Het dichtstbedichte stukje Rijmrijk

Kattensloot AmsterdamEr is een stukje Amsterdam waar de gedichten zich één voor één aan je presenteren. Opdringen bijna. Dit stukje Amsterdam nomineer ik tot het dichtstbedicht stukje Rijmrijk en dat blijft het tot zich een nieuwe kandidaat meldt. Het ligt aan een water dat de naam de ‘Kattensloot’ blijkt te hebben. Het begint al poëtisch! Je komt er door bijvoorbeeld naar het einde van de De Wittenkade te rijden (mik op nummer 190 met je navigator). Dan zit je in de Staatsliedenbuurt, ooit een krakersbolwerk, thans een prima plek om je gezinnetje te laten opgroeien, mits je beschikt over een bakfiets of een fiets met kunstbloemen aan het stuur. Je steekt het houten bruggetje over en je bent waar je wezen moet! Op de Jacob Catskade…

Aan de kade zelf zijn glazen platen gemonteerd waarin gedichten zijn gegraveerd. Niet allemaal even goed bereikbaar vanwege het fietsparkeren én niet allemaal even leesbaar vanwege de viezigheid die post heeft gevat op de platen. Zo’n water trekt veel vogels aan en die zijn niet kieskeurig bij het achterlaten van hun uitwerpselen, het woord zegt het al.

Zondagmorgen door Ida Gerhardt

Wat schrijft de gemeentelijke website hierover? Het gaat hier om een ‘bewonersinitiatief’ uit 1996 of 1997. Ik citeer: De dichtregels aan de Jacob Catskade – vanaf de punt in noordelijke richting – zijn achtereenvolgens van Martinus Nijhoff met ‘Awater’, Tom van Deel, Ida Gerhardt, Laurens van der Zee, Jan Campert en Guus Luijters. In de dwarsstraat aan muur op de hoek van de Korte De Wittenstraat en De Wittenstraat is bevestigd: Willem Hussem. Langs De Wittenkade – vanaf de Korte De Wittenstraat in zuidelijke richting – staan de regels van Chr. J. van Geel, Jules Deelder, Martinus Nijhoff met ‘De Moeder de vrouw’ en Herman de Coninck. En in de dwarsstraat aan muur bij De Wittenkade 275: Tsjêbbe Hettinga. Tevens is het ‘Lichtgedicht Ambitie’ toegevoegd met een dichtregel van F. Starik. Dit object is vervaardigd naar ontwerp van Hannis Schilperoort (1940) en is bevestigd aan het gemaalhuis voor water en riolering.

Gedicht van Laurens van der Zee

Laten we dat eens bij elkaar optellen. Dertien gedichten moeten hier op verschillende plekken te vinden zijn… Toegegeven, die heb ik lang niet allemaal gevonden. Met Martinus Nijhoff als absoluut kanpioen met twee gedichten, hoewel, het zijn citaten uit gedichten. Van Awater begrijp ik dat goed, maar De moeder de vrouw is toch niet overmatig lang? En waarom ontbreekt er een gedicht van de naamgever van de kade? Was er niets te vinden in het oeuvre van Jacob Cats dat we de moeite waard vinden om te herlezen?  Wel is er een gedicht met de titel Kattensloot – brug 155 geschreven door Guus Luijters. Zou dat speciaal voor dit project zijn gemaakt? Het gaat over het verlopen van tijd, tenminste in de beleving van de dichter. Ik kwam het tegen op de website van de gemeente Amsterdam, heb het zelf niet gevonden.

Zit er een lijn in de keuze van de geplaatste gedichten? Een thema? Een rode draad? Misschien wel, maar ik heb hem er niet uit kunnen halen. Er komt ‘plonzend water’ voor in het gedicht van Ida Gerhardt, maar dat verwijst naar een kind dat ’s ochtends in bad gaat. En het gedicht van Laurens van der Zee gaat over de schaduwzijde van het stadsleven, komt geen druppel water in voor. Willem Hussem heeft het over het uitlaten van de hond en Jules Deelder over hoe snel een kennismaking kan verlopen. Het fragment uit Nijhoffs ‘De moeder de vrouw’ gaat wel weer over varen op water, de derde strofe:
[…] Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer, […]

Wie heeft zich gebogen over de selectie van verzen? Omdat het een burgerinitiatief is, hoop ik heel erg dat er tenminste drie bewonersavonden zijn geweest in een van de buurthuizen om mét elkaar en vóór elkaar de meest geschikte gedichten uit te kiezen. Dat hoop ik, maar ik vrees dat het anders is gegaan. Laten we één gedicht wat beter bestuderen: het gedicht ‘Lied’ van Jan Campert en dat mag je niet verwarren met zijn beroemdste gedicht ‘Het lied der achttien dooden’ met de beroemde beginregels ‘Een cel is maar twee meter lang’. Geboren in 1902 en gedoopt Jan Remco Theodoor Campert publiceerde hij zijn eerste werk in 1922. Jan Campert heeft één kind uit zijn eerste huwelijk en die in 1929 geboren zoon kennen wij als de dichter Remco Campert.

Jan Campert overleefde de oorlog niet. In januari 1943 overleed hij in concentratiekamp Neuengamme. Zijn werk bleef voor hem spreken. Hij is zelfs de naamgever van een grootse poëzieprijs geworden, de Jan Campert-prijs werd in 1948 voor het eerst toegekend aan Jan Elburg en in 2014 aan Piet Gerbrandy voor zijn bundel Vlinderslag en die was daarmee de 63-ste winnaar. In 2015 is hij toegekend aan Ilja Leonard Pfeijffer voor zijn bundel Idyllen. Lied is een kort vierregelig gedicht met omarmend rijm (abba) op ‘-acht’ en ‘-aat’. Het gaat volgens mij over verbondendheid op afstand. De geluiden in de verte of dichterbij zijn hoorbaar vanaf verschillende plaatsen. De geluiden gaan over voortbewegen. De ‘ik’ verwacht dat de ‘je’ net zoals hij bij iedere beweging denkt aan de ander en waar deze zich bevindt of hoe deze zich verplaatst. Er hangt een zwaarte om deze vier regels omdat we weten met de kennis achteraf dat veel geliefden elkaar niet meer hebben gezien na de oorlog. Het staat nergens in dit gedicht dat de oorlog er een rol in speelt, dat denk ik zelf bij als ik de naam Jan Campert lees. Zonder ondertekening had ik misschien een ander gedicht gelezen.

Lied

Jan Campert

Gedicht van Jan Campert

Er ging een trein door de nacht,
er klonk een voetstap op straat.
Als het ons eender vergaat
heb je toen aan mij gedacht.

Jan Campert

 

Epiloog: Laurens van der Zee was als een van de dichters betrokken bij de opening van de ‘poëzieroute’ in 1997. In 2007 was hij inmiddels verhuisd uit de Amsterdamse Staatsliedenbuurt naar Wageningen waar hij een periode tot stadsdichter is benoemd. Laurens schreef mij dat hij ook bij de heropening was op 23 september 2007, samen met F. Starik en Guus Luijters. Ben ik alleen nog steeds heel benieuwd hoe de keuze tot de gedichten tot stand is gekomen…

Advertenties

2 gedachtes over “Het dichtstbedichte stukje Rijmrijk

  1. Pingback: Vers op de Veluwe: de dichtdichtheid van Nunspeet | het rijmrijk

  2. Pingback: De vele gevelgedichten van Ida Gerhardt | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.