Poëzie en actualiteit – Ramsey Nasr

Hoe tijdloos moet een goed gedicht zijn? Als je Dichter des Vaderlands bent ontkom je niet aan de actualiteit. Het gedicht ‘in het land der koningen‘ schreef Ramsey Nasr nadat er een aanslag was gepleegd op Koninginnedag 2009 in Apeldoorn. Bij mij, als getuige van die gebeurtenis, kwam het gedicht binnen zoals een gedicht nog nooit was binnen gekomen. Ik las het op een prikbord van een familielid die het uit het NRC had geknipt. Er hingen anders nooit gedichten aan dat prikbord.

Koninginnedag 2009

Koninginnedag 2009 Apeldoorn, 10.30 uur. Foto: EJP

Bij een verwijzing naar de actualiteit plaats je een gedicht in de tijd en loop je risico het tijdloze kwijt te raken. Is dat erg? Nee, maar is dit gedicht over tien jaar nog steeds goed? En over dertig jaar? Zit het tijdelijke van het gedicht in de verwijzing naar de nieuwsfeiten? Deels. Maar het zit ook in de conclusie die voortvloeit uit de opsomming. Mooi stijlelement, de herhaling van de eerste vijf woorden met telkens een andere beschrijving van het land waar de ‘ik’ in leeft.

De dichter ziet de vier gebeurtenissen niet als vier zelfstandige zaken, niet als individuele uitspattingen van extreem denkende mensen. De ontwikkelingen vloeien logisch voort uit een nieuwe maatschappelijke mentaliteit: ‘alles moet kunnen’.

Die nieuwe manier van denken beschreef Ramsey Nasr ook in het gedicht dat hij maakte om tot Dichter des Vaderlands te worden verkozen, hetgeen hem uiteindelijk ook lukte. Van 2009 tot 2013 was hij de opvolger van Driek van Wissen en de voorloper van de huidige Dichter des Vaderlands Anne Vegter. In het ‘auditiegedicht’ getiteld ik wou dat ik twee burgers was (dan kon ik samenleven) zien we een poging om de volksaard van ons Hollanders te vangen. En daar treffen we ook frasen aan als:

hoe kwamen wij zo snel van nietig tot lomp
van weerschijn tot alom aanwezige schreeuwhomp?
hoe kon uit zuinige rupsen dit hummervolk opstaan?

Nee, Ramsey Nasr spaart zijn vaderlanders niet. Gedichten van hem zijn dan minder taalkunstwerken en meer statements, pamfletten die zeggen waar het op staat. Dat gaat niet zachtzinnig. Over kindermisbruik in de katholieke kerk schrijft hij maart 2010 het gedicht ‘broeders van liefde‘. Een veertienregelig sonnet dat echt niet over echte liefde gaat, maar op plastisch beschrijvende manier het misbruik verbeeldt (‘vandaag mag het, er zijn geen ouders bij’). En als de premier er slecht af komt uit een onderzoeksrapport in januari 2010 krijgt hij een trap na van de Dichter des Vaderlands: ‘hoe voelt dat, om als christendemocraat / de zijde van herodes te verkiezen’ (uit: nieuwjaarsgroet).

Daarnaast zijn de gedichten die hij in deze periode maakte voor overleden collega-dichters als Simon Vinkenoog en Gerrit Komrij lief en respectvol. Zouden die langer meegaan? Moet dat? Mag een dichter ook gewoon de stem van zijn generatie zijn? Een politieke tegenstem als geweten van degenen die wel eens een gedicht lezen. Ik oordeel niet, ik ben slechts uw gids door het Rijmrijk, het veelzijdige Rijmrijk.

in het land der koningen

ik leef in een land
waar de dierenvriend besluit
uit goedheid een andere mens neer te knallen

ik leef in een land
waar de vrome gelovige besluit
uit eerbied het mes in de ketter te planten

ik leef in een land
waar onze jongens uit gekkigheid soms
de conducteur in elkaar stampen

ik leef in een land
waar een keurige man, achtendertig, blond
de vrijheid neemt om door anderen heen te rammen

en in dit rood, rood schemerland
waar de grenzen totaal werden opgeheven
waar de mondigheid totterdood wordt beleden
en waar zestien miljoen koningen leven

daar ontstaat vanzelf een nieuwe orde
daar zal langs feestelijk afgezette lanen
een laatste koningin haar laatste onderdanen
als beesten overreden zien worden

Ramsey Nasr

Ramsey leest zelf voor…

Advertenties