Ilja Leonard Pfeijffer – Verrassend echte liefde

Ilja Leonard Pfeijffer draagt voor tijdens de Nacht van de Poëzie in 2015. Foto: EJP

Ilja Leonard Pfeijffer draagt voor tijdens de Nacht van de Poëzie in 2015. Foto: EJP

De middelbare school is toch wel vaak de plek waar je voor het eerst wordt geconfronteerd met de Grote Poëzie. Na de kinderversjes op de basisschool en de verplichte schrikkelrijmen rond Sint Nicolaas vertelt iemand je dat er mensen zijn, dichters genoemd, die ingewikkelde dingen met taal uithalen. Gewoon omdat het een kunstvorm is. Gewoon omdat die zogenaamde ‘dichters’ iets uit willen dragen.

Niet zelden ga je met die ‘iemand’, ook wel docent genoemd, en de rest van klas zo’n taalding, zo’n gedicht, lezen. Misschien is lezen niet het juiste woord, het lijkt meer op het gezamenlijk oplossen van een cryptogram. Maar dat geeft allemaal niets: de kennismaking is begonnen en dan ontstaat ruimte om zelf op zoek te gaan naar wat jou aanspreekt.

Deze blog is voor de leergierige leerling die langzaam maar zeker ingewijd wil raken in het Rijmrijk, die wil weten hoe dat lezen van poëzie eigenlijk gaat? Lees met mij mee in ‘Giro Giro Tondo’ van Ilja Leonard Pfeijffer. Goed opletten, de volgende moet je zelf doen!

Het poëziegeschenk

De bundel ‘Giro Giro Tondo’ is een klein overzichtelijk boekje met ongeveer 34 bladzijden waar in totaal 15 gedichten in staan. Die 15 is belangrijk, onthoudt dat getal! Het bundeltje werd in januari 2015 cadeau gedaan als je in de boekwinkel voor een bepaald minimumbedrag geld had uitgegeven aan poëzie. Dat is een actie die jaarlijks vanuit het VSB-fonds wordt opgezet. Volgend jaar krijg je een bundel van de Vlaamse dichter Stefan Hertmans. De bundel was populair, voor het einde van de poëzieweek waren ze allemaal weggegeven door de boekwinkels. Goed voor de poëzie!

Alles doet mee

Voordat je begint met lezen, laat je alles in en om de bundel goed tot je doordringen. Ga er maar vanuit dat de uitgever zijn best heeft gedaan om zoveel mogelijk de vormgeving te laten aansluiten bij de bedoelingen van de dichter. Dat is dan weer het bijzondere bij een bundel die keer op keer wordt herdrukt en opnieuw van een omslag wordt voorzien. Kijk naar de verschillende interpretaties van de vormgevers van ‘Mei’ van Herman Gorter en je begrijpt wat ik bedoel. Op de omslag van ‘Giro, Giro, Tondo’ zie ik een vervaagde foto van een jonge vrouw. Onherkenbaar, de trekken van haar gezicht zijn niet te onderscheiden. Het lijkt of ze leunt tegen een wand van glas, een soort melkglas. Alsof ze wordt tegengehouden door de wand, misschien zelfs vastgehouden. Verder heeft de vormgever de suggestie gedaan of dit onderdeel is van een oud schilderij. De verf is gebarsten door het verloop van de eeuwen. Craquelé, is de vakterm in de kunstgeschiedenis, en dat is een vorm van materiaalmoeheid.

De letters op de omslag zijn allemaal in hoofdletters weergegeven, behalve dat er een ondertitel staat in kleine letters. ‘Onderkastletters’ zeggen de deskundigen omdat ze vroeger bij het handmatig plaatsen van drukletters uit een lagere kast kwamen dan die uit de ‘bovenkast’. Er staat een obsessie onder de titel GIRO GIRO TONDO. We slaan het op, ergens in ons achterhoofd. Zullen we vast even een vertaalprogramma gebruiken om de titel te begrijpen? Het is Italiaans voor Rond, rond, rond. Giro kan je bekend voorkomen van de Giro d’Italia, de Ronde van Italië, de Tour de France maar dan in een compleet ander land, zeg maar. Het verwijst naar een kinderdansje waar vast veel rondjes in voorkomen zoals in ons ‘Zakdoekje leggen, niemand zeggen’…  Ga er maar vanuit dat dit liedje nog ergens terug komt in een van de gedichten in de bundel.

En wie is de dichter dan?

