Voor hem is het altijd altijd – Rutger Kopland

Foto: EJP

Foto’s: EJP

Dit is voor mij het ultieme Rijmrijk. Zitten op een bank waar een gedicht op staat, terwijl ik uitkijk naar het onderwerp van het gedicht. Want dat is het wonderbaarlijke van poëzie. Het is iets marginaals, nooit belangrijk genoeg om het Journaal te halen, iets om je een beetje voor te schamen. Meisjesgedoe. Gevoelsoverschotten.
En aan de andere kant is het allesomvattend en overal aanwezig in de buitenlucht: op bankjes, op muren, aan bruggen. Er zijn standbeelden van dichters en zelfs standbeelden van het berijmde. Het Schaap Veronica van Annie M.G. Schmidt kijkt naar de spelende kinderen in Egmond aan de Hoef, Van Ostaijens ‘Marc groet ’s ochtends de dingen’ is in beeld gebracht in Delft.

Er worden duizenden gedichten gestuurd naar de vele tientallen dichtwedstrijden met de Turing Gedichtenwedstrijd als topper met tussen de 10.000 en de 20.000 inzendingen. Hoezo marginaal? Er zijn voldoende websites, blogs en Facebook-groepen om hele dagen lezend door te brengen. Er rijdt een poëziebus door Nederland. Er is een Nacht van de Poëzie Rode Beuk 2 webin Utrecht, een festival met dichters in de Groningse Prinsentuin en een Tuinfeest in Deventer de avond vóór de beroemde boekenmarkt. En dan strekt ons Rijmrijk zich ook nog eens over de landgrenzen, want het rijmrijk kent Engelse, Franse, Zweedse monumenten. Alleen de taal is anders. Helaas is dat wel een van de belangrijkste bouwstenen van een gedicht. Gelukkig komen we daar nog op.

Rode Beuk bij CODA

Uit de ‘Verzamelde gedichten’ van Rutger Kopland

Intussen zit ik nog steeds op een fraai vorm gegeven stenen bank ergens in de binnenstad van Apeldoorn. Ik zeg het niet goed, het zijn drie banken die samen een cirkel vormen rondom een fier groeiende rode beuk. Elk van de banken bevat een strofe uit het gedicht ‘De Rode Beuk’ van een van mijn favoriet dichters: Rutger Kopland. Het gedicht is speciaal geschreven voor Apeldoorn en pas later terecht gekomen in de laatste dichtbundel van Kopland, getiteld ‘Toen ik dit zag’ uit 2008. Het is het eerste gedicht in deze bundel en dat zegt vaak ook al iets. De dichter begint toch niet zomaar hiermee?

Rutger Kopland is de dichter die in het landschap en in de natuur de ziel vertolkt ziet. Zoals indianen (‘native Americans’ hoor je tegenwoordig te zeggen) de geest van hun voorouders terugzien in alle bomen en struiken van hun leefomgeving, zo geeft Kopland een ziel aan koeien in het landschap. Hij kan zijn emoties zelfs niet meer de baas als je hem confronteert met opgroeiende jonge sla. Zo sterk is dat gevoel.
Maar de beuk is niet als jonge sla. De beuk is sterk en leeft langer dan de mensen die hem op deze plek in de stad hebben geplant. Kopland verwijt hem zelfs vergeetachtigheid op dat vlak. Hij ziet en hoort ons wel maar is niet met ons bezig. Wij wel met hem. Wij bewonderen hem. Omdat hij de tijd weerstaat of sterker nog, omdat hij de tijd niet erkend. Geen besef van tijd, geen idee van zijn positie. Domweg gelukkig in de Roggestraat: ‘voor hem is het altijd altijd en hier is het nergens’.

Drie strofen, iedere strofe een in drieën gehakte zin beginnend met steeds dezelfde vijf woorden. Als een bezwering, een ritueel. Voor mij werkt de poëzie van Rutger Kopland als de rode beuk: even losgeweekt uit tijd en ruimte en voorzichtig snuffelen aan het gevoel achter het gevoel. Het gevoel dat een heldere sterrenhemel je geeft of een uitgestrekt zeegezicht. Er is meer maar ik, mens, kan het niet benoemen. Daarvoor heb ik het uitzicht nodig, een uitzicht op een beuk bijvoorbeeld, terwijl ik zit op een bankje in het nergens.

De Rode Beuk

Rode beuk 3 webHier staat de rode beuk
met het eindeloos grote
geduld van een boom.

Hier staat de rode beuk
hij ziet en hij hoort ons
en is ons vergeten.

Hier staat de rode beuk
voor hem is het altijd altijd
en hier is het nergens.

Rutger Kopland (1934 – 2012)

[De Rode Beuk is een poëzieproject uit 2009 van Karla de Boer van Stichting Phidias. De bankjes zijn gemaakt door kunstenaar Tirza Verrips.]

Advertenties

2 gedachtes over “Voor hem is het altijd altijd – Rutger Kopland

  1. Pingback: Retourtje Rijmrijk – Kopland (1/2) | het rijmrijk

  2. Pingback: Jean Pierre Rawie als lyrische lijster | het rijmrijk

Reacties zijn gesloten.