Hier wil ik het bij laten – Joost Zwagerman

Waar ik was toen ik hoorde dat Joost was overleden? Ver weg. Op vakantie in de Franse Drôme. Zonder internet dus zonder de mogelijkheid om er meer over te weten te komen. Want dat wilde ik graag! Hoe kan dat? Die levenslust, die passie, dat academisch-nuchtere dat ik van hem kende, daar hoorde in mijn ogen geen zelfgekozen dood bij. Maar ik heb later de schade ingehaald en veel gezien en gelezen. Zijn bijna obsessieve queeste tegen de impulsen van zelfmoordenaars, bleken vooral een gevecht met de ‘suïcidant’ in hemzelf.

En wie dan opnieuw de bundels pakt, de interviews herleest, ziet het opeens overal. ‘Roeshoofd hemelt’, een bundel uit 2005, staat vol verwijzingen. Daar lezen we, tien jaar voor zijn fatale keuze, al over de ‘troost van het onbestaan’… Dan moet je gaan oppassen, dan lijkt opeens al zijn werk één grote aanwijzing voor hetgeen hij daadwerkelijk heeft gedaan, verdrietig genoeg.

Joost Zwagerman vond ik geweldig als hij optrad als docent. Als passievolle leraar kunstgeschiedenis wist hij ons, zijn leerlingen mee te nemen in de lastige kronkelgedachten van de schilder van abstract schilderwerk bijvoorbeeld. Zijn romans konden mij niet pakken, zijn gedichten maakten mij nieuwsgierig maar ze ‘zongen niet’. Hard en intellectualistisch, zoals hij ze ook voorlas op de Nacht van de Poëzie. Taal die was gevormd in het hoofd en minder in het hart of de nieren.

Daarom was ik zo aangenaam geraakt door ‘Aan de beurt’… Zo herkenbaar, dat goedbedoelde gestuntel van spreekbeurten op de lagere school. Ze gingen over huisdieren, koudbloedige prehistorische monster of Middeleeuwse kastelen. En er waren grote boeken bij. Uit de bibliotheek gehaald, en keer op keer doorgenomen totdat de goede platen waren gevonden. Daar hoort een briefje tussen de pagina’s en dan maar hopen dat het briefje op zijn plaats blijft.

‘Aan de beurt’ heeft een ander onderwerp dan dinosaurussen, iets abstracter, maar toch ook wel bekend als fenomeen op de basisschool. De versvorm is vooral vrij en suggereert ook de staccato manier waarop de spreekbeurten werden gepresenteerd. Het gedicht is niet bijzonder vernuftig, meer komisch, beetje lief. Niet te vergelijken met de woordenstorm die ieder gedicht is in een eerdere bundel als ‘De ziekte van jij’ (1988). Die storm paste ook in de boodschap die de dichter Zwagerman met wat gelijkgestemden wilde uitdragen. Wég met de gedichten die met veel woorden zeggen dat de taal eigenlijk niets zeggen kan. Gedichten die moeten bewijzen dat zij eigenlijk niet kunnen bestaan, dat zij minimaal betekenis uitstralen, hebben hun tijd gehad. Het moest weer ronken in de poëzie. De bloemlezing ‘Maximaal’ uit 1988 laat werk zien van gelijkgestemden. Joost profileerde zich in die tijd als een van de Maximalen. Misschien was hij voor dat clubje wat Paul Rodenko betekende voor de Vijftigers. Mede-dichter maar ook woordvoerder, penvoerder, theoreticus.

Ik vind ‘Aan de beurt’ zo mooi omdat het verwijst naar Zwagermans gave om vol geestdrift mensen te overtuigen van de schoonheid van kunst. Het geven van spreekbeurten heeft hij tot een nieuwe kunst verheven. Dat heeft veel mensen verleid om zelf een museum binnen te stappen. Dat is geweldig. Joost moet het geweten hebben, over succes had hij niet te klagen, maar het heeft hem niet kunnen afbrengen van de fatale stap. ‘Hier wil ik het bij laten’ zegt de spreekbeurthouder, ‘nou, als iemand een vraag heeft’… Vragen zijn er volop. Antwoorden zullen we nu zelf moeten gaan zoeken. Bijvoorbeeld in zijn dichtwerk.

 

Aan de beurt

Ik ga het hebben over vriendschap.

Vriendschap kwam
voor het eerst voor
in het Holoceen.

Dat is een soort krijt. Of Jura.
Maar dan dus na de dinosaurussen.

Ze hadden toen nog geen licht
niet elektrisch dus bedoel ik maar ik denk wel kaarsen.
Of anders gewoon vuur.
Daar heb ik een plaatje van.
Kijk.
Hier zie je
hoe ze toen met vuur en dergelijke vriendschap
maakten.

Nee, rechts. Bij m’n vinger.

Anders laat ik het wel even rondgaan.

Tegenwoordig hebben wij natuurlijk heel andere
soorten vriendschap want daar gaat het over.

Ik heb er een meegenomen en die ga ik nu pakken.
Nou, dit is hem dus.
Ik kan hem niet te lang laten zien
want hij kan niet tegen licht.

Heeft iedereen het gezien?
O ja, ik heb ook nog een lijst van vriendschappen
die je in het wild kan aantreffen
maar die lees ik nu niet op want dat duurt te lang.

Hier wil ik het bij laten.

Nou, als iemand een vraag heeft.

Joost Zwagerman (1963 – 2015)

 

‘Aan de beurt’ komt uit de bundel ‘Bekentenissen van de pseudomaan’ uit 2001, maar ik heb hem uit de bloemlezing  ‘De wereld is hier’ uit 2012.

In 1988 las Joost Zwagerman delen voor uit zijn bundel ‘De ziekte van jij’. Zoals: ‘… was jij soms zo dichtbij’.

Advertenties

Een gedachte over “Hier wil ik het bij laten – Joost Zwagerman

  1. Pingback: Rogi Wieg – Werken aan een afscheidsoeuvre | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.