Eén van de redenen dat ik deze bundel aanraad, heeft te maken met de dichter. Want dat is niet een bleek, grijs type die als een schim over straat loopt, snel op weg naar zijn zolderkamer om nieuwe verzen te maken. Nee, Ilja laat zien hoe extravert een dichter kan zijn. Grote man, lang haar en een snor, de Michiel de Ruyter van de hedendaagse poëzie. Niet zomaar een dichter, maar een Dichter! Toen ik hem in levende lijve mocht aanschouwen werd hij vergezeld door een knappe dame die echt wel wat jaren jonger was dan hijzelf. Kan een nichtje zijn geweest, maar mijn romantische fantasie maakte er toch liever een geliefde van, een tijdelijke muze op weg naar de eerste afwijzing. Ilja straalt een grote mate van zelfbewustheid uit. “Gebrek aan zelfvertrouwen is een karakterfout die ik niet bezit” is een uitspraak van hem in een interview in Vrij Nederland uit 2002.

Ilja Leonard Pfeijffer schrijft al jaren gedichten. Zijn eerste bundel kwam uit in 1998. Tegenwoordig woont hij in Italië in de kustplaats Genua waar hij een mooi boek over heeft geschreven: Superba (2013). Ilja studeerde klassieke talen en specialiseerde zich in de moeilijk te begrijpen Griekse dichter Pindarus. De dichtbundel die dit jaar verscheen, met de titel Idyllen, heeft de Jan Campert-prijs gewonnen en is genomineerd voor de prijs van het VSB-fonds.

Ilja schrijft ook recensies en beschouwingen over poëzie. In de beschouwing ‘De mythe van de verstaanbaarheid’ [Pfeijffer, 2011] betoogt hij dat gedichten geen beleidsstukken zijn. Hij vindt dat poëzie best wat moeilijker mag zijn als ze daardoor maar een meerwaarde krijgen: de taal moet ‘zingen’. Ik citeer de meester: “Het is niet zo dat moeilijke dichters moeilijk doen omdat ze dat wel interessant vinden, omdat ze denken dat het zo hoort of omdat ze de lezer willen kwellen. Complexe gedichten worden geschreven omdat de werkelijkheid complex is. Verstaanbare poëzie is eenduidig, eendimensionaal, recht-toe-recht-aan en plat. Zij vertoont de drang tot simplificeren omwille van de duidelijkheid. Daarom is zulke verstaanbare poëzie vals en leugenachtig. Want mensen denken nooit één rechtomlijnd ding tegelijk. Mensen denken honderd hele en halve gedachten, gevoelens, angsten, grappen, verwonderingen en herinneringen tegelijk. Ik wil die complexiteit niet reduceren door er één enkel aspect uit te lichten en afzonderlijk te behandelen. Ik wil een opname maken van de totale symfonie van verwarring in je hoofd. Ik wil de inelkaargewikkeldheid van alle dingen vangen in taal. Daarom is het belangrijk zoveel mogelijk dingen tegelijk te zeggen.”

Laat dit je niet afschrikken. De gedichten die je gaat lezen in ‘Giro, Giro, Tondo’ zijn geen ingewikkelde cryptogrammen, ze zijn goed te begrijpen. Toch zul je merken dat je steeds meer zaken gaat ontdekken als je later gedichten nog eens leest. Sommige gedichten winnen in de loop der tijd aan betekenis. Hoe dat kan? Jij als lezer groeit als mens en als lezer en woorden krijgen steeds meer lading naarmate je er meer tegenkomt.

‘Ik zou niet weten hoe ik zoeken moet.’

Tijd om te beginnen met het lezen van het eerste gedicht. De ‘ik’ heeft gezocht naar een ‘je’. Op allerlei verschillende plaatsen, maar wel met de moeilijkheid dat hij geen naam heeft. Hij is helemaal bezeten (misschien is dit de ‘obsessie’ die we in de ondertitel tegenkwamen). er is sprake van ‘honger’. De ‘ik’ heeft de ‘jou’ heel erg vaak nooit ontmoet… Dat is een interessante boodschap. In gedichten zitten in dit soort boodschappen aanwijzingen verstopt. De ‘ik’ zoekt op ‘marktplaatsen’ en niet op ‘marktpleinen’ wat toch een logischer plek is om te zoeken. Zou het kunnen zijn dat er verwezen wordt naar de bekende website waar je op zoek kunt naar spullen die anderen daar aanbieden? Maar als ‘marktplaatsen’ al een beetje anders is, hoe zit dat met de zaken die we op marktpleinen aantreffen? Als je de ‘hammen’ niet ziet als te verkopen vlees van de verkoopster, maar haar eigen vlees, dan gebeurt er ook iets met het beeld. Die geestelijken (minderbroeders zijn een soort monniken, prelaten geestelijken met een hoge rang) willen niet hoge geestelijke zaken van de marktkoopvrouw, maar juist hele vleselijke. Deze marktkoopvrouw gaat er gewoon in mee. De handelingen met hanen, schorseneren en stengels zijn verstopte seksuele uitspattingen. De ‘ik’ zit zich gewoon te verlekkeren via websites aan de erotica die daar wordt geboden. Die ‘honger’ van hem gaat helemaal niet door de maag, maar door andere lichaamsdelen. Maar er is toch een soort nieuwsgierigheid naar de ‘jij’ achter die lust. De ‘ik’ gaat op zoek, maar weet niet hoe hij zoeken moet. Zouden de andere gedichten uitkomst bieden. Als dit geen poëtische cliffhanger is, weet ik het ook niet meer. Hoezo, saaie poëzie?

