Niet te veel herrie maken bij het huilen

EllenWarmondEen groot deel van mijn poëziecollectie komt van rommelmarkten en donkere hoekjes van boekwinkels, soms antiquariaten. Zo ook de bundel van Ellen Warmond uit 1984 met de titel Vragen stellen aan de stilte. Het is de 16e gedichtenbundel van haar, een oeuvre dat begon in 1953 met de bundel ‘Proeftuin’. Ik ben niet de eerste eigenaar van het exemplaar dat ik heb staan. Aan de handgeschreven opmerkingen aan de binnenzijde van de kaft, maak ik op dat hij ooit is geschonken aan een zekere Loes. Waarom Loes dit bundeltje heeft afgestaan, moeten we raden. Overleed Loes en hebben haar kinderen een opkoper laten komen? Of had Loes in alle gezondheid een bui van opruimwoede?

Degenen die het boekje schonken, lieten hartverwarmende kreten na, die toch ook aan het denken zetten. Precies zoals het hoort als je poëzie cadeau doet, vind ik. “Door je cursus werd mijn zekerheid een vraagteken. Bedankt!” Wat was dat voor een cursus? “Tussen woorden door had jij me veel te zeggen…” Dat past goed bij een dichtbundel. Maar wat te denken van “… en ik blijf erbij dat je je haar er niet af moet knippen, ’t hoort bij jou.” We kunnen deze vragen stellen, maar ik weet niet of er vanuit de stilte antwoorden komen.

Warmond is een mooie naam voor een dichter of dichteres (bestaat dat woord nog?)… In de naam zit de faam, nomen est omen. Maar dat gaat natuurlijk niet op voor zelf gekozen namen. Ellen Warmond is de pseudoniem voor de in 1930 geboren Pietronelle Cornelia (PC!) van Yperen. De Reina Prinsen Geerligsprijs ontving zij in 1953 voor haar debuutalbum, gelijktijdig met Remco Campert. Een mooie start opgeteld bij het gegeven dat een paar van haar gedichten terecht kwamen in de bekendste bloemlezing uit de 50-er jaren ‘Nieuwe griffels, schone leien’. Dat bestempelde haar tot een van de jongere zusters van Lucebert.

Het tweede gedicht uit Vragen stellen aan de stilte heet Voortgang en daar komen we ook de titel van de bundel tegen. Acht regels in een vrije vorm. Wat rijk rijm (rijmherhaling) en een paar mooie alliteraties. Qua thematiek sluit dit gedicht aan bij de andere gedichten in de bundel: teleurstelling, zinloze inspanningen. We lezen kreten in de bundel als: ‘alle grote woorden / eindigen in een hoestbui’ (uit: Alles is ijdelheid II)  of ‘dit was het / en dat is alles // en had je soms meer verwacht?’ (uit: Toch). Gedichten heten Laat maar, Schrale troost, Neerslag of Meer dan niets. Je schikken in je lot zit ook in de opdracht aan het begin van de bundel: ‘Geen eisen stellen  / niets bezitten / (…) / dat eindelijk bereikt te moeten hebben / en daar vooral niet trots op willen zijn.’ Binnen deze context zal de titel van het gedicht Voortgang niet verwijzen naar een positieve ontwikkeling.

 

Voortgang

Opvoeding van het kind
dat ouder en ouder wordt in ons
zelfs ouder van een kind
en leert:

zachtjes dank u zeggen niet te veel
herrie maken bij het huilen

zachtjes verdergaan en niet te veel
vragen stellen aan de stilte.

Ellen Warmond

 

Het leven is veel geploeter dat tot niets gaat leiden, zelfs wordt overgedragen aan nieuwe generaties. We komen dit soort stille wanhoop vaker tegen in de poëzie, maar daar lezen we ook wel weer berusting bij of een vorm van troost. Bij Ellen Warmond is die troost er niet. Het was niets, het is niets, het wordt niets, het zal nooit iets worden. Leef er maar mee. De vragen zijn er, die kun je stellen aan de stilte, wetende dat er niet snel antwoorden gaan komen. Voor Warmond is misschien ieder gedicht een vraag die zij met de lezers wil delen. Als je dit allemaal in ogenschouw neemt, krijgt de verzuchting van een van Loes’ cursisten in een ander daglicht te staan: “Door jouw cursus werd mijn zekerheid een vraagteken. Bedankt!” Is de dankbaarheid gemeend of een sterke vorm van ironie?

Advertenties