Loop de grachten langs… stadsdichters

Gedicht Ingmar Heytze

Oudegracht Utrecht. Foto: EJP

Dat gedichten de eeuwigheid trotseren is al eeuwen bekend. Gewonnen veldslagen verdienden een gedicht, maar eigenlijk vooral de keizer uit wiens naam het bloed werd vergoten. De dichter als laurierkrans ter meerdere eer van de zegevierder. De hofdichter, de Poet Laureate. Een erebaan, maar vast levensgevaarlijk, je werd zo voor de leeuwen geworpen als het eindrijm de keizer niet aanstond. Of een van zijn adviseurs. Of zijn vrouw.

Moderne landen en steden hebben de eredichter weer een plek gegeven, zij het dat deze lang niet alleen complimenten strooit. De moderne kunstenaar eert en bekritiseert, soms een bewonderaar, soms de nar. In Nederland zijn er stadsdichters en dorpsdichters naast dichters van welke regionaal verband dan ook. Zij worden betaald per opdracht en die opdracht hangt vaak samen met een gebeurtenis die stad of dorp luister bij wil zetten. Ze komen jaarlijks samen om elkaar te inspireren of moed in te praten en soms mondt dat uit in een verzamelbundel [Beense].

Het mooiste vind ik de gedichten die wat verder gaan dan de eigen kerk of de eigen opgravingen. Zo schreef Lammert Voos als stadsdichter van Deventer een gedicht over identiteit. Het wijgevoel van een volk dat bestaat als een product van volksverhuizingen en handelsbetrekkingen. Maar ook het wijgevoel van de nieuwkomers, of misschien meer het gebrek aan dat wijgevoel.

Wij

wij zijn de naamloze buren die u liever niet ziet
wij zijn de angst voor de verandering, de moskee
en de vrouwen met hoofddoekjes op de markt die
u niet verstaat, het opgehoopte vuil aan de kant
van de straat

wij zijn de hannekemaaiers, Hugenoten en joden
wij zijn zeelui uit Duitsland, Denemarken, en Polen
wij zijn Hanze, Friezen en Groningers, Drenten
en Sallanders opgegroeid met internationaal verkeer
langs de rivier

wij zijn het vooroordeel, de angstige burger die wil
dat alles bij het oude blijft, wij zijn onbegrip en haat,
de grimmige kreten van de straat, wij zijn het onvermogen
en de onwil om te delen, wij waren immers
het eerste hier

deze stad is van ons en niet van hen, al die kleuren
en nieuwe geuren, eettentjes met wat de boer niet
kent dat vreet hij niet en dan die knoflook nog, wij
zijn balkenbrij en bloedworst, zure kool erbij, wij
zijn zoute haring

maar

wij zijn net zo bang als u en wij verstaan jullie
ook niet en wij eten nooit rauwe vis met uitjes, vinden
die rare Nederlanders maar rare snuiters, met hun carnaval
zuipfeesten en geschreeuw tijdens het voetbal en wij
wij willen ook

gewoon ergens thuis zijn

en waarom kan dat niet hier, we
werkten hard voor jullie en bij ons is het oorlog
of mag ik soms niet denken wat ik denk, maar mijn
familie is niet hier, wij zijn geen complete wij, mogen wij
een beetje wij met jullie zijn?

Lammert Voos (1962)

Advertenties

Een gedachte over “Loop de grachten langs… stadsdichters

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s