarom wordt gevraagd aan de ‘dichter van dienst’ om een gedicht te maken en voor te dragen bij deze stille afscheidsceremonies. F. Starik schreef zijn ervaringen op in het boek ‘Een steek diep’ dat in 2011 verscheen. Per hoofdstuk lezen we iets over een uitvaart, waarbij Starik wel altijd aanwezig was, maar niet altijd als dichter van dienst. Robert Anker helpt mee, evenals Anneke Brassinga, Neeltje Maria Min en Menno Wigman. En dan noem ik er maar een paar… Stariks boek staat vol met hartverscheurende verhaaltjes over hoe mensen aan het einde van hun leven kunnen verzanden in een ongekende eenzaamheid. Door het wegvallen van familie en vrienden, maar ook door toedoen van eigen afwijkend gedrag.

Eenzame uitvaart nummer 67 betreft het slachtoffer van een misdrijf, zodanig toegetakeld en zo laat gevonden dat zelfs het bepalen van het geslacht niet meer mogelijk is. Even leeft de gedachte dat de dode zelfmoord heeft gepleegd, maar dan is zijn methode wel een ingewikkelde. Wie lukt het om beton over zichzelf te storten? Aan de dichter F. Starik de opdracht om een gedicht te maken terwijl hij niets weet van de persoon in de kist. Verschrikkelijke situatie en F. maakt daar een geweldig gedicht bij…

EEN MENS

We zullen je geen naam meer geven.
Geen geslacht. De laatste uren slaan
we over. Het laatste gezicht dat jij ooit zag.

We beloven dat het ooit veel beter was.
Je liep in een zwart licht. Iemand
sloeg je ogen dicht.

Pas in het donker werd je teruggevonden,
opgeraapt, beklopt, betast, hield
iemand nog je handen vast.

De rechercheur, de vlugge vingers
van het forensisch lab, de formulieren
van de dienst. Men sjort de resten in een zak.

Er hangt een kaartje aan, een kaartje
met een nummer, een kaartje zonder naam:
die moet je aan jezelf teruggeven.

Iemand sluit maar vlug de kist: vermoedelijk
een mens, wat rest. De zwarte lamp
die jouw weg moest verlichten doofde.

Nemen we afscheid, naamloze.
Geen Dieudonné, geen Mohammed, geen
John, maar goede reis, man, en wandel in de zon.

F. Starik

Advertenties

Een gedachte over “Dichter bij het graf

  1. Pingback: Overgeven van geluk – Wim Brands | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.