Naar de bioscoop in het Rijmrijk

Poëzie en cinema zijn een bijzonder stel. Soms passen ze goed bij elkaar, maar vaker denk je: blijf in je eigen wereld. Black ButterfliesPoëzie heeft behoefte aan vrijheid van beeld omdat de taal daar het werk moet doen. Het levensverhaal van een dichter kan een boeiende film worden onafhankelijk van het werk van deze dichter, daar is de tekst ondersteunend aan de scenes. Los van de teksten is dan de vraag: hoe boeiend was dat leven en wat hebben de scenaristen ermee gedaan. Ik vermoed dat er een boeiende film te maken is over het leven van Gerrit Achterberg.
In 2008 kwam The Edge Of Love uit, een film over het leven van Dylan Thomas uit Wales. Vrouwen, drank en de drang naar erkenning. Mooie beelden aan het strand staan mij nog bij. De Zuidafrikaanse dichter Ingrid Jonker heeft een kort en heftig leven geleid. Haar verfilmde levensverhaal kwam uit in 2011. In Black Butterflies zien we Carice van Houten als Ingrid Jonker en Rutger Hauer als haar vader. De gedichten illustreren in dit soort biografische films de fase waarin zij zitten. Het zijn meer illustraties bij wat je te zien krijgt en minder autonome kunstwerken.

Expendables

Scène uit The Expendables met Sylvester Stallone en Dolf Lundgren

Daarnaast komen we poëzie tegen zoals in het normale leven. Soms wordt er de draak mee gestoken. The Expendables (eerste deel voor degenen die er echt naar op zoek gaan) eindigt met de macho-superhelden in een kroeg. Ze doen een spelletje messengooien, darts is ze blijkbaar te min. Eén van de rauwe bonken, gespeeld door Jason Statham, zet zijn spel kracht bij door een gedicht te citeren. Nou ja, gedicht, eerder een scabreuze limerick, maar toch. Het helpt hem om te winnen, dat dan weer wel.

Ik zei het al, soms komen we de poëzie in de bioscoop tegen als in het echte leven en dan is poëzie soms de grote trooster. Waar eigen woorden tekort schieten, schiet toepasselijk dichtwerk te hulp. Zo is een gedicht van de Engelse dichter W.H. Auden wereldberoemd geworden omdat het voorkomt in Four Weddings And A Funeral uit 1994. Het gedicht heeft een plaatsje gekregen, niet bij de trouwpartijen, maar bij de indrukwekkende begrafenis van één van de vaste vrienden uit het clubje. Het zijn de woorden van een geliefde, meer dan van een vriend en het is dan ook bij gelegenheid dat de aard van de vriendschap van die twee doordringt bij de anderen. Deze ‘funeral’ was meer ‘wedding’ dan die andere vier samen.

‘Het leven gaat door’ zeggen we tegen elkaar bij het heengaan van een dierbare. Als hart onder de riem om de draad weer op te kunnen pakken in een storm van rouw en verdriet. Het is een cliché maar daardoor niet minder waar. De vogels fluiten stoïcijns hun minneliederen, bloemen doen onverstoord hun knoppen open als het licht wordt. Het voorgoed heengaan van iemand staat op zichzelf. Dat begrijp je wel, maar dat wil je niet. Je hoofd snapt het, je hart wil er niet aan. Je had elkaar de eeuwigheid beloofd, nu blijkt die eeuwigheid eindig te zijn. Dan moet de rest van de kosmos er ook maar mee ophouden. Want wat heeft het nog voor zin als de zon weer gewoon opkomt de volgende morgen, Daar gaat dit gedicht over. Zestien regels in strofen van vier regels, paarsgewijs rijmend. Het ritme variëert wat, maar de basis is een metrum met vijf jamben. Een gedicht zoals je verwacht op een plechtigheid met voldoende technische elementen om herkend te worden als zodanig.

Twaalf liederen – IX

Stop alle klokken, maak de telefoon kapot,
Belet de hond te blaffen met een lekker bot,
Leg de piano’s zwijgen op en breng met stille trom
De kist naar buiten, dat de rouwstoet komt.

Laat vliegtuigen cirkelen kermend boven ons hoofd
En in de lucht de boodschap kerven Hij Is Dood,
Knoop elke stadsduif crèpe strikken om de witte kraag,
Dat de verkeerspolitie zwartkatoenen handschoenen draagt.

Hij was mijn noord, mijn zuid, mijn oost en west,
Mijn werkweek en mijn zondagsrust,
Mijn dag, mijn nacht, mijn woord, mijn lied;
Ik dacht dat liefde eeuwig was: zo is het niet.

De sterren zijn niet welkom nu: doof ze terstond;
Omwikkel de maan en ontmantel de zon;
Giet oceanen leeg en veeg de bossen schoon.
Want er is niets meer nu waar ooit nog iets van komt.

En dan natuurlijk het origineel

Twelve songs – IX

Auden3

Matthew gespeeld door John Hannah

Stop all the clocks, cut off the telephone,
Prevent the dog from barking with a juicy bone,
Silence the pianos and with muffled drum
Bring out the coffin, let the mourners come.

Let aeroplanes circle moaning overhead
Scribbling on the sky the message He Is Dead,
Put crêpe bows round the white necks of the public doves,
Let the traffic policemen wear black cotton gloves.

He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last for ever: I was wrong.

The stars are not wanted now: put out every one;
Pack up the moon and dismantle the sun;
Pour away the ocean and sweep up the wood.
For nothing now can ever come to any good.

W.H. Auden (1907 – 1973)

Het Rijmrijk is groot, het Rijmrijk is werelds, maar het Rijmrijk kent toch best wel veel dialecten. W.H. Auden bediende zich van het Engelse dialect en dat betekent dat er voor de gebruikers van andere dialecten een vertaalslag plaats moet vinden. Koen Stassijns schreef bovengeciteerde vertaling [Bronkhorst, 2008], maar er zijn er meer gemaakt. Sommige regels verliezen kracht door het omzetten naar andere woorden, andere regels winnen daarbij… Pack up the moon and dismantle the sun is mooi, maar de klanken in Omwikkel de maan en ontmantel de zon laten de opdracht net wat meer zingen… De laatste regel is de uitzwaaier: For nothing now can ever come to any good. Die vertaalt Koen Stassijns als Want er is niets meer nu waar ooit nog iets van komt. Hoewel het onderwerp vertalen van gedichten een onderwerp is voor een geheel eigen aflevering, vind ik het wel aardig om nog een vertaling te geven. Bij de dichter Willem Wilmink heet dit gedicht opeens ‘Begrafenisblues’ en zo staat hij ook in de Canon van de Europese poëzie [Pfeijffer en de Vries, 2008]. Die vrije manier van omgaan heeft Wilmink ook gebruikt voor de rest van het gedicht.

Laat in de sterren kortsluiting ontstaan,
maak ook de zon onklaar. Begraaf de maan.
Giet leeg die oceaan en kap het woud:
niets deugt meer, nu hij niet meer van me houdt.

Advertenties

Een gedachte over “Naar de bioscoop in het Rijmrijk

  1. Pingback: Dichter bij het graf | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.