Ilja Leonard Pfeijffer tijdens de Nacht van de Poëzie (Utrecht, 2015). Foto: EJP

Ilja Leonard Pfeijffer tijdens de Nacht van de Poëzie (Utrecht, 2015). Foto: EJP

Sonnettenkrans

We gaan niet de hele bundel lezen met elkaar, maar ik geef wel wat tips voor de volgende gedichten.

  • De laatste regel van dit gedicht is de eerste van het volgende en dat gaat zo door tot de laatste.
  • Gedicht 14 eindigt met de eerste regel van Gedicht 1. De cirkel, de krans, is rond: giro, giro, tondo.
  • Een sonnet bestaat uit veertien regels. Twee strofen met ieder vier regels en twee strofen met ieder drie regels. Veertien regels, dus de krans vraagt om veertien gedichten.
  • Gedicht 15 staat een beetje buiten de cirkel maar vat de krans samen omdat hij bestaat uit alle beginregels van alle gedichten. Dus dat klopt ook weer allemaal qua rijm. Knap staaltje dichttechniek!
  • De titel van de bundel komt terug in Gedicht 5 maar natuurlijk wel weer verstopt. ‘Je zong een kinderlied dat ik niet kende….’ en ‘De hele kring moet van jou op de grond…’
  • Wat gebeurt er als de ‘jij’ wel bereikbaar blijkt te zijn? De ‘ik’ vindt wat hij zoekt, maar de vraag is of het hem bevalt. De verlangde vrouw blijkt verrassend echt en dat betekent dat er ook aan hem door de echte vrouw eisen worden gesteld. En dat de echte vrouw dingen wil en doet die niet altijd in het straatje passen. Wat doe je dan?
  • Gedicht 14 geeft een berusting van het afscheid, maar het is ook een aankondiging om te blijven zoeken. Als een oud verhaal. Zo oud als in het schilderij dat barsten is gaan vertonen. Lees maar: “Het is opnieuw begonnen. Wat ik zocht, / is om me in verlangen te bekwamen. / /Het boek dat jij me gaf, is uitverkocht, / maar is verkrijgbaar onder vele namen./ Op marktplaatsen heb ik naar jou gezocht.” 
  • Die hele ontwikkeling die draait en draait, lezen we terug in Gedicht 15 maar dan sneller.
  • Voor wie mijn interpretatie van ‘marktplaatsen’ wat ver vindt gaan, verwijs ik graag naar Gedicht 3: “Op elke website wist ik jou te heten. / Daar was je Foxxy, Peachez, Roxxy Love, / Ivana Fuckalot of Trixxie Dove. / We hebben samen zoveel tijd versleten” 
  • Lees, herlees nog eens van het begin, herlees en herlees. Per lezing komen er nieuwe verrassingen tevoorschijn. Of de dichter ze allemaal zo heeft bedoeld? Wie kan dat wat schelen? Hij geeft zelf al aan dat mensen honderden hele en halve gedachten hebben en niet alles samenhang heeft. Zo legt het onbewuste van de dichter altijd wat extraatjes in het werk.

1.

Op marktplaatsen heb ik naar jou gezocht.
Waar minderbroeders op je hammen kwijlden,
prelaten onder al je rokken zeilden,
heb ik het pluimvee uit je schoot gekocht.

Gebraden hanen reeg je aan het spit
alsof je daarmee iets wilde beweren.
Je greep met harde hand naar schorseneren
en raspte stengels met ontbloot gebit.

Al heb ik jou zo vaak nog nooit ontmoet,
zal ik je van mijn leven niet vergeten.
Ik wil je zeggen hoe je overvloed

mijn honger al die jaren heeft bezeten.
Ik zou niet weten hoe ik zoeken moet.
Ik wist je naam niet, wilde die niet weten.

Ilja Leonard Pfeijffer

De dichter heeft alle gedichten zelf voorgedragen. Begin bij Gedicht 1 en druk op ‘volgende’ om ze allemaal te beluisteren.

Advertenties